Op zoek naar een verdwenen vriend
Guatemala-stad, 25 juli 1981. Met piepende remmen stopt een politieauto in een drukke buitenwijk. Enkele minuten later worden drie jonge mannen uit een huis gesleept en met geweerkolven de auto in geslagen. Eén van hen is Macabeo Aguilar, mijn beste vriend.
In dit gebied arriveer ik in 1972, om er te werken als theoloog aan de tropische zuidkust van Guatemala.. Ik zie plantages zover het oog reikt, uitgestrekte velden koffie, katoen en suikerriet. In de zee van plantages ontwaar ik groepjes seizoenarbeiders. Maya?s zijn het, erfgenamen van een eeuwenoude cultuur. Maar in de verzengende hitte van de zuidkust herinnert niets aan dat roemrijke verleden.
De kerk die ik in Guatemala leer kennen, wil een kerk van de armen zijn en ons pastorale werk is gericht op de vorming van basisgemeenschappen op de plantages. Mede door toedoen van de kerk breekt daar een nieuw bewustzijn door. Maar terwijl arbeiders het niet langer pikken dat ze worden uitgebuit en uitgescholden, groeit bij grootgrondbezitters wrevel over het werk van de kerk. Vanaf dat moment ontvangen we anonieme bedreigingen en wordt ons huis in Santa Luc?a Cotzumalguapa ?s nachts beklad met leuzen als: 'Hier wonen communisten' en 'We willen geloof, geen politiek'.
Wanneer aan de zuidkust de spanning steeds verder oploopt, leer ik Macabeo Aguilar kennen, die dan studeert aan het seminarie in de hoofdstad. Tussen ons groeit een hechte vriendschap en ik nodig Macabeo uit voor een bezoek aan Santa Luc?a. Vooral het directe contact met de indiaanse seizoenarbeiders veroorzaakt bij hem een schok. Terug op het seminarie praat Macabeo honderduit over de misstanden op de plantages. Tot ongenoegen van de professoren, die mijn vriend de raad geven om 'in het belang van iedereen' het seminarie te verlaten.
Als de deuren van het seminarie achter hem dichtslaan, is het voor Macabeo armoe troef. Noodgedwongen gaat hij op zoek naar werk. Maar er is nog een ander probleem. Als kind is mijn vriend aan beide knie?n geopereerd; die ingreep was geen succes en daarom heeft hij vaak hevige pijn bij het lopen.
Uiteindelijk vindt Macabeo een baantje, maar hij houdt contact met de plantagearbeiders. Voor hen maakt Macabeo lesmateriaal, voor studie en vorming. Samen met enkele vrienden huurt hij in een buitenwijk van Guatemala-stad een ruimte die dienst doet als drukkerij. Alles gebeurt met grote omzichtigheid, want de regering beschouwt de boerenorganisatie als een subversieve beweging.
Eind maart 1980 verlaat ik Guatemala in gezelschap van enkele boerenleiders. Samen willen we internationale aandacht vragen voor het toenemende geweld in het land, dat ontelbare slachtoffers maakt. Sinds ik weg ben uit Guatemala verloopt het contact met Macabeo via brieven die soms maanden onderweg zijn. Mijn vriend schrijft enthousiast over zijn activiteiten bij de boerenorganisatie, maar ook over de pijn aan zijn knie?n, die alsmaar heviger wordt.
En dan ineens, begin augustus 1981, komt uit Guatemala het bericht dat Macabeo is ontvoerd. Ik ben radeloos. Hoe kan het leven verder gaan als op 10.000 kilometer afstand mijn vriend zonder enige twijfel gruwelijk wordt gefolterd? Ik hoop op een wonder, tegen beter weten in. Als verdere berichten uitblijven, schuift een donkere wolk van angst en onmacht tussen ons in; wanhopig besef ik dat ik mijn vriend voorgoed kwijt ben.
