Cuba sí of Cuba no?
Terwijl tal van Europese instellingen en bedrijven prima samenwerken met het Cuba van Fidel Castro, blijft de internationale gemeenschap haar failliete beleid rond Cuba handhaven. Van een opbouwende dialoog met het Castro-bewind is nooit sprake geweest. In plaats daarvan wordt het land al decennialang in het internationale handelscircuit geboycot en moet het zich een gedeeltelijke bezetting laten welgevallen door Amerikaanse troepen rond de VS-basis Guantánamo, waar de rechten van de aldaar gedetineerde (vermeende) Al-Qaida-strijders volgens Amnesty International ernstig worden geschonden.
Wie iets ten gunste van Castro’s Cuba durft te zeggen, krijgt van organisaties als Pax Christi en de Stichting glasnost in Cuba al gauw te horen dat hij slachtoffer is van Castro’s propaganda-machine. ‘De dollar-bezittende nomenclatura in Cuba speelt met succes naar buiten toe mooi weer. En graag laten we ons dat zand in de ogen strooien’, aldus Pax Christi-coördinator Luduine Zumpolle vorig jaar in HN-Magazine naar aanleiding van het voorgenomen bezoek van een Nederlandse handelsdelegatie. Dat werd op het laatste moment door de Tweede Kamer afgezegd omdat ‘Havana’ weigerde een visum te verstrekken aan CNV-voorzitter Doekle Terpstra. In hetzelfde blad merkte voorzitter Nico Varkevisser van de Stichting Cuba Sí op, dat in de delegatie mensen zaten ‘die niet naar Cuba gaan om er een constructief gesprek aan te gaan gericht op het verbeteren van de betrekkingen, maar het land willen destabiliseren.’
Wie pro-Cuba is, wordt al gauw blind idealisme verweten.
Opmerkelijk is, zegt Varkevisser, dat Nederland sinds 1959 nooit een minister naar Cuba heeft gestuurd. Vreemd, omdat Nederland in grootte de tweede handelspartner van Cuba in West-Europa is. ‘Voortdurend stellen groepen als Pax Christi en CNV eisen aan die contacten. Volgens deze organisaties deugt er van het land helemaal niets. Men probeert er binnenlandse oppositiegroepjes te financieren. Als je daaraan gaat beginnen, weet je dat je in Cuba problemen krijgt. Van Kortenhof (Glasnost in Cuba) is om die reden al eens Cuba uitgezet.’
Cuba, zegt hij, is een kwetsbaar land. ‘Het staat onder een enorme druk. Het is een klein land dat zich een buurman van het lijf wil houden die zeer groot, rijk en machtig is en alles doet om je tegen te werken. De afgelopen tien jaar hebben de VS met twee nieuwe wetten de economische blokkade van Cuba feitelijk verscherpt. Desondanks weet het land zijn positie in de internationale orde te handhaven. Het is beslist niet waar dat 'steeds meer landen Cuba veroordelen vanwege de mensenrechten', zoals zo vaak wordt beweerd. In werkelijkheid zijn dat slechts de VS, Polynesië, Kazachstan en Israël, hoewel dat laatste land juist wel economische relaties met Cuba onderhoudt. Met de meeste andere landen onderhoudt Cuba diplomatieke betrekkingen. Alleen met de VS lukt dat niet vanwege de macho-politiek van Washington jegens Cuba. Begrijpelijk, als je ziet hoezeer het in Amerikaanse verkiezingen draait om de kiesmannen uit Florida, de staat waar veel Cubanen leven die de Castro-regering weg willen hebben.
Het leven in Cuba speelt zich af tegen deze complexe relatie met de VS. In dit geheel is Fidel Castro een belangrijke figuur. Hij is de man die tussen de verschillende stromingen, die er wel degelijk zijn, de consensus weet te bewaren.’
Als Cuba van meet af aan in staat was geweest normale betrekkingen met de wereld te ontwikkelen, had het zich nooit eenzijdig op de Sovjet-Unie georiënteerd, weet Varkevisser. ‘De VS verbraken alle betrekkingen; waar moesten de Cubanen dan hun onderdelen vandaan halen? Ze waren dus aangewezen op Oost-Europese technologie.’
Dat Cuba een ‘gevangenismaatschappij’ zou zijn waar mensen met een afwijkende politieke mening worden vervolgd, zoals in april bleek toen 75 mensen werden opgepakt, spreekt Varkevisser tegen. ‘Het verkrampt omgaan met afwijkende meningen is inherent aan de moeilijke positie waarin het land verkeert. Maar het is zeker niet zo, dat je in Cuba in de gevangenis belandt omdat je er een andere politieke mening op na houdt.’ Het is volgens hem eerder zo, dat wie politieke opvattingen ‘in een georganiseerd verband’ ventileert, ‘vrijwel automatisch banden krijgt met politieke groeperingen in de Verenigde Staten die financiële ondersteuning aanbieden. De Cubaanse regering accepteert dat niet vanwege de kwetsbare positie waarin het land door toedoen van de VS wordt gehouden.’
