Maya's: macht in goede banen leiden
‘Koninklijke schatten uit de begintijd van de Maya’s’, kopt een artikel in de National Geographic van mei 2004. Indrukwekkende foto’s laten te zien hoe in Takalik Abaj in Guatemala een naar schatting 1800 jaar oud graf van een Maya-koning is blootgelegd. Op prachtig bewerkte stenen naast het graf is de wisseling van de macht tussen twee Maya-vorsten afgebeeld. In het graf zelf zijn aardewerken offers en schitterende juwelen van jade en pyriet aangetroffen. Het team van archeologen zoekt nu verder naar overblijfselen van het skelet van een vorst uit lang vervlogen tijden.
Ook elders in Guatemala, op amper 100 kilometer van Takalik Abaj, wordt gezocht naar stoffelijke resten. In het dorp Comalapa zijn het geen Noord-Amerikaanse archeologen die laag voor laag de aarde afgraven, maar Maya-vrouwen die in de periode 1980-1983 hun man, vader of zoon verloren. Op een terrein bij de vroegere kazerne van Comalapa dumpte het leger in die jaren de lichamen van meer dan 250 personen in massagraven. Wie hier zoekt treft geen koninklijke graven vol kostbare juwelen, maar verminkte beenderen, ingeslagen schedels en ijzerdraad waarmee de slachtoffers werden geboeid. De doden van Comalapa behoren tot de meer dan 200.000 personen die in de periode van het geweld in Guatemala werden omgebracht. Meer dan 80 procent van de slachtoffers waren Maya’s.
De Waarheidscommissie van Guatemala slaagde erin 669 massagraven te lokaliseren. Maar antropologen die de opgravingen begeleiden, schatten hun aantal op minstens 1300. Rosalina Tuyuc, voorzitster van Conavigua, een organisatie van Maya-weduwen, leidt de opgravingen in Comalapa.
‘Het werk dat we verrichten op honderden geheime begraafplaatsen doen we niet omdat we onze geliefden willen wreken’, aldus Rosalina Tuyuc. ‘Niet wraak drijft ons, maar het verlangen om onze geliefden waardig te begraven en zo vrede te vinden. Ook moet er schadeloosstelling komen voor de weduwen.’
Samen met andere organisaties heeft Conaviga aanklachten ingediend tegen de daders van het geweld, in eigen land maar ook daarbuiten. Spaanse onderzoeksrechters hebben aangekondigd op korte termijn naar Guatemala te zullen reizen. Daar willen zij om onder anderen ex-dictator Efraín Rios Mont verhoren over zijn aandeel in de door de Waarheidscommissie geconstateerde volkerenmoord.
Voor Maya’s is het herbegraven van de slachtoffers van het geweld, met alle rituelen die daarbij horen, van levensbelang. Voor hen zijn levenden en doden met elkaar verbonden, ze hebben elkaar nodig. ‘Er heeft een voortdurende dialoog plaats tussen de persoon die gestorven is en de levenden die achterblijven’, aldus Felipe Gómez van Oxlajuj Ajpop, een verband van Maya-priesters. ‘Een persoon die niet op gepaste manier wordt begraven, vindt geen rust; het herbegraven van de stoffelijke resten is nodig om de communicatie te herstellen.’ In de periode van het geweld was begraven levensgevaarlijk en door de aanwezigheid van het leger praktisch onmogelijk.
Tijdens de rituelen die het herbegraven begeleiden, verzamelt de gemeenschap zich rond het offervuur. Maya-priesters groeten eerbiedig de vier windrichtingen en richten hun gelaat en gebeden tot het Hart van de Hemel en het Hart van de Aarde. Drie maal kussen zij de grond om vergeving te vragen voor het geweld dat ook de aarde werd aangedaan. In een poging de ontspoorde tijd weer in het gareel te brengen, worden alle 260 dagen van de rituele Maya-kalender in een eerbiedige cadans gereciteerd. En rond het offervuur worden tijdens de ceremonie de namen van alle omgebrachte geliefden één voor één uitgesproken. In het schijnsel van talloze kaarsen en omgeven door wolken wierook worden verbroken verbanden hersteld, komen levenden en doden eindelijk tot rust en kan de door het geweld gestagneerde geschiedenis opnieuw zijn loop nemen.
