De voetzolen van Bin Laden
Het is verbluffend zoals in Afrika cultuuruitingen uit alle windrichtingen naast elkaar bestaansrecht krijgen. De een laat de ander ongestoord zijn kunstje vertonen.? In het vliegtuig van Tsjaad naar Nederland ervaart Theo Ruyter dat de ?botsing der beschavingen? helemaal geen botsing hoeft te zijn.
We zitten eindelijk in de lucht. De gezagvoerder van vlucht ET 952 biedt zijn excuses aan voor de vertraging, De purser komt langs met een stapel Newsweeks, stralend alsof ze zich geen mooier cadeautje voor haar passagiers kon voorstellen. Ach, nieuws is nieuws. Het is lang geleden dat ik het blad in handen had, je weet maar nooit. De bebaarde mannen met hun lichtgekleurde tunieken, in de korte rijen links voor me, slaan het aanbod beleefd af. Mijn buurman vraagt, in het Engels, of ze geen lokale kranten in haar leesportefeuille heeft. Nee meneer, misschien morgen. Ze moeten er beiden om lachen.
War on terror is, zie ik, een aparte sectie in het blad geworden. Naast World affairs, Business en het thema van de week Health for life. Het hoofdartikel van de sectie gaat over de plannen van Al Qaida met Irak. Een groene nachtfoto van korrelige militairen die met kijkers in de verte turen suggereert dat de redactie tot diep in de Afghaanse grotten is doorgedrongen om Osama bin Laden zijn nieuwste strategie te ontfutselen.
Het stuk is gebaseerd op de ontmoeting van een verslaggever op Pakistaans grondgebied met? een tolk die half november aanwezig was bij een supergeheim overleg van afgezanten van Bin Laden met ondergedoken Talibanleiders. Al Qaida zou? de steun aan de Taliban willen verminderen en het zwaartepunt van zijn activiteiten verleggen naar Irak.
De hoofdfilm is begonnen: White Christmas, Bing Crosby in Amerikaanse kerstsfeer. Succes verzekerd, zullen ze wel gedacht hebben, wat voor publiek er ook in het vliegtuig zit. Het gordijn tussen de eerste en de toeristenklasse is nog open, zodat ik de film op drie monitoren, van groot naar klein of andersom, kan volgen.
Bij de toiletten, nog geen tien passen bij me vandaan, is beroering ontstaan. Twee mannen op slippers, met een wit hoofddeksel, zijn druk in de weer met kleedjes die ze hebben uitgerold op het stukje vloer tussen de toiletten en de zijwand van het vliegtuig. Ik herken een van hen aan zijn lange grijsbruine baard zonder snor. Die zat op het vliegveld, in de wachtzaal voor vertrekkende reizigers, schuin tegenover me. Onderuitgezakt in een van die grote gebloemde fauteuils, die sinds de verbouwing enige genoegdoening bieden voor de lange wachttijden. Een sjeik of imam, vermoedde ik, gezien zijn uiterlijk en de onderdanigheid waarmee anderen hem benaderden.
De andere man - zijn assistent? -? kijkt onrustig om zich heen en draait nu zijn kleedje een kwart slag. Mijn horloge geeft uitsluitsel: het is bijna zes uur, dus er moet worden gebeden maar het is niet helemaal duidelijk waar het oosten ligt.
De imam is het zat. Hij glijdt uit zijn slippers en knielt neer. De andere man volgt zijn voorbeeld. Ze zitten in de lengterichting van het vliegtuig. Twee paar voetzolen gaan op en neer. Af en toe dringen klanken van hun geprevel tot me door.
Religie leidt tot zelfdiscipline?
Een van de vragen die zich de laatste tijd steeds sterker aan me opdrongen was: is het de godsdienst die mensen in staat stelt tot zelfdiscipline? Of moet je gedisciplineerd zijn om te kunnen leven als een goede islamiet? Ik neig naar het eerste, omdat de ervaring me heeft geleerd dat er een verband bestaat tussen actieve geloofsbeleving en normbesef in het dagelijks leven. De meest serieuze, sociaal bewogen en gemotiveerde mensen die ik in Tsjaad ken, gaan naar de kerk of houden zich aan de basisregels van de islam.
