Neale Walsh: 'Politiek is spiritualiteit'
Neale Donald Walsh is in ijltempo een mega-ster aan het religieuze firmament geworden. Zijn godsbeeld wijkt in veel opzichten af van het traditionele Westerse godsbeeld van een strenge, maar rechtvaardige vader. Juist daarom bevatten zijn boeken veel stof tot nadenken, ook in maatschappelijk opzicht.
Aanvankelijk twijfelde Neale Donald Walsch eraan of hij wel met dat deel van het heelal in contact was getreden dat ‘God’ werd genoemd. Toen zijn innerlijke gesprekspartner met het voorstel kwam om de dialoog te publiceren, zag Walsch dit zelfs als een belangrijke test:
Ik besefte dat ik nu een maatstaf in handen had. Niet ik, maar het grote publiek zou het oordeel vellen. Dus ik begon het manuscript uit te typen en gaf het ter publicatie aan een uitgeverij. Dat was de test. Ik wilde zien wat voor een boek ik geschreven had. Ik wilde zien wat er zou gebeuren als dit ene boek van mij te midden van die zeshonderd andere titels in de boekhandel zou liggen.'
De God van Walsch doorstond de test glansrijk. Een ongewoon gesprek met God werd een bestseller. De dialoog werd door velen erkend als authentiek. Daarom volgden er nog twee delen, het ene gewijd aan maatschappelijke en het andere aan metafysische vraagstukken. Inmiddels ligt er al weer een vierde dialoog met God in de boekhandel, getiteld Vriendschap met God. Deze dialoog is persoonlijker van aard dan de trilogie, omdat Walsch meer over zijn eigen leven vertelt, zoals hij dat geleid heeft tot aan het moment dat hij antwoorden op zijn levensvragen begon te ontvangen.
Centraal in het boek staan de belangrijke ontmoetingen in zijn leven en de vele baantjes die hij gehad heeft. Ook beschrijft Walsch de periode in zijn leven dat hij arm en berooid op een kampeerterrein terechtkwam, waar hij rond probeerde te komen als verzamelaar van lege bierblikjes en limonadeflesjes. Daar te midden van de daklozen leerde Walsch pas echte solidariteit kennen.
Toch gaat het bij deze verhalen niet alleen om het bevredigen van de nieuwsgierigheid bij de lezers. De verhalen illustreren dat niets in het menselijk leven bij toeval gebeurt. In het geval van Walsch zouden zijn levenservaringen hem optimaal hebben voorbereid om met zijn boeken de wereld in positieve zin te veranderen. Zo merkt zijn innerlijke stem op: 'Het was jouw ziel dertig jaar geleden al duidelijk welke personen, plaatsen en omstandigheden een volmaakte ervaring zouden bieden, die jou kon voorbereiden om jouw rol te spelen in het veranderen van de wereld.'
Maar hoe kan de wereld dan veranderd worden? In alle boeken van Walsch wordt er een directe koppeling gelegd tussen de misère in de wereld en de valse godsbeelden die in de diverse wereldgodsdiensten in omloop zijn. In Vriendschap met God gaat het vooral om het ontkrachten van het denkbeeld dat God gevreesd zou moeten worden.
Omdat Walsch zelf een traditionele, katholieke opvoeding heeft genoten, heeft hij duidelijk moeite om te aanvaarden dat God geen strenge Vader in de hemel is die hem met straffen bedreigt. Daarom houdt zijn gesprekspartner hem voor: 'God heeft er geen belang bij om jullie ook maar iets 'betaald te zetten'. God wil jullie vooruit helpen. Je bent op het pad van de evolutie, niet op de weg naar de hel. Het doel is bewustzijn, niet vergelding.'
Vriendschap met God is hiermee vooral een bemoedigend boek. Het wil mensen leren te leven in vertrouwen. En leven is meer dan in het eigen levensonderhoud voorzien. Leven heeft met vreugde te maken: 'Vreugde is het leven dat tot expressie komt. Wat jullie vreugde noemen is de vrije stroom van levensenergie. De essentie van het leven is één-zijn, eenheid met Alles wat is. Dit is wat het leven is: eenheid die tot expressie komt. Het gevoel van eenheid is het gevoel dat jullie liefde noemen.'