Krachtige dagen
Op 30 maart 2004, bij het aanbreken van de dag, trekken tienduizenden Maya’s naar het centrum van de hoofdstad van Guatemala. In het licht van de vroege morgen is de kleurige kleding waarneembaar die het dorp van herkomst van de verschillende groepen verraadt. De 30-ste maart is niet zomaar een dag. Volgens de Maya-kalender is het dan Jun E, ‘een goede dag om nieuwe wegen in te slaan en voorstellen te doen’. Jun E is uitgekozen om van de nieuwe regering van president Oscar Berger een diepgaande landhervorming te eisen en een landbouwbeleid dat rekening houdt met de cultuur en de behoeften van de Maya-bevolking.
De roep om grond van de Maya’s is niet nieuw. Toen die roep rond 1980 veranderde in georganiseerde actie sloegen grootgrondbezitters en militairen de handen ineen. Zij openden de aanval op de opstandige Maya’s en voerden op het platteland de ene massamoord na de andere uit. In 1996 werd in Guatemala de vrede getekend tussen de regering en het gewapend verzet. Het recht van de Maya-bevolking op de eigen cultuur en op grond om te kunnen bestaan, vormde onderdeel van de vredesakkoorden.
Maar van die afspraken is bitter weinig terechtgekomen. Opeenvolgende regeringen in Guatemala hebben een neo-liberaal landbouwbeleid uitgevoerd dat zich richt op grootschalige productie voor de export met grootgrondbezitters in de hoofdrol. Als gevolg van vrijhandelsakkoorden met de Verenigde Staten wordt Guatemala bovendien overspoeld door goedkope, genetisch gemanipuleerde maïs. De meer dan 600 variëteiten van maïs die de basis vormen van de economie maar ook van de cultuur en spiritualiteit van de Maya-bevolking dreigen hierdoor verloren te gaan.
Wie in Guatemala protesteert, riskeert het eigen leven en moet beschikken over bijzondere krachten, dat is de dramatische les die Maya’s in de loop van de geschiedenis hebben geleerd. Om die kracht af te smeken, worden in de vroege ochtend van 30 maart rituelen uitgevoerd op vier punten aan de rand van Guatemala stad- de vier kardinale punten van het Maya-kruis. Er worden kaarsen, wierook en geurige spijzen geofferd en Maya-priesters bidden om inzicht en doorzettingsvermogen voor alle deelnemers aan de manifestatie.
Dan begint de mars naar het centrum van de stad. Tegen alle verwachtingen in ontvangt president Berger een delegatie van Maya-leiders. Eén van hen, Juan Tiney, is daar eigenlijk niet verbaasd over. ‘Jun E is een heel krachtige dag in de Maya-kalender. Ook presidenten staan onder invloed van zo’n dag. Politiek en spiritualiteit gaan voor ons hand in hand. Onze spirituele leiders adviseren ons bij elke stap die wij als Maya-beweging zetten. Wij zijn ervan overtuigd dat we op die manier een kracht kunnen ontwikkelen die niet tegen te houden is.’
Dansen met de slang
Maya-koningen vind je alleen nog in graven. Maar de Maya’s zijn gebleven en in Guatemala maken ze nog steeds meer dan 60 procent van de bevolking uit. Wat ook is gebleven, is de kracht van een spiritualiteit die, om te overleven, de clandestiniteit zocht of nieuwe verbindingen aanging met opgelegde culturele en religieuze patronen. Hoe vitaal het ‘oude geloof’ is, blijkt nu Maya’s worstelen met de nasleep van een verschrikkelijke genocide en een riskante strijd voeren om grond waarvan ze in de loop van de eeuwen werden beroofd, terug te krijgen.
Het lijkt erop, dat de Maya’s van nu er niet zozeer op uit zijn om in Guatemala de macht te veroveren. Veel meer proberen zij vanuit de kracht van hun spiritualiteit de bestaande machten te doordringen en in goede banen te leiden. Maya’s ‘dansen met de slang’, een oud gebruik om in tijden van grote droogte behoedzaam contact te zoeken met de slang die symbool is van gevaar, maar ook van vruchtbaarheid en vernieuwing. De huidige rechtsstaat en het politieke apparaat van Guatemala zijn voor de Maya’s gevaarlijk als een slang. Maar door er behoedzaam mee te dansen, kan de kracht van de slang aangewend worden om nieuwe levenskansen te scheppen. De mysterieuze lading van de rituele kalender en de ononderbroken regelmaat van eerbiedige rituelen markeren het ritme waarop de dans als
vanouds wordt uitgevoerd.