Zeker in de steden, waar etnische en godsdienstige diversiteit per definitie de boventoon voeren, voorzien de godsdiensten in een tweeledige behoefte die volgens de deskundigen kenmerkend is voor Afrikanen in het algemeen: de behoefte vorm te geven aan het oeroude besef dat er meer is dan dit leven op deze aarde en de behoefte zich te manifesteren als een sociaal wezen dat zijn leven wil delen met andere mensen. Er zijn aanwijzingen dat het laatste niet meer overal en altijd opgaat en dat Afrikanen niet immuun zijn voor de West-Europese vorm van individualisme. Maar ik kan me voorlopig niet voorstellen dat godsbesef en religie hier net zo zeer in vergetelheid en in diskrediet geraken als bij ons. Het valt hier eigenlijk aan niemand uit te leggen waarom je niet naar de kerk of moskee gaat en je je niet bij een of andere godsdienst laat indelen.
De twee mannen sluiten hun gebed af en staan weer op. Twee andere staan klaar om hun plaatsen in te nemen. Ze zijn geheel in het wit gekleed. Ik zag hen vanmiddag, toen de zon nog hoog aan de hemel stond,? bezig met de rituele wassingen die, als het even kan, aan elke gebedsronde voorafgaan. Het verbaast me altijd weer hoe ze met een paar handjes water hun halve lichaam een beurt geven. Ook het slot van de ceremonie, met het restje water de mond spoelen om het vervolgens met een wijde boog uit te spugen, zie ik nog haarscherp voor me.
Het haar van de ene man is even glanzend zwart als dat van de Bin Laden in Newsweek. Ik durf te wedden dat het geverfd is. Ik zag vanmiddag in het voorbijgaan een grijs randje bij zijn humeurige onderlip. In tegenstelling tot de imam van zo?ven heeft hij wel een snor en zijn neus zou Michael Jackson een hartaanval bezorgen. Zijn voetzolen zijn blanker dan die van zijn compagnon. Zou Osama bin Laden er op dit moment ook zo bij zitten, in zijn Afghaanse schuilplaats? Of reist hij vrolijk rond, vermomd en met perfect vervalste papieren? Zijn dit soms zijn vrome, vogelvrij verklaarde, voetzolen?
Zonder acht te slaan op het biddende tweetal komt een stewardess met een volgeladen karretje uit de eerste klas onze afdeling binnenrijden. Ze draagt een schort. Dus nog even en we gaan eten, maar eerst borreltijd! Ik zie al een paar flessen Gouder met hun gouden koppen boven de pakken sap uitsteken.?
Op het videoscherm is een dansensemble in de weer. Een witte danseres in een kort rokje staat in het middelpunt. Mannen met zwarte pakken en hoge hoeden lopen zwierig af en aan. Om beurten vormen ze een duo met de danseres, die armen en benen te kort komt.? Nu gaat ze de lucht in, zingend, op de palmen van een tiental handen. In de bovenwaartse beweging werd even haar broekje zichtbaar. Nu hangt het rokje weer tot over de rand van haar billen.
Ze doen maar, het deert me niet
Het is verbluffend zoals in Afrika cultuuruitingen uit alle windrichtingen naast elkaar bestaansrecht krijgen. De vrome moslim wendt gewoon zijn gezicht af, als een film hem vreemd voorkomt, of hij zet in gedachten het beeld op zwart. Hij heeft wel wat beters te doen. De een laat de ander ongestoord zijn kunstje vertonen. Zo zou ook ik dat toneelstukje bij de toiletten kunnen zien: ze doen maar,? het deert me niet. In plaats van, bewust of onbewust, een oordeel te vellen zoals ?die zijn gek? of ?wat een fundamentalistisch gedoe?. Ze doen gewoon wat ze niet laten kunnen, net als ik. De ?botsing der beschavingen? begint pas waar de een zich superieur acht aan de ander en zich daarom geroepen voelt zijn cultuur op te dringen. Zolang de een geen macht wil uitoefenen over de ander, is er geen vuiltje aan de lucht.
Ik dacht enkele minuten geleden dat ze zat te slapen, maar de vrouw naast me, aan de andere kant van het zijpad, blijkt eveneens in gebed verzonken. Ze beweegt haar mond en, nu ik blijf kijken, meen ik af en toe ook klanken op te vangen. Ze draagt een boubou en hoofdtooi in tinten bruin en oranje, versierd met pailletten, en maakt ongeveer dezelfde bewegingen als de mannen op de kleedjes verderop, zij het meer ingehouden en gestileerd. De man pronkt opzichtig met zijn veren om zijn Schepper te behagen. De vrouw onderhoudt met Hem een veel intiemere relatie.
