Stop de kille onthechting

Libertair-socialistische idealen verbinden met een ‘spiritueel’ wereldbeeld, kan dat?

Onder libertair socialisme versta ik een politieke filosofie die een maximale solidariteit tussen individuen centraal stelt, terwijl het daarbij tegelijkertijd de persoonlijke vrijheid maximaal waarborgt. Het libertair socialisme wordt wel eens opgevat als een benadering van een variant van het anarchisme. In het anarchisme staat in het algemeen het opheffen van machtsverhoudingen en machtsmisbruik centraal. Dit impliceert in ieder geval een zo groot mogelijke vrijheid, maar nog niet per se een maximale solidariteit.
Bovendien verlamt een te strikt doorgevoerd anarchisme zichzelf op den duur, omdat het kan leiden tot een vermijden van elke vorm van (ook functioneel-)hiërarchische structuur en daarmee ook van effectieve organisatie. Het libertair socialisme probeert de totale individuele vrijheid zoveel mogelijk te benaderen, maar zonder dat het elke vorm van organisatie en functionele hiërarchie principieel afwijst.
Daarnaast kiest het (anders dan bepaalde 'egoïstische' of terroristische anarchisten) expliciet voor het ideaal van solidariteit en verklaart het zichzelf daarin verwant aan andere vormen van socialisme, zoals sociaal-democratie en communisme. In feite is het deze centraliteit van het ideaal van solidariteit dat linkse bewegingen met elkaar verbindt.
 
Onder spiritualiteit versta ik een levenshouding waarbij het aardse leven wordt opgevat als iets dat verband houdt met een ruimere, geestelijke werkelijkheid. Een werkelijkheid die niet slechts het toevallige resultaat is van fysieke natuurwetten. Collectivisme versus de belangen van het individu
 
Solidariteit kan in het algemeen op twee manieren worden opgevat, namelijk collectivistisch of individualistisch. Bij het collectivisme gaat men uit van een algemene, abstracte eenheid van een groep die belangrijker zou zijn dan de individuen die de groep in kwestie samenstellen. Het algemene belang zou belangrijker zijn dan het individuele belang. Totalitaire en autoritaire systemen presenteren zich per definitie als collectivistisch, en dit geldt zowel binnen ‘communistische’ staten als binnen rechtse (inclusief fascistische) dictaturen.
Nu bestaat er van oudsher een sterk verband tussen veel spirituele tradities en collectivistische stelsels. Dictators worden sinds jaar en dag gezien als vertegenwoordigers van een hogere orde, of het nu gaat om Ramses II, Adolf Hitler of Stalin. Hetzelfde geldt voor priesterkastes die vrijgesteld worden van arbeid vanwege hun veronderstelde band met de Hemel.
Het is dit verschijnsel dat anarchistische ‘vrijdenkers’ ertoe heeft gebracht elke vorm van spiritualiteit te wantrouwen of zelfs regelrecht af te wijzen. De collectivistische spiritualiteit is er namelijk op gericht het individu ook in geestelijke zin ondergeschikt te maken aan het grotere geheel. Men kan daarbij denken aan waarden als nederigheid, zelfverloochening en ascese ten behoeve van dienstbaarheid aan de maatschappij. Maar ook aan de rituele offering van bereidwillige ‘helden’ aan bloeddorstige goden. In het algemeen ook aan de vernietiging van opvattingen die het individu in plaats van het collectief centraal stellen.
Zo bestrijdt of verdonkeremaant collectivistische spiritualiteit zoveel mogelijk de realiteit of waarde van een persoonlijk overleven na de dood.
 
Een variant van collectivistische spiritualiteit kan men aantreffen in de ecologische beweging, waarbij nu eens niet een menselijk collectief maar de hele natuur centraal staat. Gaia, een naam van de Griekse Moeder Aarde, zou daarbij goddelijk en wijs zijn en vergeleken met haar zouden individuele mensen (net als individuele dieren) nauwelijks van belang zijn. Ook de keiharde dierlijke realiteit van eten en gegeten worden kan binnen een collectivistische spiritualiteit omgetoverd worden in een voorbeeld van de ondoorgrondelijke wijsheid van moeder Natuur.
De extreemste vormen van collectivistische spiritualiteit worden ongetwijfeld aangetroffen in het fascisme, waarbij onder meer genocide wordt aangeprezen als regelrecht heilige, verheven plicht. In mildere, afgezwakte vormen treft men deze verworden spiritualiteit ook tegenwoordig nog aan in bepaalde ‘occulte’ kringen. Dit is door tegenstanders in feite al meermalen aangevoerd tegen alternatievere vormen van spiritualiteit waarbij dit soort denkbeelden dan ten onrechte worden aangemerkt als representatief voor de hele ‘paranormale’ en ‘esoterische’ wereld.
Als ik zelf denk aan fascistische spiritualiteit zie ik vaak een scène uit een speelfilm over de holocaust voor me. Een vrouwelijke kampcommandant had zich daarin vanuit een soort moedergevoel ontfermd over een Joods jongetje en probeerde hem verre te houden van de gruwelijke dagelijkse realiteit van een vernietigingskamp. Dit blijft ze een tijd lang doen totdat ze een 'ingeving' krijgt dat ze haar 'eigen' individuele belang van het beschermen van deze jongen moet opofferen aan een hoger, heiliger, collectivistisch doel van raszuiverheid. De jongen wordt vervolgens dus toch nog afgevoerd naar het crematorium.
Collectivistische spiritualiteit wordt volgens mij door haar critici terecht ontmaskerd als een perverse vorm van vergoelijking van machtsverhoudingen.
 