Mario Coolen
Mario Coolen is verbonden aan de Interkerkelijke Ontwikkelingsorganisatie Solidaridad.
Hij is auteur van ‘Hart voor de Aarde, cultuur, spiritualiteit en mensenrechten van Maya’s in Guatemala’, uitgave Solidaridad Utrecht, 2e druk 2003.
Ook elders in Guatemala, op amper 100 kilometer van Takalik Abaj, wordt gezocht naar stoffelijke resten. In het dorp Comalapa zijn het geen Noord-Amerikaanse archeologen die laag voor laag de aarde afgraven, maar Maya-vrouwen die in de periode 1980-1983 hun man, vader of zoon verloren. Op een terrein bij de vroegere kazerne van Comalapa dumpte het leger in die jaren de lichamen van meer dan 250 personen in massagraven. Wie hier zoekt treft geen koninklijke graven vol kostbare juwelen, maar verminkte beenderen, ingeslagen schedels en ijzerdraad waarmee de slachtoffers werden geboeid. De doden van Comalapa behoren tot de meer dan 200.000 personen die in de periode van het geweld in Guatemala werden omgebracht. Meer dan 80 procent van de slachtoffers waren Maya’s.
De Waarheidscommissie van Guatemala slaagde erin 669 massagraven te lokaliseren. Maar antropologen die de opgravingen begeleiden, schatten hun aantal op minstens 1300. Rosalina Tuyuc, voorzitster van Conavigua, een organisatie van Maya-weduwen, leidt de opgravingen in Comalapa.
‘Het werk dat we verrichten op honderden geheime begraafplaatsen doen we niet omdat we onze geliefden willen wreken’, aldus Rosalina Tuyuc. ‘Niet wraak drijft ons, maar het verlangen om onze geliefden waardig te begraven en zo vrede te vinden. Ook moet er schadeloosstelling komen voor de weduwen.’
Samen met andere organisaties heeft Conaviga aanklachten ingediend tegen de daders van het geweld, in eigen land maar ook daarbuiten. Spaanse onderzoeksrechters hebben aangekondigd op korte termijn naar Guatemala te zullen reizen. Daar willen zij om onder anderen ex-dictator Efraín Rios Mont verhoren over zijn aandeel in de door de Waarheidscommissie geconstateerde volkerenmoord.
Voor Maya’s is het herbegraven van de slachtoffers van het geweld, met alle rituelen die daarbij horen, van levensbelang. Voor hen zijn levenden en doden met elkaar verbonden, ze hebben elkaar nodig. ‘Er heeft een voortdurende dialoog plaats tussen de persoon die gestorven is en de levenden die achterblijven’, aldus Felipe Gómez van Oxlajuj Ajpop, een verband van Maya-priesters. ‘Een persoon die niet op gepaste manier wordt begraven, vindt geen rust; het herbegraven van de stoffelijke resten is nodig om de communicatie te herstellen.’ In de periode van het geweld was begraven levensgevaarlijk en door de aanwezigheid van het leger praktisch onmogelijk.
Tijdens de rituelen die het herbegraven begeleiden, verzamelt de gemeenschap zich rond het offervuur. Maya-priesters groeten eerbiedig de vier windrichtingen en richten hun gelaat en gebeden tot het Hart van de Hemel en het Hart van de Aarde. Drie maal kussen zij de grond om vergeving te vragen voor het geweld dat ook de aarde werd aangedaan. In een poging de ontspoorde tijd weer in het gareel te brengen, worden alle 260 dagen van de rituele Maya-kalender in een eerbiedige cadans gereciteerd. En rond het offervuur worden tijdens de ceremonie de namen van alle omgebrachte geliefden één voor één uitgesproken. In het schijnsel van talloze kaarsen en omgeven door wolken wierook worden verbroken verbanden hersteld, komen levenden en doden eindelijk tot rust en kan de door het geweld gestagneerde geschiedenis opnieuw zijn loop nemen.
Krachtige dagen
Op 30 maart 2004, bij het aanbreken van de dag, trekken tienduizenden Maya’s naar het centrum van de hoofdstad van Guatemala. In het licht van de vroege morgen is de kleurige kleding waarneembaar die het dorp van herkomst van de verschillende groepen verraadt. De 30-ste maart is niet zomaar een dag. Volgens de Maya-kalender is het dan Jun E, ‘een goede dag om nieuwe wegen in te slaan en voorstellen te doen’. Jun E is uitgekozen om van de nieuwe regering van president Oscar Berger een diepgaande landhervorming te eisen en een landbouwbeleid dat rekening houdt met de cultuur en de behoeften van de Maya-bevolking.
