Maya's banen nieuwe wegen in Guatemala

Guatemala heeft sinds enkele maanden een nieuwe regering. Aan grote woorden en mooie beloften heeft het sindsdien niet ontbroken. Maar komt daarmee ook een einde aan de armoede die meer dan de helft van de bevolking treft? En zullen de daders van de moordpartijen van de jaren tachtig eindelijk worden berecht? Voor de oorspronkelijke bewoners van Guatemala, de Maya’s die neer dan 60 procent van de bevolking uitmaken, zijn goede bedoelingen alleen niet voldoende. Bij de opbouw van een nieuw Guatemala vertrouwen zij vooral op de kracht van de eigen cultuur.

Rigoberta Menchú moest er diep over nadenken. Van de nieuwe president van Guatemala, Oscar Berger, kreeg ze het aanbod ‘bijzonder ambassadeur voor de Vredesakkoorden’ te worden. Maar was het wel verstandig die hoge post te aanvaarden? Rigoberta beseft dat haar internationaal prestige misbruikt kan worden door een regering die vooral uit vertegenwoordigers van de rijke elite bestaat. Toch besloot ze het avontuur te wagen. ‘Deze regering heeft goede bedoelingen’, is haar standpunt ‘en ik wil erbij zijn om de belangen van de Maya bevolking te verdedigen’. Lang niet iedereen in Guatemala is er gerust op dat Rigoberta Menchú overeind zal blijven op het glibberige pad van de politiek. Maar voorlopig krijgt ze veel steun voor haar besluit.

Nasleep van het geweld
Rosalina Tuyuc is een andere Maya-vrouw met veel aanzien. In Guatemala was ze vier jaar lid van het parlement en voor haar baanbrekende werk als verdedigster van de mensenrechten ontving ze in Nederland de prestigieuze Geuzenpenning. Maar op dit ogenblik heeft Rosalina andere dingen aan haar hoofd. In haar geboortedorp Comalapa graaft ze al maanden op het terrein van een vroegere kazerne. Daar werden begin jaren tachtig meer dan 250 mensen vermoord en begraven.
Rosalina doet dit werk samen met andere vrouwen die, net als zij zelf, in die periode hun man verloren. ‘We zoeken naar onze geliefden die gefolterd en geboeid in massagraven werden geworpen’ aldus Rosalina. ‘We zijn niet uit op wraak, maar we willen dat de waarheid bekend wordt. Heel de wereld moet weten dat in Guatemala volkerenmoord heeft plaats gehad’.
‘Pure onzin’, zegt generaal Pérez Molina, de belangrijkste veiligheidsadviseur van president Berger. ‘Hier vond geen massamoord plaats, maar een treffen tussen de Verenigde Staten en Rusland. Guatemala heeft daarbij de slachtoffers geleverd en de supermachten leverden de ideologie.’ Onder druk van Conavigua, een organisatie van Maya-weduwen, heeft president Berger intussen een Nationale Commissie voor Schadeloosstelling ingesteld met Rosalina Tuyuc als voorzitter. Maar net als Rigoberta heeft ook Rosalina aangekondigd dat zij zich terugtrekt zo gauw de regering haar beloften niet nakomt.

Niet alleen in Comalapa, maar ook in andere delen van het land zoeken nabestaanden naar de stoffelijke resten van hun geliefde doden. De Waarheidscommissie van Guatemala slaagde er in 669 massagraven te lokaliseren, maar antropologen die de opgravingen verrichten schatten hun aantal op minstens 1300. Tot nu toe hebben ze 3000 stoffelijke resten blootgelegd; ze verwachten nog zeker vijftien jaar nodig te hebben om hun werk te voltooien.

Voor de Maya’s is het begraven van de doden met alle rituelen die daarbij horen, van levensbelang. Levenden en de doden zijn met elkaar verbonden en hebben elkaar nodig. In de periode van het geweld was begraven levensgevaarlijk en door de aanwezigheid van het leger praktisch onmogelijk. Door het herbegraven van de slachtoffers van het geweld wordt het contact hersteld en komen de doden én de levenden eindelijk tot rust.