Over Cuba valt volgens Varkevisser bij alle kritiek ook veel positiefs te melden. ‘Er is in dit land een zeer langdurige politieke stabiliteit. Er is volop discussie over politieke zaken. Rond sommige openbare functies worden verkiezingen gehouden. Daar doen weliswaar geen politieke partijen aan mee, maar het is een veel directere vorm van democratie waar ook bij ons steeds luider om wordt geroepen.
Ondanks de aanhoudende economische malaise staat een groot deel van de Cubaanse bevolking nog altijd achter de revolutie. Natuurlijk, er leeft wel kritiek op de regering-Castro en uiteraard zijn er groepen die het roer willen omgooien. Maar men erkent dat de Cubaanse economie de laatste jaren toch weer een beetje opkrabbelt na de hervormende maatregelen die de Cubaanse overheid rond 1995 heeft genomen. Die werden niet van bovenaf genomen, er ging een maatschappelijke discussie aan vooraf.’
Veel Cubanen ervaren op ‘bepaalde punten’ vooruitgang, zegt Varkevisser. ‘En die is er ook feitelijk. De bevolking zit niet meer plotseling zonder elektrische stroom. De kindersterfte is er even laag als in de Benelux. Dat is in de grote steden van de VS wel anders. Op wetenschappelijk gebied heeft Cuba een vaccin ontwikkeld tegen meningitis. Uit een bepaalde soort schorpioen is een stof gewonnen die werkzaam blijkt te zijn tegen kanker. Ook het aidsonderzoek is er vergevorderd. De medische zorg is er ondanks geldgebrek nog altijd op een zeer goed peil.’
Maar bovenal, zegt hij, is Cuba in staat ‘een samenleving overeind te houden waarin solidariteit en sociale verbondenheid sterk leven. Misschien komt dat op ons West-Europeanen een beetje naïef over. Dat ik-gerichte van ‘ik heb maling aan de rest’, dat wordt op Cuba zeker niet gecultiveerd. In Nederland hadden we dat vroeger ook, maar we zijn zo door het Amerikaanse samenlevingsmodel vervormd, zo getraind om primair voor onszelf op te komen. ‘Wat jij wilt, kun je verwezenlijken, het maakt niet uit hoe.’ Als je hier iemand financieel een poot uitdraait, ben je intelligent; op Cuba ben je dan slecht. De bevolking is er bijzonder sociaal ingesteld, misschien wel eens té. Niet dat het Cuba allemaal koek en ei is, maar dat weten de Cubanen zelf ook wel. Veel Cubaanse artsen werken op basis van vrijwilligheid in de derde wereld. En als elders in Latijns-Amerika een ramp gebeurt, staan Cubanen klaar om te helpen. Toen Cuba vorig jaar zelf werd getroffen door een zeer zware orkaan, bleek weer eens hoe goed het land is voorbereid op dergelijke calamiteiten. Mensen worden tijdig geëvacueerd. Er vielen slechts 5 doden, terwijl het aantal slachtoffers in andere landen in deze regio dan al gauw in de honderden loopt.’
Het is, vervolgt Varkevisser, ook niet waar dat de kerken op Cuba de mond wordt gesnoerd, zoals vaak wordt beweerd. ‘Dat geldt misschien voor de rooms-katholieke kerk, die op Cuba altijd meer de kerk van de rijken is geweest. Protestantse kerken zijn er zowel maatschappelijk als politiek actief. Ik denk aan dominee Raúl Suarez, die lid is van het Cubaanse parlement. Wellicht verstaan deze kerken hun sociale opdracht beter dan de kerken in Europa en de VS. Dat verklaart wellicht ook, dat er zo weinig contacten zijn tussen de kerken in Europa en die op Cuba.’
Wordt Cuba wellicht zo zwaar bekritiseerd omdat het land weigert zich te conformeren aan het neo-liberale ontwikkelingsmodel? Doorgaans kunnen dergelijke landen rekenen op een agressieve benadering van de kant van de rijke landen, de VS voorop.
'Ja, de neuzen moeten allemaal in de richting van het neo-liberale model staan. Wie niet de weg opgaat die de Wereldbank en het IMF voorschrijven, kan rekenen op een genadeloze benadering. Cuba heeft met deze instellingen geen banden. Het kan zich overeind houden zónder hun bemoeienis. Het slaagt er bovendien in een sociaal model te ontwikkelen dat uniek is in Latijns Amerika. Dat steekt Amerika, omdat Cuba voor de VS een trampoline is naar de rest van Latijs-Amerika. Vanwege de drugsoorlog in Colombia, waarbij de VS actief zijn, zal het strategische belang van Cuba de komende jaren zwaarder gaan wegen, vrees ik. Ook Venezuela wil niet langer het pad van het neo-liberalisme bewandelen. Dat maakt Cuba in de regio alleen maar belangrijker.’