Het is 24 februari 1999 en opnieuw ben ik in Guatemala. Op die dag presenteert de Waarheidscommissie van de Verenigde Naties haar eindrapport, dat twaalf boekdelen omvat. In de periode van het geweld blijken in Guatemala naar schatting 150.000 personen te zijn gedood en 50.000 mannen en vrouwen spoorloos te zijn verdwenen. Ik hoor getallen en percentages, maar tegelijkertijd zie ik de gezichten van ontvoerde vrienden en collega?s voor me. Ik blader in de boeken met de namen van verdwenen personen. Maar hoe ik ook zoek, de naam van Macabeo is er niet bij. Even is er een flits van hoop: stel dat hij toch nog leeft en dat alles een boze droom is geweest!
Enkele dagen later ga ik met Dora Mir?n, een vriendin die destijds ook voor de boerenorganisatie werkte, op zoek naar de familie van Macabeo. Ik heb nog een adres van vroeger en als we daar aankloppen verschijnt er een vrouw, die de zus van Macabeo blijkt te zijn. Zij neemt ons mee naar binnen en daar treffen we do?a Carmen en don Macabeo, de ouders van mijn vriend. Ze kijken ons met vreemde ogen aan, ik voel afstand en achterdocht. Hoe ik haar zoon ken, vraagt do?a Carmen mij en waar ik na al die jaren opeens vandaan kom. Dan vertel ik hoe ik Macabeo destijds heb leren kennen, over de bezoeken aan Santa Luc?a, over zijn werk voor de boerenorganisatie nadat hij het seminarie had verlaten.
Toen Macabeo zich in geen weken meer thuis had laten zien, waren zijn ouders ongerust geworden. Een jongere zus is daarop naar de hoofdstad gereisd, maar op het adres van haar broer trof zij enkel een lege kamer aan. Buren wisten te vertellen dat Macabeo al in geen tijden was komen opdagen. Ze heeft toen de spullen van haar broer ingepakt en alles mee naar huis genomen. 'Ik zie haar nog aankomen met dat koffertje', verzucht do?a Carmen, 'ik liep naar de put bij ons huis, wilde er z? inspringen.'
Don Macabeo, op zijn vijfenzeventigste een rijzige man met heldere blik, heeft tot nu toe gezwegen. 'Wat was het een ellende?, zegt hij plotseling. Jaren heeft hij gezocht naar het lichaam van zijn verdwenen zoon. Telkens als er verminkte lijken waren gevonden in rivieren of langs de kant van de weg, was hij eropuit gegaan om te zien of zijn zoon er bij was. Maar het was allemaal tevergeefs geweest.
Uren praten Dora en ik met de ouders van mijn vriend. Ik zeg hoezeer ik Macabeo nog elke dag mis, hoe trots ik ben op hun zoon die zijn leven gaf voor wat hem heilig was. Terwijl ik praat kijkt do?a Carmen me doordringend aan. ?En toch zit ik met een grote vraag?, zegt zij abrupt. Dan vertelt ze hoe ze destijds bij de spullen van Macabeo een spaarboekje hadden gevonden, met daarop een groot geldbedrag. 'En dat begrijp ik nou niet', zegt ze met een diepe zucht. 'Mijn zoon heeft nooit een cent gehad. Wie weet met wat voor duistere zaken hij zich bezighield, want hoe komt zo?n jongen anders aan zoveel geld?'
Er gaat een schok door me heen. Ik besef dat een verdacht spaarboekje al die jaren een smet heeft geworpen op de herinnering aan een geliefde zoon. En dat ik ongewild oorzaak ben geweest van pijnlijke twijfel die bleef knagen. Toen ik namelijk in 1980 naar Nederland terugkeerde, ontving ik een geldbedrag dat is gespaard in de acht jaar dat ik in Guatemala verbleef. Omdat ik wist dat een ingrijpende knie-operatie voor Macabeo pure noodzaak was, stuurde ik hem het spaargeld. 'Erg bedankt', liet hij me kort daarop weten, 'ik sta op een lijst om spoedig te worden geopereerd. Het geld staat voorlopig op de bank. Ik heb mijn moeder opgegeven als gemachtigde, maar ik heb mijn ouders er maar niets van verteld.'