In een tijd dat het onbekommerd spreken over God door de vele verschrikkingen van de vorige eeuw steeds moeizamer is geworden, is het opmerkelijk om via Walsch te horen dat in Gods wereld niets onmogelijk is. De 21e eeuw wordt in Vriendschap met God zelfs als een eeuw van het ontwaken geschetst, van de ontmoeting met God in onszelf. Voorwaarde is wel dat de dialoog gaande wordt gehouden:
'Jullie kunnen misschien niet altijd duidelijk verstaan of volstrekt accuraat interpreteren wat Ik te zeggen heb, maar zolang jullie dat proberen, zolang jullie de dialoog open houden, geven jullie onze vriendschap een kans. En zolang jullie God een kans geven, zullen jullie nooit alleen zijn, nooit in je eentje voor belangrijke vragen komen te staan, nooit in tijden van nood zonder een directe hulpbron zijn. Ja, jullie zullen in Mijn hart altijd een huis hebben. Dit is wat het betekent een vriendschap te hebben met God.'
Opmerkelijk genoeg houdt de dialoog in het volgende boek van Walsch, getiteld Eén zijn met God, juist op. De reden is dat Walsch even geen behoefte meer heeft om aan zijn innerlijke stem vragen te stellen. Hij wil vanaf nu simpelweg namens God spreken. Daardoor gaat het er wel het een en ander aan humor verloren, maar de boodschap zelf kan in heel wat minder pagina's verkondigd worden. Maar wie is nu de bron van al de uitspraken?
Nu MetaVisie ermee opgehouden is spirituele leraren als Deepak Chopra en Neale Donald Walsch naar Nederland te halen kunnen we deze vraag dit jaar niet aan Walsch zelf stellen. Maar duidelijk is dat Walsch zich geïnspireerd weet door God zelf. Eén met God lijkt het meest op een mystiek traktaat waarin de weg naar de eenwording met God geschetst wordt. Centraal staan daarbij tien opvattingen over de relatie tussen God en de wereld die alle in het licht van de ultieme realiteit als illusies ontmaskerd worden.
Omdat de meeste mensen zich niet van de ultieme realiteit bewust zijn, leven ze, aldus Walsch, in een wereld van illusies. De kunst is nu om deze illusies als illusies te zien. Want ze kunnen niet ongedaan gemaakt worden. Dat zou het einde betekenen van de wereld zoals we die kennen. Een enkel voorbeeld kan volstaan.
De eerste en meest omvattende illusie is dat er in het universum behoeftigheid bestaat. Het is immers onze ervaring dat wij dingen nodig hebben om te overleven. Zo zit de wereld in elkaar. Maar dat wil nog niet zeggen dat behoeftigheid een ultieme waarheid is. Want als wij er niet om zouden geven of wij zouden sterven of leven, dan zouden we helemaal niets nodig hebben. En als sterven enkel een overgang zou zijn naar leven in een andere dimensie, dan zou het leven in werkelijkheid nooit ophouden. En dat is daadwerkelijk het geval:
'Jullie leven hoe dan ook. De vraag is niet of je leeft, maar hoe. Dat wil zeggen, welke vorm zou jij aannemen? Wat zou jouw ervaring zijn? Ik zeg jullie: je hebt niets nodig om te overleven. Jullie overleving is verzekerd. Ik heb jullie het eeuwigdurende leven gegeven en ik heb jullie dat nooit afgenomen.'
Het is duidelijk dat behoeftigheid niet ongedaan gemaakt kan worden. Vanaf de eerste schreeuw van een baby behoort behoeftigheid bij het mens-zijn. Maar in het licht van de ultieme waarheid is behoeftigheid een illusie. Alles is ons gegeven. Wij hebben niets nodig. Want we hebben het eeuwige leven.
