Hier telt alleen het rendement
De geldberg bij de pensioenfondsen groeit momenteel weer als vanouds. En ook het poendenken floreert er als nooit tevoren.
Na een verlies van vele miljarden euro’s vorig jaar hebben de Nederlandse pensioenfondsen de afgelopen maanden weer een miljardenwinst geboekt op hun beleggingen in aandelen. Toch gaan in pensioenland de afgekondigde maatregelen om de pensioenfondsen ‘meer vet op de botten’ te geven (hogere pensioenpremies, halvering nabestaandenpensioen en overstap van een pensioenuitkering op basis van het laatst verdiende loon naar het loon dat gemiddeld werd ontvangen) gewoon door. Veel werknemers zijn hier woedend over. Maar de vakbonden, goed voor de helft van de bestuurszetels in de pensioenfondsen, staan vierkant achter het poenige Nederlandse pensioenbeleid.
Het totale vermogen van de Nederlandse pensioenfondsen is intussen de 500 miljard euro weer ver overschreden. Maar deze weelde heeft een keerzijde die in de fondsbesturen al jaren wordt genegeerd: het is bijzonder lastig geworden die bergen geld nog ergens onder te brengen. Tot het einde van de Koude Oorlog kon je nog een hoop miljarden kwijt in de wapenindustrie. Of je pompte miljarden in de bouw van kantoren, hotels en winkels of in luxe vakantiehuizen op exotische kusten. Maar ook die markten beginnen verzadigd te raken. Ook aan armlastige overheden valt weinig meer te lenen; hun financieringstekorten lopen weer fors op, maar er zijn door de enorme geldvoorraad in de wereld geldschieters genoeg te vinden. En recessie of niet, bedrijven hebben zelf geld zat om nieuwe investeringen te doen.
Sinds een jaar of tien zoeken de pensioenfondsen dan ook hun weg naar circuits waar de honger naar kapitaal onverzadigbaar is: de internationale kapitaalmarkt. Nu al maken de beleggingen in dit circuit, door de fondsen zelf voor hun gemak ‘aandelen’ genoemd, zo'n zestig procent van het totaal belegde vermogen uit. De fondsen dachten enkele jaren geleden nog dat ze er zonder grote risico's hun geld konden laten werken. Ze hadden er zelfs een 'wetenschappelijk verantwoord beleggingsmodel' voor laten ontwikkelen: het asset liability management, dat de fondsen ook bij tegenvallende aandelenkoersen of een beurscrash een goed rendement moest garanderen.
Hoe weinig solide dit systeem in werkelijkheid was, blijkt uit de daling van de waarde van hun aandelenportefeuille met meer dan 100 miljard euro in de afgelopen twee jaar (cijfers CBS). Natuurlijk is dit verlies maar van papier en zal het uiteindelijk wel meevallen. Maar het zegt wel iets over het gebrek aan mogelijkheden voor controle waarmee op de kapitaalmarkt wordt geopereerd.
Met de overname van de Nationale Investeringsbank (NIB) gingen de grootste pensioenfondsen van Nederland, ABP en PGGM, in 1998 zelf in aandelen bankieren. Ze werden daarmee nóg belangrijkere spelers op de wereldkapitaalmarkt. Grote wereldconcerns financieren er hun fusies, overnames, expansies en reorganisaties allang met (onder andere) pensioengeld van werknemers. Maar nu gingen de pensioenfondsen de hebzucht, de inhaligheid en de speculatiedrift in dit circuit mee-organiseren. Met als inzet: toprendement. Heeft het ABP geen brieven gekregen van premiebetalers die hier eigenlijk wel moeite mee hebben? PGGM-woordvoerster Dido van Holthe: 'Nee, niet één. Het enige dat onze klanten bezighoudt, is: hoe krijg ik voor een zo laag mogelijke premie een zo hoog mogelijk rendement. Het resultaat is hier het enige dat telt.'
Voor een individuele deelnemer die er niets voor voelt dat zijn maandelijkse pensioenpremie wordt gebruikt voor activiteiten op de kapitaalmarkt, is het uitgesloten dat hij mag meepraten over de aard van de beleggingen. Als hij bij de fondsen iets ter sprake wil brengen, moet hij dat doen via zijn vakbond. Is hij daar geen lid van, dan houdt het gewoon op. Op papier zijn er bij de fondsen mogelijkheden voor inspraak via de organisaties van werknemers en werkgevers, die ieder de helft van de besturen vormen. Maar in feite houden ze hun wereldje gesloten, benoemen elkaar of zichzelf via een systeem van coöptatie. Formeel zijn ze aan niemand verantwoording verschuldigd. In deze 19-de-eeuwse bestuurscultuur dringen kritische vragen uiteraard niet door.
Maar leven er bij een toch kritische Organisatie als de FNV dan geen vragen over de pensioenbeleggingen? Nee, zegt een woordvoerder. Er wordt bij de vakcentrale zelfs helemaal niet over de pensioenfondsen nagedacht. 'Dat valt onder de werking van de ABVA-KABO.'