Intussen? is een derde tweetal overeind gekomen. Geen witte tunieken deze keer, maar boubous. Licht groen en gebleekt paars. Wel baarden, geen snorren. Ze begeven zich geluidloos naar de twee vierkante meter tussen het gangpad en de patrijspoorten. Daar blijven ze gebogen naar de vloer staan kijken. Dan pakt de jongste van de twee een kleedje vast en rolt het weer uit in de breedterichting van het vliegtuig. Het andere kleedje ernaast. Hebben we ongemerkt een andere, meer noordelijke, koers genomen?? Knap dat zij dat zonder kompas of wat dan ook hebben gemerkt!?
De oppervlakkige toeschouwer kon bij de vorige tweetallen nog denken dat ze Bing Crosby of een andere filmster aanbaden, nu keren ze de voorbode van het naderend kerstfeest? letterlijk? de rug toe: aan dat heidense gedoe met versierde bomen en bejaarde kabouters hebben wij geen boodschap, meneer.
Je kunt van Tsjaad zeggen wat je wilt, maar het feit dat veel mannen boubous beschouwen als statussymbool geeft het openbare leven in ieder geval een ogenstrelend cachet. De vrome islamitische voorgangers hullen zich geheel in een sober wit, maar de overgrote meerderheid toont een voorkeur voor kleur. Met z?n allen trekken ze, als bloemen op een mestvaalt, vaak zoveel aandacht dat je alle troep en verval in de openbare ruimte niet meer ziet of ruikt.
Bovendien lijkt kleding langzamerhand een manier geworden om de ogenschijnlijk onoverbrugbare kloof tussen (islamitische) noorderlingen en (christelijke) zuiderlingen te overbruggen. Hoewel de eerstgenoemden niet zo gemakkelijk hun boubou verruilen voor een westers pak of kleurrijk ensemble van West-Afrikaanse stof, vertonen goed verdienende jonge mannen van zuidelijke komaf zich in de stad toch steeds vaker in een stijlvolle boubou. Wie weet komt de nationale identiteit waar men al decennia lang naar haakt, straks uit de klerenkast.
Ik word herkend als bekeerling
Verdomd, die kanjer die voor me in de rij stond bij de douane in N?Djamena, hoort ook bij het gezelschap! Hij heeft iets extra?s aangetrokken, maar het mouwloze T-shirt en de snelle broek met al die zakken zijn nog goed zichtbaar. Geroutineerd knielt hij neer, gevolgd door een andere jonge man zonder baard in een gewone pantalon met overhemd. Zouden het leerlingen zijn, die een hoog geestelijk ambt ambi?ren? Of bodyguards van de heren die daar eerder zaten te bidden?
Op de monitoren wordt opnieuw enthousiast gedanst. De heren zien er niet meer uit als goochelaars, het meisje heeft versterking gekregen van seksegenoten met rode strikken in het blonde haar, de kerstwarmte straalt me tegemoet. (Het is voor mij een stomme film, omdat ik in de consternatie heb nagelaten af te stemmen op het bijpassende geluid.)
Ik ruik eten. Het karretje staat al bij het stelletje mannen links vooraan; ze hebben de omringende passagiers tien minuten lang met hun vertoon van godvruchtigheid gesticht. De stewardess maakt ruimte, zodat ook het laatste tweetal zijn plaats weer kan innemen. Met een gulle lach vult ze de plastic bekertjes met mineraalwater of vruchtensap. Welk menu ze kiezen ? vis of kip ? kan ik net niet zien.
Ik heb bij het eten nog een fles Gouder gesavoureerd, al was de combinatie met vis niet echt geslaagd. De koffie zet ik uit mijn hoofd. In plaats daarvan zoek ik het audiokanaal waar de luchtvaartmaatschappij een geluidenkunstenaar heeft geprogrammeerd, die me wil meenemen op een geestverlichtende reis. Ik weet nu al wat er zal gebeuren.
Zodra we aankomen op het vliegveld van Addis Abeba, wend ik me tot de imam met de bruingrijze baard. Hij herkent en erkent mij onmiddellijk als bekeerling en wijst mij de look-alike van Osama bin Laden toe als persoonlijke raadsman. Gezamenlijk reizen we naar Mekka, waar de vrouw in de robe bezaaid met pailletten op mij wacht. Onze bruiloft neemt een hele week in beslag. Daarna krijgen we een duobaan als conci?rge van een moskee op Schiermonnikoog.