De religiekritiek van Walsch zet nu daar in waar de mensheid godsbeelden heeft gecreëerd om de ervaring van onze alledaagse werkelijkheid langs religieuse weg te rechtvaardigen. In plaats dat God verbonden bleef aan de ultieme ervaring van de werkelijkheid verschenen er mythen waarin God betrokken werd op de ervaring van dood, ziekte en lijden. Een van deze mythen is de verdrijving uit het paradijs. God zou Adam en Eva uit het paradijs hebben verdreven, omdat zij van de boom van kennis van goed en kwaad gegeten zouden hebben. Maar in het licht van de ultieme realiteit hebben we het paradijs nooit verlaten. In werkelijkheid is de mensheid nooit van de Schepper afgescheiden geraakt. Het lijkt alleen maar alsof wij niet meer één zijn met God.
Omdat religie gebruikt is om een wereld van illusies te rechtvaardigen heeft religie er ook toe bijgedragen om een wereld te creëren die allesbehalve op een paradijs lijkt. Godsvoorstellingen die niet op de ultieme realiteit betrokken zijn hebben volgens Walsch een wereld gecreëerd waar de eenheid van de mensheid inderdaad verloren is gegaan en verdeeldheid, wedijver, rivaliteit en moord aan de orde van de dag zijn.
Ook onze maatschappelijke instituties zijn meer op de tien illusies gebaseerd dan dat zij een weerspiegeling vormen van de ultieme realiteit. We denken de criminaliteit terug te kunnen dringen door mensen voor hun ongewenst gedrag te straffen. Maar volgens Walsch berust dit op een valse premisse: 'Er wordt van uitgegaan dat straffen het gedrag zullen veranderen. Sommige mensen hebben nog steeds niet begrepen dat er niets zal veranderen zolang de maatschappelijke omstandigheden niet worden veranderd die tot ongewenst gedrag uitnodigen of het creëren.'
In feite is ons hele politieke handelen doordrongen van stilzwijgende voorstellingen betreffende de relatie van God, mens en wereld. Daarom stelt de God van Walsch: 'Politiek is spiritualiteit, gemanifesteerd. Beeld je niet in dat economie niets te maken heeft met spiritualiteit. Jullie economie onthult spiritualiteit. Denk niet dat educatie en spiritualiteit niet een en hetzelfde zijn, want wat je onderwijst, dat ben je. Als dat geen spiritualiteit is, wat dan wel?'
Het interessante aan dit hele betoog is dat er weer volop ruimte ontstaat voor maatschappelijk handelen dat wel gemotiveerd is vanuit een hogere waarheid: 'Als jullie waarlijk de wereld van jullie hoogste voorstelling wensen te ervaren, dan moeten jullie onvoorwaardelijk liefhebben, vrijelijk delen, openlijk communiceren en coöperatief creëren. Er kunnen geen geheime agenda's zijn, geen beperkingen aan de liefde, geen onthouding van wat dan ook.'
Dit geïnspireerde, maatschappelijk handelen blijkt aan het slot van Eén zijn met God in het gebed van Sint-Franciscus al verwoord te zijn: 'Heer, maak mij tot een instrument van uw vrede. Waar haat is, laat me daar liefde zaaien. Waar onrecht is, vergeving. Waar twijfel is, geloof. Waar wanhoop is, hoop. Waar duisternis is, licht. Waar droefheid is, vreugde. Geef me dat ik niet tracht getroost te worden, maar te troosten, niet tracht begrepen te worden, maar te begrijpen, niet tracht bemind te worden, maar lief te hebben.'
Dit gebed heeft nog niets aan actualiteit verloren in een wereld die door haat en zinloos geweld verscheurd wordt. Heeft de God van Walsch een antwoord op de schokkende beelden die ons bijna dagelijks via de media bereiken? De wereld heeft behoefte aan een visie die uitstijgt boven de politieke werkelijkheid die we met z'n allen gecreëerd hebben. De boeken van Walsch bieden zo'n visie in een vorm die velen blijkt aan te spreken. De God van Walsch roept niet om vergelding, maar spoort de mensheid aan te dromen 'van een wereld waarin de liefde het antwoord is op elke vraag, het antwoord op elke omstandigheid, de ervaring in elk moment.'