Wanneer ik na al die jaren alsnog de herkomst van het geld op het spaarboekje verklaar, is het of er een loden last van de schouders van do?a Carmen en don Macabeo valt. En dan vernemen Dora en ik de rest van het verhaal. Ongeveer een jaar na de ontvoering van mijn vriend kreeg zijn vader een ernstig ongeluk. Maanden kon hij niet werken en het gezin maakte moeilijke tijden door. En steeds lag, verborgen in een kast, het bankboekje van Macabeo dat uitkomst zou kunnen bieden. Toen de situatie onhoudbaar was gewordent, overwon do?a Carmen haar laatste schroom en stapte ze met het boekje naar de bank. Daar kreeg ze te horen dat zij enkel met een schriftelijke verklaring van haar zoon het geld kon opnemen.
Do?a Carmen voelde zich betrapt en weer gingen maanden van nijpende armoede voorbij. En dan opeens was er een oplossing. Een schoolvriend van Macabeo, die het tot advocaat had gebracht, wist dat in het ziekenhuis een onbekende jongeman was gestorven en dat zich niemand heeft gemeld om het dode lichaam op te halen. De advocaat ging vervolgens naar het ziekenhuis en met de ouders van mijn vriend als getuigen werd in een offici?le akte vastgelegd dat het lichaam toebehoort aan Macabeo Aguilar. Met dat bewijsstuk ging do?a Carmen naar de bank en vervolgens werd zonder verdere problemen het bewuste bedrag alsnog uitbetaald.
Jaren later horen de ouders van Macabeo van het werk van de Waarheidscommissie, maar aan de oproep om informatie te verschaffen over verdwenen personen geven zij geen gehoor. Officieel is Macabeo Aguilar immers niet vermist. Door een vreemde speling van het lot werd de naam van mijn vriend opgetekend in de registers van degenen die in Guatemala het voorrecht hadden een natuurlijke dood te sterven.
Het loopt tegen de avond als Dora en ik afscheid nemen van de ouders van Macabeo. Do?a Carmen omhelst me en zegt: 'Alsjeblieft, vergeet mijn zoon niet.' Don Macabeo is even weg geweest en komt terug met een groot brood, dat krijg ik mee 'voor onderweg'. Dora geeft hij een scheut van een bloemenstruik uit zijn tuin. 'Plant die bij je huis, dan denk je nog eens aan ons', zegt hij bij het afscheid.
Elk jaar als de ma?soogst in Guatemala ten einde loopt, vindt aan de rand van de akker een ritueel plaats. Met veel wierook en intense gebeden roepen Maya?s dan de geest op van verloren ma?skorrels en gebroken kolven die op het veld zijn achtergebleven. Het ritueel mag niet ontbreken, want eerbied voor de meest onbeduidende korrel is van invloed op de groeikracht bij een volgende oogst.
'Mensen van ma?s' worden de Maya's genoemd. Vanaf het moment dat Macabeo zijn indiaanse landgenoten leerde kennen op de plantages van de zuidkust, ontstond er met hen een hechte band. Zijn werk voor het Comit? voor Boereneenheid werd hem fataal. Als een verloren ma?skorrel rust het dode lichaam van mijn vriend ergens op de akker die Guatemala heet.
Macabeo is weg, maar hij wordt niet vergeten. Als na de oogst verloren korrels en gebroken kolven worden herdacht in de gebeden van de Maya's, klinkt ook zijn naam. In het land van de mensen van ma?s leeft hij voort op het ritme van de seizoenen.
Mario Coolen
Mario Coolen is werkzaam bij de interkerkelijke ontwikkelingsorganisatie Solidaridad in Utrecht. Hij is auteur van Hart voor de aarde, cultuur, spiritualiteit en mensenrechten van Maya?s in Guatemala. Uitgave Solidaridad, Utrecht.