Namens deze FNV-ambtenarenbond zit Nelly Altenburg in het ABP-bestuur. Nee, er is in het ABP-bestuur rond de overname van de NIB geen stof voor een principiële discussie aangedragen, zegt ze; ook niet door de vakbondsgedelegeerden. Wie met Altenburg praat, krijgt een goed beeld van de geldmanie waarin werkgevers én werknemers verzeild zijn geraakt. 'Het is voor werknemers van groot belang veel geld te maken van beleggingen', zegt Altenburg onomwonden. 'En aandelen zijn gewoon de beste belegging omdat ze het meeste rendement opleveren.'
Als we Altenburg vragen of ze dit geen volkskapitalisme vindt, zegt ze: 'Ik zou niet weten hoe het anders moet. Moet je al dat geld dan in een oude sok stoppen?' Alsof alternatieve banken als Triodos, Algemene Spaarbank Nederland of de oecumenische ontwikkelingsorganisatie Oikocredit al niet jarenlang bewijzen dat je met een laag rendement ook heel goede resultaten kunt bereiken. Ook bij hen is financieel rendement belangrijk, maar belangrijker nog is het sociale rendement.
Ook Altenburg vindt dat wie het anders wil, maar via zijn vakbond moet proberen een discussie aan te zwengelen. Maar je kunt bij alle weelderigheid van de pensioenen toch ook een einde maken aan de betuttelende plicht voor werknemers zich collectief via hun werkgever van een pensioen te verzekeren? Dan schep je de ruimte om zelf te bepalen waar hun pensioengeld wordt geïnvesteerd? Bovendien: mondige burgers kunnen toch ook zelf wel voor hun oude dag zorgen?
Maar daar willen de fondsen niets van horen. Het zou het einde betekenen van de kurk waarop het Nederlandse pensioensysteem drijft: de solidariteitsgedachte. Maar heeft 'solidariteit' nog betekenis als er voor iedere Nederlander, groot of klein, nu al meer dan 22.000 euro aanvullend pensioen klaarligt, bovenop de AOW? Past een begrip als 'solidariteit' nog wel bij zulke overvloedige financiële weelde? In plaats daarvan blijven de fondsen (en de vakbonden) een rituele dans opvoeren: de pensioenen staan 'onder druk' vanwege de stijging van de gemiddelde levensduur van de Nederlanders, waardoor ze langer een pensioenuitkering krijgen. Hooguit willen de fondsen 'meer maatwerk' gaan leveren, zegt Altenburg in de geest van de tijd: individuele deelnemers kunnen zich door een hogere premie gaan verzekeren van een hoger pensioen.
Als we bij Altenburg doorvragen over het primaat dat de fondsen bij het 'hoogste rendement' blijven leggen, komt het hoge woord er uit: 'Als je het niet doet, ben je een dief van je eigen portemonnee.' Met veel geld moet nog méér geld wordt verdiend. Intussen zorgt FNV-baas Lodewijk de Waal er met verhalen over de noodzaak van duurzame ontwikkeling wel voor, dat de schijn van vooruitstrevendheid wordt opgehouden.
In Frankrijk heeft een aantal intellectuelen, werklozen, juristen, boeren en vakbondsleden enkele jaren geleden de beweging Attac opgericht, tegen het ' eenheidsdenken van de liberale dictatuur'. Men wil niet alleen een belasting op het kapitaalverkeer, maar onder andere ook een beperking van de macht van de pensioenfondsen. Nee, zegt Altenburg, zo'n initiatief hoeven we in Nederland niet te verwachten.
Simone Goudzwaard
Simone Goudzwaard is econome en medewerker van Sympatheia
Na een verlies van vele miljarden euro’s vorig jaar hebben de Nederlandse pensioenfondsen de afgelopen maanden weer een miljardenwinst geboekt op hun beleggingen in aandelen. Toch gaan in pensioenland de afgekondigde maatregelen om de pensioenfondsen ‘meer vet op de botten’ te geven (hogere pensioenpremies, halvering nabestaandenpensioen en overstap van een pensioenuitkering op basis van het laatst verdiende loon naar het loon dat gemiddeld werd ontvangen) gewoon door. Veel werknemers zijn hier woedend over. Maar de vakbonden, goed voor de helft van de bestuurszetels in de pensioenfondsen, staan vierkant achter het poenige Nederlandse pensioenbeleid.
Het totale vermogen van de Nederlandse pensioenfondsen is intussen de 500 miljard euro weer ver overschreden. Maar deze weelde heeft een keerzijde die in de fondsbesturen al jaren wordt genegeerd: het is bijzonder lastig geworden die bergen geld nog ergens onder te brengen. Tot het einde van de Koude Oorlog kon je nog een hoop miljarden kwijt in de wapenindustrie. Of je pompte miljarden in de bouw van kantoren, hotels en winkels of in luxe vakantiehuizen op exotische kusten. Maar ook die markten beginnen verzadigd te raken. Ook aan armlastige overheden valt weinig meer te lenen; hun financieringstekorten lopen weer fors op, maar er zijn door de enorme geldvoorraad in de wereld geldschieters genoeg te vinden. En recessie of niet, bedrijven hebben zelf geld zat om nieuwe investeringen te doen.