Herbert van Erkelens
Neale Donald Walsch: Vriendschap met God. Uitgave Kosmos-Z&K.
Neale Donald Walsch: Eén met God. Uitgave Kosmos-Z&K.
Aanvankelijk twijfelde Neale Donald Walsch eraan of hij wel met dat deel van het heelal in contact was getreden dat ‘God’ werd genoemd. Toen zijn innerlijke gesprekspartner met het voorstel kwam om de dialoog te publiceren, zag Walsch dit zelfs als een belangrijke test:
Ik besefte dat ik nu een maatstaf in handen had. Niet ik, maar het grote publiek zou het oordeel vellen. Dus ik begon het manuscript uit te typen en gaf het ter publicatie aan een uitgeverij. Dat was de test. Ik wilde zien wat voor een boek ik geschreven had. Ik wilde zien wat er zou gebeuren als dit ene boek van mij te midden van die zeshonderd andere titels in de boekhandel zou liggen.'
De God van Walsch doorstond de test glansrijk. Een ongewoon gesprek met God werd een bestseller. De dialoog werd door velen erkend als authentiek. Daarom volgden er nog twee delen, het ene gewijd aan maatschappelijke en het andere aan metafysische vraagstukken. Inmiddels ligt er al weer een vierde dialoog met God in de boekhandel, getiteld Vriendschap met God. Deze dialoog is persoonlijker van aard dan de trilogie, omdat Walsch meer over zijn eigen leven vertelt, zoals hij dat geleid heeft tot aan het moment dat hij antwoorden op zijn levensvragen begon te ontvangen.
Centraal in het boek staan de belangrijke ontmoetingen in zijn leven en de vele baantjes die hij gehad heeft. Ook beschrijft Walsch de periode in zijn leven dat hij arm en berooid op een kampeerterrein terechtkwam, waar hij rond probeerde te komen als verzamelaar van lege bierblikjes en limonadeflesjes. Daar te midden van de daklozen leerde Walsch pas echte solidariteit kennen.
Toch gaat het bij deze verhalen niet alleen om het bevredigen van de nieuwsgierigheid bij de lezers. De verhalen illustreren dat niets in het menselijk leven bij toeval gebeurt. In het geval van Walsch zouden zijn levenservaringen hem optimaal hebben voorbereid om met zijn boeken de wereld in positieve zin te veranderen. Zo merkt zijn innerlijke stem op: 'Het was jouw ziel dertig jaar geleden al duidelijk welke personen, plaatsen en omstandigheden een volmaakte ervaring zouden bieden, die jou kon voorbereiden om jouw rol te spelen in het veranderen van de wereld.'
Maar hoe kan de wereld dan veranderd worden? In alle boeken van Walsch wordt er een directe koppeling gelegd tussen de misère in de wereld en de valse godsbeelden die in de diverse wereldgodsdiensten in omloop zijn. In Vriendschap met God gaat het vooral om het ontkrachten van het denkbeeld dat God gevreesd zou moeten worden.
Omdat Walsch zelf een traditionele, katholieke opvoeding heeft genoten, heeft hij duidelijk moeite om te aanvaarden dat God geen strenge Vader in de hemel is die hem met straffen bedreigt. Daarom houdt zijn gesprekspartner hem voor: 'God heeft er geen belang bij om jullie ook maar iets 'betaald te zetten'. God wil jullie vooruit helpen. Je bent op het pad van de evolutie, niet op de weg naar de hel. Het doel is bewustzijn, niet vergelding.'
Vriendschap met God is hiermee vooral een bemoedigend boek. Het wil mensen leren te leven in vertrouwen. En leven is meer dan in het eigen levensonderhoud voorzien. Leven heeft met vreugde te maken: 'Vreugde is het leven dat tot expressie komt. Wat jullie vreugde noemen is de vrije stroom van levensenergie. De essentie van het leven is één-zijn, eenheid met Alles wat is. Dit is wat het leven is: eenheid die tot expressie komt. Het gevoel van eenheid is het gevoel dat jullie liefde noemen.'