Eerherstel voor de meer dan 200.000 slachtoffers van het geweld en berechting van de daders is en blijft voor de nabestaanden een absolute prioriteit. Dat één van die daders, generaal Rios Mont, bij de verkiezingen van 2003 buitenspel werd gezet, is een stap in de goede richting. Rios Mont verloor door zijn verkiezingsnederlaag ook zijn politieke onschendbaarheid en kan nu, ook internationaal, vervolgd worden voor de onder zijn bewind gepleegde misdaden tegen de menselijkheid. De Spaanse onderzoeksrechter Garzón, die ook de internationale vervolging van generaal Pinochet leidde, heeft al aangekondigd op korte termijn naar Guatemala te zullen reizen. Hij wil er onder anderen Rios Mont verhoren in verband met de moord op een tiental Spaanse missionarissen. Ook familieleden van twee vermoorde Belgische missionarissen hebben inmiddels een aanklacht ingediend tegen hoge militaire en voormalige politieke leiders van Guatemala.

Toch zijn de internationale processen slechts een eerste begin in de strijd tegen de straffeloosheid die Guatemala in haar greep houdt. De daders uit de periode van het geweld hebben zich intussen verbonden met nieuwe criminelen op het gebied van drugshandel en mensensmokkel en lijken onaantastbaar. Er ligt nu een nieuw voorstel om met ondersteuning van de Verenigde Naties een internationale commissie in te stellen om de ‘parallelle groepen’ die zich in het staatsapparaat hebben genesteld, te bestrijden. Een parlementaire delegatie uit Nederland was onlangs in Guatemala om de oprichting van een dergelijke commissie te bepleiten. Maar in het land zelf zijn het dezelfde obscure krachten van vroeger die het nieuwe initiatief met alle geweld proberen te dwarsbomen.

De roep om grond
Al meer dan tien jaar geleden schreven de bisschoppen van Guatemala een pastorale brief met de veelzeggende titel e roep om grond’. Ze hielden daarin een hartstochtelijk pleidooi voor diepgaande veranderingen op het gebied van grondbezit van landbouwpolitiek. De bisschoppen waarschuwden de grootgrondbezitters voor de gevolgen van een massale opstand van wanhopige boeren. Die waarschuwing was niet nieuw. Met eigen ogen hadden de eigenaars van grote plantages gezien hoe eind jaren zeventig duizenden verarmde boeren de zijde kozen van het gewapend verzet om aldus broodnodige veranderingen af te dwingen. Toen in 1996 in Guatemala de vrede werd getekend, werden er afspraken gemaakt om verbetering te brengen in de situatie van armoede en uitbuiting van de plattelandbevolking, die in overgrote meerderheid uit Maya’s bestaat.
Van die afspraken is bitter weinig terechtgekomen. Bovendien heeft de recente internationale koffiecrisis ertoe geleid dat naar schatting 300.000 koffieplukkers hun werk op de plantages hebben verloren. Met nog meer armoede en honger als gevolg.
Intussen laten de boerenorganisaties het er niet bij zitten. Op 30 maart 2004 trokken tienduizenden mannen, vrouwen en kinderen naar de hoofdstad van Guatemala om te demonstreren voor een nieuw landbouwbeleid. Wat op die 30 maart vooral opviel, was hoezeer de strijd van de Maya’s voor grond verbonden is met hun eeuwenoude cultuur en spiritualiteit. In de vroege ochtend van die dag werden rituelen uitgevoerd op vier punten aan de rand van Guatemala-stad (de vier kardinale punten van het Maya kruis). Er werden kaarsen, wierook en geurige spijzen geofferd en Maya-priesters baden om kracht en inzicht voor alle deelnemers aan de manifestatie.
Bewust was 30 maart uitgekozen. Volgens de rituele Maya kalender is het dan Jun E, ‘een goede dag om nieuwe wegen in te slaan en voorstellen te doen'. Aan het einde van die dag werd een delegatie van boeren ontvangen door de president van Guatemala. Die beloofde plechtig het thema van de grond hoog op de politieke agenda te zullen plaatsen. Die belofte werd door de Maya’s met de nodige scepsis begroet. Want terwijl de president, die zelf behoort tot een rijke familie van grootgrondbezitters, mooie woorden spreekt, worden elders in het land leger en politie ingezet om boeren te verwijderen van plantages die ze hebben bezet omdat ze al maanden geen loon hebben ontvangen.