Met het programma Impunity Watch komt Solidaridad op voor de rechten van de slachtoffers van het geweld in Guatemala, waaronder het recht op waarheid en berechting van de daders.Zie voor meer informatie www.solidaridad.nl
In dit gebied arriveer ik in 1972, om er te werken als theoloog aan de tropische zuidkust van Guatemala.. Ik zie plantages zover het oog reikt, uitgestrekte velden koffie, katoen en suikerriet. In de zee van plantages ontwaar ik groepjes seizoenarbeiders. Maya?s zijn het, erfgenamen van een eeuwenoude cultuur. Maar in de verzengende hitte van de zuidkust herinnert niets aan dat roemrijke verleden.
De kerk die ik in Guatemala leer kennen, wil een kerk van de armen zijn en ons pastorale werk is gericht op de vorming van basisgemeenschappen op de plantages. Mede door toedoen van de kerk breekt daar een nieuw bewustzijn door. Maar terwijl arbeiders het niet langer pikken dat ze worden uitgebuit en uitgescholden, groeit bij grootgrondbezitters wrevel over het werk van de kerk. Vanaf dat moment ontvangen we anonieme bedreigingen en wordt ons huis in Santa Luc?a Cotzumalguapa ?s nachts beklad met leuzen als: 'Hier wonen communisten' en 'We willen geloof, geen politiek'.
Wanneer aan de zuidkust de spanning steeds verder oploopt, leer ik Macabeo Aguilar kennen, die dan studeert aan het seminarie in de hoofdstad. Tussen ons groeit een hechte vriendschap en ik nodig Macabeo uit voor een bezoek aan Santa Luc?a. Vooral het directe contact met de indiaanse seizoenarbeiders veroorzaakt bij hem een schok. Terug op het seminarie praat Macabeo honderduit over de misstanden op de plantages. Tot ongenoegen van de professoren, die mijn vriend de raad geven om 'in het belang van iedereen' het seminarie te verlaten.
Als de deuren van het seminarie achter hem dichtslaan, is het voor Macabeo armoe troef. Noodgedwongen gaat hij op zoek naar werk. Maar er is nog een ander probleem. Als kind is mijn vriend aan beide knie?n geopereerd; die ingreep was geen succes en daarom heeft hij vaak hevige pijn bij het lopen.
Uiteindelijk vindt Macabeo een baantje, maar hij houdt contact met de plantagearbeiders. Voor hen maakt Macabeo lesmateriaal, voor studie en vorming. Samen met enkele vrienden huurt hij in een buitenwijk van Guatemala-stad een ruimte die dienst doet als drukkerij. Alles gebeurt met grote omzichtigheid, want de regering beschouwt de boerenorganisatie als een subversieve beweging.
Eind maart 1980 verlaat ik Guatemala in gezelschap van enkele boerenleiders. Samen willen we internationale aandacht vragen voor het toenemende geweld in het land, dat ontelbare slachtoffers maakt. Sinds ik weg ben uit Guatemala verloopt het contact met Macabeo via brieven die soms maanden onderweg zijn. Mijn vriend schrijft enthousiast over zijn activiteiten bij de boerenorganisatie, maar ook over de pijn aan zijn knie?n, die alsmaar heviger wordt.
En dan ineens, begin augustus 1981, komt uit Guatemala het bericht dat Macabeo is ontvoerd. Ik ben radeloos. Hoe kan het leven verder gaan als op 10.000 kilometer afstand mijn vriend zonder enige twijfel gruwelijk wordt gefolterd? Ik hoop op een wonder, tegen beter weten in. Als verdere berichten uitblijven, schuift een donkere wolk van angst en onmacht tussen ons in; wanhopig besef ik dat ik mijn vriend voorgoed kwijt ben.