Theo Ruyter
Theo Ruyter was tot december 2003 ontwikkelingswerker in Tsjaad. Hij heeft veel publicaties over ontwikkelingssamenwerking op zijn naam staan.
We zitten eindelijk in de lucht. De gezagvoerder van vlucht ET 952 biedt zijn excuses aan voor de vertraging, De purser komt langs met een stapel Newsweeks, stralend alsof ze zich geen mooier cadeautje voor haar passagiers kon voorstellen. Ach, nieuws is nieuws. Het is lang geleden dat ik het blad in handen had, je weet maar nooit. De bebaarde mannen met hun lichtgekleurde tunieken, in de korte rijen links voor me, slaan het aanbod beleefd af. Mijn buurman vraagt, in het Engels, of ze geen lokale kranten in haar leesportefeuille heeft. Nee meneer, misschien morgen. Ze moeten er beiden om lachen.
War on terror is, zie ik, een aparte sectie in het blad geworden. Naast World affairs, Business en het thema van de week Health for life. Het hoofdartikel van de sectie gaat over de plannen van Al Qaida met Irak. Een groene nachtfoto van korrelige militairen die met kijkers in de verte turen suggereert dat de redactie tot diep in de Afghaanse grotten is doorgedrongen om Osama bin Laden zijn nieuwste strategie te ontfutselen.
Het stuk is gebaseerd op de ontmoeting van een verslaggever op Pakistaans grondgebied met? een tolk die half november aanwezig was bij een supergeheim overleg van afgezanten van Bin Laden met ondergedoken Talibanleiders. Al Qaida zou? de steun aan de Taliban willen verminderen en het zwaartepunt van zijn activiteiten verleggen naar Irak.
De hoofdfilm is begonnen: White Christmas, Bing Crosby in Amerikaanse kerstsfeer. Succes verzekerd, zullen ze wel gedacht hebben, wat voor publiek er ook in het vliegtuig zit. Het gordijn tussen de eerste en de toeristenklasse is nog open, zodat ik de film op drie monitoren, van groot naar klein of andersom, kan volgen.
Bij de toiletten, nog geen tien passen bij me vandaan, is beroering ontstaan. Twee mannen op slippers, met een wit hoofddeksel, zijn druk in de weer met kleedjes die ze hebben uitgerold op het stukje vloer tussen de toiletten en de zijwand van het vliegtuig. Ik herken een van hen aan zijn lange grijsbruine baard zonder snor. Die zat op het vliegveld, in de wachtzaal voor vertrekkende reizigers, schuin tegenover me. Onderuitgezakt in een van die grote gebloemde fauteuils, die sinds de verbouwing enige genoegdoening bieden voor de lange wachttijden. Een sjeik of imam, vermoedde ik, gezien zijn uiterlijk en de onderdanigheid waarmee anderen hem benaderden.
De andere man - zijn assistent? -? kijkt onrustig om zich heen en draait nu zijn kleedje een kwart slag. Mijn horloge geeft uitsluitsel: het is bijna zes uur, dus er moet worden gebeden maar het is niet helemaal duidelijk waar het oosten ligt.
De imam is het zat. Hij glijdt uit zijn slippers en knielt neer. De andere man volgt zijn voorbeeld. Ze zitten in de lengterichting van het vliegtuig. Twee paar voetzolen gaan op en neer. Af en toe dringen klanken van hun geprevel tot me door.
Religie leidt tot zelfdiscipline?
Een van de vragen die zich de laatste tijd steeds sterker aan me opdrongen was: is het de godsdienst die mensen in staat stelt tot zelfdiscipline? Of moet je gedisciplineerd zijn om te kunnen leven als een goede islamiet? Ik neig naar het eerste, omdat de ervaring me heeft geleerd dat er een verband bestaat tussen actieve geloofsbeleving en normbesef in het dagelijks leven. De meest serieuze, sociaal bewogen en gemotiveerde mensen die ik in Tsjaad ken, gaan naar de kerk of houden zich aan de basisregels van de islam.