Gevaarlijke bisschop
Op 28 april jl. werd er in Guatemala opnieuw gedemonstreerd en weer was de eis een nieuw landbouwbeleid voor de verarmde plattelandsbevolking. Tussen de talloze Maya’s in hun kleurrijke kleding viel dit maal één persoon bijzonder op: bisschop Alvaro Ramazzini uit San Marcos. In het bisdom van mgr. Ramazzini liggen veel grote koffieplantages en de eigenaars hebben er in het verleden fabelachtige winsten gemaakt. Maar met de internationale koffiecrisis is aan deze situatie een einde gekomen. Veel grootgrondbezitters laten de koffie voorlopig gewoon aan de struiken hangen, met als gevolg dat in San Marcos veel seizoenarbeiders zonder werk zijn komen zitten.

De gevolgen zijn voor iedereen zichtbaar: ondervoeding en steeds vaker ook regelrechte hongersnood; vooral kinderen zijn er het slachtoffer van. Door het gebrek aan werk trekken veel landloze Maya’s weg uit San Marcos, wanhopig op zoek naar werk dat er niet is. Steeds meer personen wagen een riskante tocht naar de Verenigde Staten, waar op dit moment al meer dan één miljoen Guatemalteken verblijft. De meesten van hen zijn er illegaal en daardoor vaak opnieuw slachtoffer van uitbuiting en geweld.

‘Natuurlijk steunt de kerk de roep om landhervorming’, verklaarde bisschop Ramazzini onlangs. Hij schaamt er zich niet voor mee te lopen in demonstraties van boeren en hij heeft er begrip voor, dat ontslagen arbeiders braakliggende gronden bezetten ‘omdat ook volgens de sociale leer van de kerk het recht op leven belangrijker is dan het recht op privé-bezit’.
Wanneer in Nederland een bisschop zegt dat je een brood mag stelen als je dreigt te sterven van de honger, klinkt dat bijna als een grap. Maar in een land als Guatemala is zo’n uitspraak levensgevaarlijk. De grootgrondbezitters van San Marcos zijn razend en noemen Ramazzini een gevaarlijke opruier.
Een dergelijk verkapt dreigement ontving destijds ook een andere Guatemalteekse bisschop, mgr. Gerardi, die het onderzoek van de kerk leidde naar de periode van het geweld. Op 26 april 1998, twee dagen na het publiceren van de resultaten van het onderzoek, werd bisschop Gerardi vermoord. De bisschoppenconferentie van Guatemala heeft intussen verklaard vierkant achter mgr. Ramazzini te staan.

Interreligieuze dialoog
Eeuwenlang zijn de Maya’s door de machthebbers van Guatemala als tweederangs mensen beschouwd, geen medeburgers om trots op te zijn maar eerder een noodzakelijk kwaad. Ze zijn goed voor het zware werk op plantages of in de huishouding. Tijdens verkiezingscampagnes krijgen ze plotseling bezoek van kandidaten die uit zijn op stemmen en Maya’s vullen nog steeds christelijke kerken die elders leeglopen.

Maar in die situatie van achterstand en achterstelling lijkt nu verandering te komen. Ondanks tijden van onderdrukking en vervolging hebben Maya’s belangrijke onderdelen van hun cultuur bewaard. Met een ongekend elan verdedigen zij momenteel het recht op grond, op berechting van de daders van het geweld en op een waardig bestaan. Ze putten daarbij kracht uit eigen bronnen van eeuwenoude spiritualiteit, ze voeren rituelen uit op het moment dat ze manifestaties en riskante grondbezettingen voorbereiden. Ook zijn ze blij met de steun van een kerk die, ook al vergat zij regelmatig haar roeping, geworteld is in een profetische traditie van bevrijding uit onrecht en onderdrukking.
In Guatemala is interreligieuze dialoog geen vrijblijvend gespreksthema. Het is een gedeelde strijd die Maya’s en kerken na eeuwen van verwijdering tot elkaar brengt.

Mario Coolen

Mario Coolen is verbonden aan de Interkerkelijke ontwikkelingsorganisatie Solidaridad.