Het is 24 februari 1999 en opnieuw ben ik in Guatemala. Op die dag presenteert de Waarheidscommissie van de Verenigde Naties haar eindrapport, dat twaalf boekdelen omvat. In de periode van het geweld blijken in Guatemala naar schatting 150.000 personen te zijn gedood en 50.000 mannen en vrouwen spoorloos te zijn verdwenen. Ik hoor getallen en percentages, maar tegelijkertijd zie ik de gezichten van ontvoerde vrienden en collega?s voor me. Ik blader in de boeken met de namen van verdwenen personen. Maar hoe ik ook zoek, de naam van Macabeo is er niet bij. Even is er een flits van hoop: stel dat hij toch nog leeft en dat alles een boze droom is geweest!
Enkele dagen later ga ik met Dora Mir?n, een vriendin die destijds ook voor de boerenorganisatie werkte, op zoek naar de familie van Macabeo. Ik heb nog een adres van vroeger en als we daar aankloppen verschijnt er een vrouw, die de zus van Macabeo blijkt te zijn. Zij neemt ons mee naar binnen en daar treffen we do?a Carmen en don Macabeo, de ouders van mijn vriend. Ze kijken ons met vreemde ogen aan, ik voel afstand en achterdocht. Hoe ik haar zoon ken, vraagt do?a Carmen mij en waar ik na al die jaren opeens vandaan kom. Dan vertel ik hoe ik Macabeo destijds heb leren kennen, over de bezoeken aan Santa Luc?a, over zijn werk voor de boerenorganisatie nadat hij het seminarie had verlaten.
Toen Macabeo zich in geen weken meer thuis had laten zien, waren zijn ouders ongerust geworden. Een jongere zus is daarop naar de hoofdstad gereisd, maar op het adres van haar broer trof zij enkel een lege kamer aan. Buren wisten te vertellen dat Macabeo al in geen tijden was komen opdagen. Ze heeft toen de spullen van haar broer ingepakt en alles mee naar huis genomen. 'Ik zie haar nog aankomen met dat koffertje', verzucht do?a Carmen, 'ik liep naar de put bij ons huis, wilde er z? inspringen.'
Don Macabeo, op zijn vijfenzeventigste een rijzige man met heldere blik, heeft tot nu toe gezwegen. 'Wat was het een ellende?, zegt hij plotseling. Jaren heeft hij gezocht naar het lichaam van zijn verdwenen zoon. Telkens als er verminkte lijken waren gevonden in rivieren of langs de kant van de weg, was hij eropuit gegaan om te zien of zijn zoon er bij was. Maar het was allemaal tevergeefs geweest.
Uren praten Dora en ik met de ouders van mijn vriend. Ik zeg hoezeer ik Macabeo nog elke dag mis, hoe trots ik ben op hun zoon die zijn leven gaf voor wat hem heilig was. Terwijl ik praat kijkt do?a Carmen me doordringend aan. ?En toch zit ik met een grote vraag?, zegt zij abrupt. Dan vertelt ze hoe ze destijds bij de spullen van Macabeo een spaarboekje hadden gevonden, met daarop een groot geldbedrag. 'En dat begrijp ik nou niet', zegt ze met een diepe zucht. 'Mijn zoon heeft nooit een cent gehad. Wie weet met wat voor duistere zaken hij zich bezighield, want hoe komt zo?n jongen anders aan zoveel geld?'
Er gaat een schok door me heen. Ik besef dat een verdacht spaarboekje al die jaren een smet heeft geworpen op de herinnering aan een geliefde zoon. En dat ik ongewild oorzaak ben geweest van pijnlijke twijfel die bleef knagen. Toen ik namelijk in 1980 naar Nederland terugkeerde, ontving ik een geldbedrag dat is gespaard in de acht jaar dat ik in Guatemala verbleef. Omdat ik wist dat een ingrijpende knie-operatie voor Macabeo pure noodzaak was, stuurde ik hem het spaargeld. 'Erg bedankt', liet hij me kort daarop weten, 'ik sta op een lijst om spoedig te worden geopereerd. Het geld staat voorlopig op de bank. Ik heb mijn moeder opgegeven als gemachtigde, maar ik heb mijn ouders er maar niets van verteld.'