De roep om grond van de Maya’s is niet nieuw. Toen die roep rond 1980 veranderde in georganiseerde actie sloegen grootgrondbezitters en militairen de handen ineen. Zij openden de aanval op de opstandige Maya’s en voerden op het platteland de ene massamoord na de andere uit. In 1996 werd in Guatemala de vrede getekend tussen de regering en het gewapend verzet. Het recht van de Maya-bevolking op de eigen cultuur en op grond om te kunnen bestaan, vormde onderdeel van de vredesakkoorden.
Maar van die afspraken is bitter weinig terechtgekomen. Opeenvolgende regeringen in Guatemala hebben een neo-liberaal landbouwbeleid uitgevoerd dat zich richt op grootschalige productie voor de export met grootgrondbezitters in de hoofdrol. Als gevolg van vrijhandelsakkoorden met de Verenigde Staten wordt Guatemala bovendien overspoeld door goedkope, genetisch gemanipuleerde maïs. De meer dan 600 variëteiten van maïs die de basis vormen van de economie maar ook van de cultuur en spiritualiteit van de Maya-bevolking dreigen hierdoor verloren te gaan.
Wie in Guatemala protesteert, riskeert het eigen leven en moet beschikken over bijzondere krachten, dat is de dramatische les die Maya’s in de loop van de geschiedenis hebben geleerd. Om die kracht af te smeken, worden in de vroege ochtend van 30 maart rituelen uitgevoerd op vier punten aan de rand van Guatemala stad- de vier kardinale punten van het Maya-kruis. Er worden kaarsen, wierook en geurige spijzen geofferd en Maya-priesters bidden om inzicht en doorzettingsvermogen voor alle deelnemers aan de manifestatie.
Dan begint de mars naar het centrum van de stad. Tegen alle verwachtingen in ontvangt president Berger een delegatie van Maya-leiders. Eén van hen, Juan Tiney, is daar eigenlijk niet verbaasd over. ‘Jun E is een heel krachtige dag in de Maya-kalender. Ook presidenten staan onder invloed van zo’n dag. Politiek en spiritualiteit gaan voor ons hand in hand. Onze spirituele leiders adviseren ons bij elke stap die wij als Maya-beweging zetten. Wij zijn ervan overtuigd dat we op die manier een kracht kunnen ontwikkelen die niet tegen te houden is.’
Dansen met de slang
Maya-koningen vind je alleen nog in graven. Maar de Maya’s zijn gebleven en in Guatemala maken ze nog steeds meer dan 60 procent van de bevolking uit. Wat ook is gebleven, is de kracht van een spiritualiteit die, om te overleven, de clandestiniteit zocht of nieuwe verbindingen aanging met opgelegde culturele en religieuze patronen. Hoe vitaal het ‘oude geloof’ is, blijkt nu Maya’s worstelen met de nasleep van een verschrikkelijke genocide en een riskante strijd voeren om grond waarvan ze in de loop van de eeuwen werden beroofd, terug te krijgen.
Het lijkt erop, dat de Maya’s van nu er niet zozeer op uit zijn om in Guatemala de macht te veroveren. Veel meer proberen zij vanuit de kracht van hun spiritualiteit de bestaande machten te doordringen en in goede banen te leiden. Maya’s ‘dansen met de slang’, een oud gebruik om in tijden van grote droogte behoedzaam contact te zoeken met de slang die symbool is van gevaar, maar ook van vruchtbaarheid en vernieuwing. De huidige rechtsstaat en het politieke apparaat van Guatemala zijn voor de Maya’s gevaarlijk als een slang. Maar door er behoedzaam mee te dansen, kan de kracht van de slang aangewend worden om nieuwe levenskansen te scheppen. De mysterieuze lading van de rituele kalender en de ononderbroken regelmaat van eerbiedige rituelen markeren het ritme waarop de dans als
vanouds wordt uitgevoerd.
Mario Coolen
Mario Coolen is verbonden aan de Interkerkelijke Ontwikkelingsorganisatie Solidaridad.
Hij is auteur van ‘Hart voor de Aarde, cultuur, spiritualiteit en mensenrechten van Maya’s in Guatemala’, uitgave Solidaridad Utrecht, 2e druk 2003.