In een tijd dat het onbekommerd spreken over God door de vele verschrikkingen van de vorige eeuw steeds moeizamer is geworden, is het opmerkelijk om via Walsch te horen dat in Gods wereld niets onmogelijk is. De 21e eeuw wordt in Vriendschap met God zelfs als een eeuw van het ontwaken geschetst, van de ontmoeting met God in onszelf. Voorwaarde is wel dat de dialoog gaande wordt gehouden:
'Jullie kunnen misschien niet altijd duidelijk verstaan of volstrekt accuraat interpreteren wat Ik te zeggen heb, maar zolang jullie dat proberen, zolang jullie de dialoog open houden, geven jullie onze vriendschap een kans. En zolang jullie God een kans geven, zullen jullie nooit alleen zijn, nooit in je eentje voor belangrijke vragen komen te staan, nooit in tijden van nood zonder een directe hulpbron zijn. Ja, jullie zullen in Mijn hart altijd een huis hebben. Dit is wat het betekent een vriendschap te hebben met God.'
Opmerkelijk genoeg houdt de dialoog in het volgende boek van Walsch, getiteld Eén zijn met God, juist op. De reden is dat Walsch even geen behoefte meer heeft om aan zijn innerlijke stem vragen te stellen. Hij wil vanaf nu simpelweg namens God spreken. Daardoor gaat het er wel het een en ander aan humor verloren, maar de boodschap zelf kan in heel wat minder pagina's verkondigd worden. Maar wie is nu de bron van al de uitspraken?
Nu MetaVisie ermee opgehouden is spirituele leraren als Deepak Chopra en Neale Donald Walsch naar Nederland te halen kunnen we deze vraag dit jaar niet aan Walsch zelf stellen. Maar duidelijk is dat Walsch zich geïnspireerd weet door God zelf. Eén met God lijkt het meest op een mystiek traktaat waarin de weg naar de eenwording met God geschetst wordt. Centraal staan daarbij tien opvattingen over de relatie tussen God en de wereld die alle in het licht van de ultieme realiteit als illusies ontmaskerd worden.
Omdat de meeste mensen zich niet van de ultieme realiteit bewust zijn, leven ze, aldus Walsch, in een wereld van illusies. De kunst is nu om deze illusies als illusies te zien. Want ze kunnen niet ongedaan gemaakt worden. Dat zou het einde betekenen van de wereld zoals we die kennen. Een enkel voorbeeld kan volstaan.
De eerste en meest omvattende illusie is dat er in het universum behoeftigheid bestaat. Het is immers onze ervaring dat wij dingen nodig hebben om te overleven. Zo zit de wereld in elkaar. Maar dat wil nog niet zeggen dat behoeftigheid een ultieme waarheid is. Want als wij er niet om zouden geven of wij zouden sterven of leven, dan zouden we helemaal niets nodig hebben. En als sterven enkel een overgang zou zijn naar leven in een andere dimensie, dan zou het leven in werkelijkheid nooit ophouden. En dat is daadwerkelijk het geval:
'Jullie leven hoe dan ook. De vraag is niet of je leeft, maar hoe. Dat wil zeggen, welke vorm zou jij aannemen? Wat zou jouw ervaring zijn? Ik zeg jullie: je hebt niets nodig om te overleven. Jullie overleving is verzekerd. Ik heb jullie het eeuwigdurende leven gegeven en ik heb jullie dat nooit afgenomen.'
Het is duidelijk dat behoeftigheid niet ongedaan gemaakt kan worden. Vanaf de eerste schreeuw van een baby behoort behoeftigheid bij het mens-zijn. Maar in het licht van de ultieme waarheid is behoeftigheid een illusie. Alles is ons gegeven. Wij hebben niets nodig. Want we hebben het eeuwige leven.