Overigens bestaan er ook vormen van spiritualiteit die elementen in zich dragen die moeilijk verenigbaar lijken met collectivisme, maar die in geïnstitutionaliseerde vorm toch collectivistisch kunnen uitpakken.
Een goed voorbeeld daarvan zien we volgens mij in het geval van de christelijke spiritualiteit. Enerzijds gaat het daarbij namelijk om een heilsleer die officieel individueel gericht is, maar anderzijds worden gelovigen in veel christelijke kerken toch onderworpen aan een starre collectivistische moraal bestaande uit regels die individuen onderwerpen aan het gezag of de macht van een of andere autoriteit. Wat uiteraard niet betekent dat het christendom ook intrinsiek zo moet uitpakken!
 
 
Individualistische spiritualiteit draait niet om collectieve grootheden, maar om de belangen van individuen en hun relaties met andere individuen.
Spirituele concepten die draaien om individuen staan daarbij dan ook centraal. Dit kan gaan om concepten als persoonlijke onsterfelijkheid, persoonlijke groei en persoonlijke liefde.
Een voorbeeld van bij uitstek individualistische spiritualiteit treft men aan bij de Latijnse varianten van het spiritisme, zoals in het kardecisme, een Franse en Latijns-Amerikaanse (met name Braziliaanse) stroming die zich baseert op de geschriften van Allen Kardec.
Volgens mij is het dit soort spiritualiteit waar individualisten (in de hier gebezigde zin) het van moeten hebben als ze überhaupt spiritueel willen zijn.
 
Ik pretendeer hier niet een blauwdruk te bieden voor individualistische spiritualiteit in het algemeen. Wel wil ik kort stilstaan bij hoe ik zelf zulke spiritualiteit heb proberen uit te werken. Ik heb, evenals spiritisten, een levensgevoel waarbij individuele mensen en dieren centraal staan.
 
Het gaat volgens mij om ons geluk en onze ontwikkeling, en het leven moet daar dan ook expliciet op ingesteld zijn. De emotionele basis daarvoor is een groot gevoel van eigenwaarde, maar ook verbondenheid, liefde en betrokkenheid bij anderen. Van daaruit ontstaat een drang tot ontwikkeling van jezelf maar ook tot ondersteuning van de ontwikkeling van anderen. Moreel gezien betekent het dat je probeert zoveel mogelijk de rechten van anderen op geluk en ontwikkeling te respecteren, en dus bijvoorbeeld ook individuele dieren zoveel mogelijk spaart (onder meer door vegetarisme). Politiek betekent dit het vanzelfsprekend kiezen voor libertair socialisme.
Naast de eigen ontwikkeling en de morele betrokkenheid staan ook persoonlijke relaties centraal binnen mijn spiritualiteit. Die hebben een betekenis die verder reikt dan alleen dit leven. In plaats van dat ze, zoals het collectivisme doet, opgevat moeten worden als egoïstische obstakels voor een onpersoonlijke universele liefde.
Persoonlijke liefde wordt binnen mijn spiritualiteit dus gezien als een belangrijke intrinsieke waarde. Juist het soort collectivistisch gerichte opofferingsgezindheid, maar ook koude onthechting van anderen wijs ik resoluut af.
 
De verhouding tot het hogere tot slot komt voor mij neer op een vertrouwen in het Goede, hoe men dat ook verder wil opvatten. Als ik me voorstel dat er een God is, dan stel ik me dat wezen als individualist hoe dan ook voor als een persoon. Dit geldt eventueel ook in het meervoud en een heel pantheon van goden of engelen is dan ook goed verenigbaar met mijn opvattingen van spiritualiteit. Ook een bijzondere persoonlijke relatie tot een godheid die overeenkomt met bepaalde (personalistische) mystieke stromingen zou er overigens nog mee kunnen stroken, mits zij de eigenwaarde en de relatie tot andere mensen en dieren niet schaadt.
 
Titus Rivas
 
Drs. Titus Tivas is psycholoog en werkt aan een boek over spiritualiteit, vrijheid en engagement.