Zeker in de steden, waar etnische en godsdienstige diversiteit per definitie de boventoon voeren, voorzien de godsdiensten in een tweeledige behoefte die volgens de deskundigen kenmerkend is voor Afrikanen in het algemeen: de behoefte vorm te geven aan het oeroude besef dat er meer is dan dit leven op deze aarde en de behoefte zich te manifesteren als een sociaal wezen dat zijn leven wil delen met andere mensen. Er zijn aanwijzingen dat het laatste niet meer overal en altijd opgaat en dat Afrikanen niet immuun zijn voor de West-Europese vorm van individualisme. Maar ik kan me voorlopig niet voorstellen dat godsbesef en religie hier net zo zeer in vergetelheid en in diskrediet geraken als bij ons. Het valt hier eigenlijk aan niemand uit te leggen waarom je niet naar de kerk of moskee gaat en je je niet bij een of andere godsdienst laat indelen.
De twee mannen sluiten hun gebed af en staan weer op. Twee andere staan klaar om hun plaatsen in te nemen. Ze zijn geheel in het wit gekleed. Ik zag hen vanmiddag, toen de zon nog hoog aan de hemel stond,? bezig met de rituele wassingen die, als het even kan, aan elke gebedsronde voorafgaan. Het verbaast me altijd weer hoe ze met een paar handjes water hun halve lichaam een beurt geven. Ook het slot van de ceremonie, met het restje water de mond spoelen om het vervolgens met een wijde boog uit te spugen, zie ik nog haarscherp voor me.
Het haar van de ene man is even glanzend zwart als dat van de Bin Laden in Newsweek. Ik durf te wedden dat het geverfd is. Ik zag vanmiddag in het voorbijgaan een grijs randje bij zijn humeurige onderlip. In tegenstelling tot de imam van zo?ven heeft hij wel een snor en zijn neus zou Michael Jackson een hartaanval bezorgen. Zijn voetzolen zijn blanker dan die van zijn compagnon. Zou Osama bin Laden er op dit moment ook zo bij zitten, in zijn Afghaanse schuilplaats? Of reist hij vrolijk rond, vermomd en met perfect vervalste papieren? Zijn dit soms zijn vrome, vogelvrij verklaarde, voetzolen?
Zonder acht te slaan op het biddende tweetal komt een stewardess met een volgeladen karretje uit de eerste klas onze afdeling binnenrijden. Ze draagt een schort. Dus nog even en we gaan eten, maar eerst borreltijd! Ik zie al een paar flessen Gouder met hun gouden koppen boven de pakken sap uitsteken.?
Op het videoscherm is een dansensemble in de weer. Een witte danseres in een kort rokje staat in het middelpunt. Mannen met zwarte pakken en hoge hoeden lopen zwierig af en aan. Om beurten vormen ze een duo met de danseres, die armen en benen te kort komt.? Nu gaat ze de lucht in, zingend, op de palmen van een tiental handen. In de bovenwaartse beweging werd even haar broekje zichtbaar. Nu hangt het rokje weer tot over de rand van haar billen.
Ze doen maar, het deert me niet
Het is verbluffend zoals in Afrika cultuuruitingen uit alle windrichtingen naast elkaar bestaansrecht krijgen. De vrome moslim wendt gewoon zijn gezicht af, als een film hem vreemd voorkomt, of hij zet in gedachten het beeld op zwart. Hij heeft wel wat beters te doen. De een laat de ander ongestoord zijn kunstje vertonen. Zo zou ook ik dat toneelstukje bij de toiletten kunnen zien: ze doen maar,? het deert me niet. In plaats van, bewust of onbewust, een oordeel te vellen zoals ?die zijn gek? of ?wat een fundamentalistisch gedoe?. Ze doen gewoon wat ze niet laten kunnen, net als ik. De ?botsing der beschavingen? begint pas waar de een zich superieur acht aan de ander en zich daarom geroepen voelt zijn cultuur op te dringen. Zolang de een geen macht wil uitoefenen over de ander, is er geen vuiltje aan de lucht.
Ik dacht enkele minuten geleden dat ze zat te slapen, maar de vrouw naast me, aan de andere kant van het zijpad, blijkt eveneens in gebed verzonken. Ze beweegt haar mond en, nu ik blijf kijken, meen ik af en toe ook klanken op te vangen. Ze draagt een boubou en hoofdtooi in tinten bruin en oranje, versierd met pailletten, en maakt ongeveer dezelfde bewegingen als de mannen op de kleedjes verderop, zij het meer ingehouden en gestileerd. De man pronkt opzichtig met zijn veren om zijn Schepper te behagen. De vrouw onderhoudt met Hem een veel intiemere relatie.