De religiekritiek van Walsch zet nu daar in waar de mensheid godsbeelden heeft gecreëerd om de ervaring van onze alledaagse werkelijkheid langs religieuse weg te rechtvaardigen. In plaats dat God verbonden bleef aan de ultieme ervaring van de werkelijkheid verschenen er mythen waarin God betrokken werd op de ervaring van dood, ziekte en lijden. Een van deze mythen is de verdrijving uit het paradijs. God zou Adam en Eva uit het paradijs hebben verdreven, omdat zij van de boom van kennis van goed en kwaad gegeten zouden hebben. Maar in het licht van de ultieme realiteit hebben we het paradijs nooit verlaten. In werkelijkheid is de mensheid nooit van de Schepper afgescheiden geraakt. Het lijkt alleen maar alsof wij niet meer één zijn met God.
Omdat religie gebruikt is om een wereld van illusies te rechtvaardigen heeft religie er ook toe bijgedragen om een wereld te creëren die allesbehalve op een paradijs lijkt. Godsvoorstellingen die niet op de ultieme realiteit betrokken zijn hebben volgens Walsch een wereld gecreëerd waar de eenheid van de mensheid inderdaad verloren is gegaan en verdeeldheid, wedijver, rivaliteit en moord aan de orde van de dag zijn.
Ook onze maatschappelijke instituties zijn meer op de tien illusies gebaseerd dan dat zij een weerspiegeling vormen van de ultieme realiteit. We denken de criminaliteit terug te kunnen dringen door mensen voor hun ongewenst gedrag te straffen. Maar volgens Walsch berust dit op een valse premisse: 'Er wordt van uitgegaan dat straffen het gedrag zullen veranderen. Sommige mensen hebben nog steeds niet begrepen dat er niets zal veranderen zolang de maatschappelijke omstandigheden niet worden veranderd die tot ongewenst gedrag uitnodigen of het creëren.'
In feite is ons hele politieke handelen doordrongen van stilzwijgende voorstellingen betreffende de relatie van God, mens en wereld. Daarom stelt de God van Walsch: 'Politiek is spiritualiteit, gemanifesteerd. Beeld je niet in dat economie niets te maken heeft met spiritualiteit. Jullie economie onthult spiritualiteit. Denk niet dat educatie en spiritualiteit niet een en hetzelfde zijn, want wat je onderwijst, dat ben je. Als dat geen spiritualiteit is, wat dan wel?'
Het interessante aan dit hele betoog is dat er weer volop ruimte ontstaat voor maatschappelijk handelen dat wel gemotiveerd is vanuit een hogere waarheid: 'Als jullie waarlijk de wereld van jullie hoogste voorstelling wensen te ervaren, dan moeten jullie onvoorwaardelijk liefhebben, vrijelijk delen, openlijk communiceren en coöperatief creëren. Er kunnen geen geheime agenda's zijn, geen beperkingen aan de liefde, geen onthouding van wat dan ook.'
Dit geïnspireerde, maatschappelijk handelen blijkt aan het slot van Eén zijn met God in het gebed van Sint-Franciscus al verwoord te zijn: 'Heer, maak mij tot een instrument van uw vrede. Waar haat is, laat me daar liefde zaaien. Waar onrecht is, vergeving. Waar twijfel is, geloof. Waar wanhoop is, hoop. Waar duisternis is, licht. Waar droefheid is, vreugde. Geef me dat ik niet tracht getroost te worden, maar te troosten, niet tracht begrepen te worden, maar te begrijpen, niet tracht bemind te worden, maar lief te hebben.'
Dit gebed heeft nog niets aan actualiteit verloren in een wereld die door haat en zinloos geweld verscheurd wordt. Heeft de God van Walsch een antwoord op de schokkende beelden die ons bijna dagelijks via de media bereiken? De wereld heeft behoefte aan een visie die uitstijgt boven de politieke werkelijkheid die we met z'n allen gecreëerd hebben. De boeken van Walsch bieden zo'n visie in een vorm die velen blijkt aan te spreken. De God van Walsch roept niet om vergelding, maar spoort de mensheid aan te dromen 'van een wereld waarin de liefde het antwoord is op elke vraag, het antwoord op elke omstandigheid, de ervaring in elk moment.'
Herbert van Erkelens
Neale Donald Walsch: Vriendschap met God. Uitgave Kosmos-Z&K.
Neale Donald Walsch: Eén met God. Uitgave Kosmos-Z&K.