Wanneer ik na al die jaren alsnog de herkomst van het geld op het spaarboekje verklaar, is het of er een loden last van de schouders van do?a Carmen en don Macabeo valt. En dan vernemen Dora en ik de rest van het verhaal. Ongeveer een jaar na de ontvoering van mijn vriend kreeg zijn vader een ernstig ongeluk. Maanden kon hij niet werken en het gezin maakte moeilijke tijden door. En steeds lag, verborgen in een kast, het bankboekje van Macabeo dat uitkomst zou kunnen bieden. Toen de situatie onhoudbaar was gewordent, overwon do?a Carmen haar laatste schroom en stapte ze met het boekje naar de bank. Daar kreeg ze te horen dat zij enkel met een schriftelijke verklaring van haar zoon het geld kon opnemen.
Do?a Carmen voelde zich betrapt en weer gingen maanden van nijpende armoede voorbij. En dan opeens was er een oplossing. Een schoolvriend van Macabeo, die het tot advocaat had gebracht, wist dat in het ziekenhuis een onbekende jongeman was gestorven en dat zich niemand heeft gemeld om het dode lichaam op te halen. De advocaat ging vervolgens naar het ziekenhuis en met de ouders van mijn vriend als getuigen werd in een offici?le akte vastgelegd dat het lichaam toebehoort aan Macabeo Aguilar. Met dat bewijsstuk ging do?a Carmen naar de bank en vervolgens werd zonder verdere problemen het bewuste bedrag alsnog uitbetaald.
Jaren later horen de ouders van Macabeo van het werk van de Waarheidscommissie, maar aan de oproep om informatie te verschaffen over verdwenen personen geven zij geen gehoor. Officieel is Macabeo Aguilar immers niet vermist. Door een vreemde speling van het lot werd de naam van mijn vriend opgetekend in de registers van degenen die in Guatemala het voorrecht hadden een natuurlijke dood te sterven.
Het loopt tegen de avond als Dora en ik afscheid nemen van de ouders van Macabeo. Do?a Carmen omhelst me en zegt: 'Alsjeblieft, vergeet mijn zoon niet.' Don Macabeo is even weg geweest en komt terug met een groot brood, dat krijg ik mee 'voor onderweg'. Dora geeft hij een scheut van een bloemenstruik uit zijn tuin. 'Plant die bij je huis, dan denk je nog eens aan ons', zegt hij bij het afscheid.
Elk jaar als de ma?soogst in Guatemala ten einde loopt, vindt aan de rand van de akker een ritueel plaats. Met veel wierook en intense gebeden roepen Maya?s dan de geest op van verloren ma?skorrels en gebroken kolven die op het veld zijn achtergebleven. Het ritueel mag niet ontbreken, want eerbied voor de meest onbeduidende korrel is van invloed op de groeikracht bij een volgende oogst.
'Mensen van ma?s' worden de Maya's genoemd. Vanaf het moment dat Macabeo zijn indiaanse landgenoten leerde kennen op de plantages van de zuidkust, ontstond er met hen een hechte band. Zijn werk voor het Comit? voor Boereneenheid werd hem fataal. Als een verloren ma?skorrel rust het dode lichaam van mijn vriend ergens op de akker die Guatemala heet.
Macabeo is weg, maar hij wordt niet vergeten. Als na de oogst verloren korrels en gebroken kolven worden herdacht in de gebeden van de Maya's, klinkt ook zijn naam. In het land van de mensen van ma?s leeft hij voort op het ritme van de seizoenen.
Mario Coolen
Mario Coolen is werkzaam bij de interkerkelijke ontwikkelingsorganisatie Solidaridad in Utrecht. Hij is auteur van Hart voor de aarde, cultuur, spiritualiteit en mensenrechten van Maya?s in Guatemala. Uitgave Solidaridad, Utrecht.
Met het programma Impunity Watch komt Solidaridad op voor de rechten van de slachtoffers van het geweld in Guatemala, waaronder het recht op waarheid en berechting van de daders.Zie voor meer informatie www.solidaridad.nl