Ietsisme: weg met de ouderwetse schema's

Bordje met bijbelspreuken aan de muur. Handen laten wapperen. En verder niet meer tobben over bijbel en kerk. Ook in Nederland begint het ‘ietsisme’ gehoor te vinden.

De nieuwe onbevangenheid, zoals je de nu veelgehoorde term ‘ietsisme’ mag vertalen, is volgens Martien Brinkman, hoogleraar oecumenica aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, een reactie op de dolgedraaide uitlegkunde in theologie en kerk. ‘Al dat papier, al die redactielagen, al die tekstverdraaierij, de Schrift is zo complex dat je er geen fatsoenlijk woord meer over kunt zeggen. Je weet nooit wie nu precies de redactie over een stuk bijbeltekst heeft gevoerd. En de geschiedenis van je kerk blijft ook steeds maar nieuwe vragen oproepen; alles is zo'n beetje onderuit gehaald.’
Het zijn vooralsnog jongeren die zich de nieuwe ontvankelijkheid proberen eigen te maken. Jongeren tussen 18 en 34 jaar geloven vaker (61%) dan ouderen (43%) dat wonderen bestaan, blijkt uit een onderzoek van de KRO. Logisch, vindt Brinkman, want jongeren zitten 'niet vastgebakken aan gevestigde posities. Ik zie het onder mijn studenten. Ze willen gewoon een kerk die iets van ze vraagt, die voor bepaalde opvattingen staat, niet al te tobberig doet over de inhoud van bijbel en over de kerkgeschiedenis. Je pakt er een paar mooie figuren en verhalen uit en dat zijn dan je richtsnoeren. Hang thuis gewoon een paar bijbelteksten op een bordje aan de wand; een paar leuzen waar je je leven naar wilt richten. Verbind die aan een paar inspirerende personen en vorm met een paar anderen een groepje, waarin je je enthousiasme over dat alles cultiveert. Precies zoals ooit de kerk is ontstaan.’
Moderniteit à la Kuitert is onder deze groep jongeren ‘uit’, constateert Brinkman. ‘Daar zijn ze niet naar op zoek en ze vinden in zijn boeken geen antwoorden op hun vragen.’

In de wetenschap, de literatuur en het theater ziet Brinkman momenteel ‘een soort ontklerikalisering’ van God. ‘Mensen die al twee, drie generaties zonder God zijn opgegroeid, beginnen interesse te tonen voor spirituele zaken en gaan zich bij allerlei groepjes aansluiten. Dat resulteert, naar ik verwacht, in een nog verder krimpende kerk. En daar omheen allerlei bewegingen. Kijk naar de aantrekkingskracht die de Vrijmetselaars momenteel beleven. Ik ken veel mensen die net als ik uit een degelijk gereformeerd nest komen, maar inmiddels vrijmetselaar zijn geworden. Kennelijk vinden ze daar een sociale structuur die qua strengheid aan de gereformeerde kerk van de jaren dertig doet denken.’
Het zijn bewegingen, zegt hij, die draaien rond een denken dat hierop neerkomt: al die verschillende geloofsgemeenschappen, met hun eigen interpretaties van bijbel en kerkgeschiedenis, die mogen er zijn. Niet naar de theologie kijken, en ook niet naar de kerkleiding. Kijk naar wat kleine groepjes gelovigen in de samenleving van hun geloof maken.’

De VU-hoogleraar in de wijsbegeerte van de sociaal-culturele wetenschappen S. Griffioen ziet in academische kringen, maar ook onder predikanten veel enthousiasme voor de boeken van de Britse anglicaanse theoloog John Milbank. Griffioen: ‘In feite zegt Milbank: verontschuldig je niet voortdurend als je niet gelooft. Hij is voor onbevangenheid en maakt daarmee heel wat los.’
De toon van de nieuwe muziek die theologen momenteel in vervoering brengt, wordt niet alleen door Milbank gezet. Ook in België, met name aan de katholieke universiteit Leuven, doen de laatste tijd theologen zich krachtig gelden als pleitbezorgers van de nieuwe theologie, vertelt Brinkman.
'Ze hebben allemaal hetzelfde ethos, zijn overtuigd katholiek, stellen de bijzonderheid van tradities centraal, maar nemen afstand van oude schema's en van de ouderwetse uitdrukkingsmogelijkheden. Dat sluit naadloos aan bij het postmodernisme. Ook dat zegt, dat je gewoon voor je eigen traditie moet opkomen.
Nee, bepaald geen pleidooi voor de oecumene. Het is meer een revivalbeweging. Het gaat om de kleurrijkheid van de verschillende tradities. Die moeten gekoesterd worden. Boeken van de katholieke analytisch filosoof Herman Dedijn, met titels als Hoe overleven we de vrijheid?, beleven hun achtste druk.'
Aan protestantse zijde, zegt Brinkman, zie je een nieuw realisme, een combinatie van filosofie en opwekkingsbeweging. 'Laatst hebben we aan de VU een studiedag gehouden, ondermeer hierover. We hebben nog nooit zoveel jongeren op een studiedag gehad. De zaal zat tjokvol. Dat getuigt van een groeiende belangstelling voor de analytische filosofie die niet uitsluitend woorden en begrippen analyseert, maar er een levendige, praktische vroomheid aan verbindt.
Ook in Nederland zie ik een beweging die het intellectuele en de opwekkingstheologie naar elkaar toe wil brengen. Pinkstergemeenten die naar de survivalkerken van migranten in de Bijlmer gaan om er een socialer gezicht te krijgen. Die fuseren met volle evangeliegemeenten en een opleiding aan de VU vestigen. Daar komen vooralsnog meer studenten uit het buitenland op af. Kennelijk lopen Nederlandse studenten er nog met een grote boog omheen. Maar dat zie je vaker: zodra het een kleurtje heeft, gaat men het omarmen.’

Jolise van Maanen