Intussen? is een derde tweetal overeind gekomen. Geen witte tunieken deze keer, maar boubous. Licht groen en gebleekt paars. Wel baarden, geen snorren. Ze begeven zich geluidloos naar de twee vierkante meter tussen het gangpad en de patrijspoorten. Daar blijven ze gebogen naar de vloer staan kijken. Dan pakt de jongste van de twee een kleedje vast en rolt het weer uit in de breedterichting van het vliegtuig. Het andere kleedje ernaast. Hebben we ongemerkt een andere, meer noordelijke, koers genomen?? Knap dat zij dat zonder kompas of wat dan ook hebben gemerkt!?
De oppervlakkige toeschouwer kon bij de vorige tweetallen nog denken dat ze Bing Crosby of een andere filmster aanbaden, nu keren ze de voorbode van het naderend kerstfeest? letterlijk? de rug toe: aan dat heidense gedoe met versierde bomen en bejaarde kabouters hebben wij geen boodschap, meneer.
Je kunt van Tsjaad zeggen wat je wilt, maar het feit dat veel mannen boubous beschouwen als statussymbool geeft het openbare leven in ieder geval een ogenstrelend cachet. De vrome islamitische voorgangers hullen zich geheel in een sober wit, maar de overgrote meerderheid toont een voorkeur voor kleur. Met z?n allen trekken ze, als bloemen op een mestvaalt, vaak zoveel aandacht dat je alle troep en verval in de openbare ruimte niet meer ziet of ruikt.
Bovendien lijkt kleding langzamerhand een manier geworden om de ogenschijnlijk onoverbrugbare kloof tussen (islamitische) noorderlingen en (christelijke) zuiderlingen te overbruggen. Hoewel de eerstgenoemden niet zo gemakkelijk hun boubou verruilen voor een westers pak of kleurrijk ensemble van West-Afrikaanse stof, vertonen goed verdienende jonge mannen van zuidelijke komaf zich in de stad toch steeds vaker in een stijlvolle boubou. Wie weet komt de nationale identiteit waar men al decennia lang naar haakt, straks uit de klerenkast.
Ik word herkend als bekeerling
Verdomd, die kanjer die voor me in de rij stond bij de douane in N?Djamena, hoort ook bij het gezelschap! Hij heeft iets extra?s aangetrokken, maar het mouwloze T-shirt en de snelle broek met al die zakken zijn nog goed zichtbaar. Geroutineerd knielt hij neer, gevolgd door een andere jonge man zonder baard in een gewone pantalon met overhemd. Zouden het leerlingen zijn, die een hoog geestelijk ambt ambi?ren? Of bodyguards van de heren die daar eerder zaten te bidden?
Op de monitoren wordt opnieuw enthousiast gedanst. De heren zien er niet meer uit als goochelaars, het meisje heeft versterking gekregen van seksegenoten met rode strikken in het blonde haar, de kerstwarmte straalt me tegemoet. (Het is voor mij een stomme film, omdat ik in de consternatie heb nagelaten af te stemmen op het bijpassende geluid.)
Ik ruik eten. Het karretje staat al bij het stelletje mannen links vooraan; ze hebben de omringende passagiers tien minuten lang met hun vertoon van godvruchtigheid gesticht. De stewardess maakt ruimte, zodat ook het laatste tweetal zijn plaats weer kan innemen. Met een gulle lach vult ze de plastic bekertjes met mineraalwater of vruchtensap. Welk menu ze kiezen ? vis of kip ? kan ik net niet zien.
Ik heb bij het eten nog een fles Gouder gesavoureerd, al was de combinatie met vis niet echt geslaagd. De koffie zet ik uit mijn hoofd. In plaats daarvan zoek ik het audiokanaal waar de luchtvaartmaatschappij een geluidenkunstenaar heeft geprogrammeerd, die me wil meenemen op een geestverlichtende reis. Ik weet nu al wat er zal gebeuren.
Zodra we aankomen op het vliegveld van Addis Abeba, wend ik me tot de imam met de bruingrijze baard. Hij herkent en erkent mij onmiddellijk als bekeerling en wijst mij de look-alike van Osama bin Laden toe als persoonlijke raadsman. Gezamenlijk reizen we naar Mekka, waar de vrouw in de robe bezaaid met pailletten op mij wacht. Onze bruiloft neemt een hele week in beslag. Daarna krijgen we een duobaan als conci?rge van een moskee op Schiermonnikoog.
Theo Ruyter
Theo Ruyter was tot december 2003 ontwikkelingswerker in Tsjaad. Hij heeft veel publicaties over ontwikkelingssamenwerking op zijn naam staan.