Sinds een jaar of tien zoeken de pensioenfondsen dan ook hun weg naar circuits waar de honger naar kapitaal onverzadigbaar is: de internationale kapitaalmarkt. Nu al maken de beleggingen in dit circuit, door de fondsen zelf voor hun gemak ‘aandelen’ genoemd, zo'n zestig procent van het totaal belegde vermogen uit. De fondsen dachten enkele jaren geleden nog dat ze er zonder grote risico's hun geld konden laten werken. Ze hadden er zelfs een 'wetenschappelijk verantwoord beleggingsmodel' voor laten ontwikkelen: het asset liability management, dat de fondsen ook bij tegenvallende aandelenkoersen of een beurscrash een goed rendement moest garanderen.
Hoe weinig solide dit systeem in werkelijkheid was, blijkt uit de daling van de waarde van hun aandelenportefeuille met meer dan 100 miljard euro in de afgelopen twee jaar (cijfers CBS). Natuurlijk is dit verlies maar van papier en zal het uiteindelijk wel meevallen. Maar het zegt wel iets over het gebrek aan mogelijkheden voor controle waarmee op de kapitaalmarkt wordt geopereerd.
Met de overname van de Nationale Investeringsbank (NIB) gingen de grootste pensioenfondsen van Nederland, ABP en PGGM, in 1998 zelf in aandelen bankieren. Ze werden daarmee nóg belangrijkere spelers op de wereldkapitaalmarkt. Grote wereldconcerns financieren er hun fusies, overnames, expansies en reorganisaties allang met (onder andere) pensioengeld van werknemers. Maar nu gingen de pensioenfondsen de hebzucht, de inhaligheid en de speculatiedrift in dit circuit mee-organiseren. Met als inzet: toprendement. Heeft het ABP geen brieven gekregen van premiebetalers die hier eigenlijk wel moeite mee hebben? PGGM-woordvoerster Dido van Holthe: 'Nee, niet één. Het enige dat onze klanten bezighoudt, is: hoe krijg ik voor een zo laag mogelijke premie een zo hoog mogelijk rendement. Het resultaat is hier het enige dat telt.'
Voor een individuele deelnemer die er niets voor voelt dat zijn maandelijkse pensioenpremie wordt gebruikt voor activiteiten op de kapitaalmarkt, is het uitgesloten dat hij mag meepraten over de aard van de beleggingen. Als hij bij de fondsen iets ter sprake wil brengen, moet hij dat doen via zijn vakbond. Is hij daar geen lid van, dan houdt het gewoon op. Op papier zijn er bij de fondsen mogelijkheden voor inspraak via de organisaties van werknemers en werkgevers, die ieder de helft van de besturen vormen. Maar in feite houden ze hun wereldje gesloten, benoemen elkaar of zichzelf via een systeem van coöptatie. Formeel zijn ze aan niemand verantwoording verschuldigd. In deze 19-de-eeuwse bestuurscultuur dringen kritische vragen uiteraard niet door.
Maar leven er bij een toch kritische Organisatie als de FNV dan geen vragen over de pensioenbeleggingen? Nee, zegt een woordvoerder. Er wordt bij de vakcentrale zelfs helemaal niet over de pensioenfondsen nagedacht. 'Dat valt onder de werking van de ABVA-KABO.'
Namens deze FNV-ambtenarenbond zit Nelly Altenburg in het ABP-bestuur. Nee, er is in het ABP-bestuur rond de overname van de NIB geen stof voor een principiële discussie aangedragen, zegt ze; ook niet door de vakbondsgedelegeerden. Wie met Altenburg praat, krijgt een goed beeld van de geldmanie waarin werkgevers én werknemers verzeild zijn geraakt. 'Het is voor werknemers van groot belang veel geld te maken van beleggingen', zegt Altenburg onomwonden. 'En aandelen zijn gewoon de beste belegging omdat ze het meeste rendement opleveren.'
Als we Altenburg vragen of ze dit geen volkskapitalisme vindt, zegt ze: 'Ik zou niet weten hoe het anders moet. Moet je al dat geld dan in een oude sok stoppen?' Alsof alternatieve banken als Triodos, Algemene Spaarbank Nederland of de oecumenische ontwikkelingsorganisatie Oikocredit al niet jarenlang bewijzen dat je met een laag rendement ook heel goede resultaten kunt bereiken. Ook bij hen is financieel rendement belangrijk, maar belangrijker nog is het sociale rendement.
Ook Altenburg vindt dat wie het anders wil, maar via zijn vakbond moet proberen een discussie aan te zwengelen. Maar je kunt bij alle weelderigheid van de pensioenen toch ook een einde maken aan de betuttelende plicht voor werknemers zich collectief via hun werkgever van een pensioen te verzekeren? Dan schep je de ruimte om zelf te bepalen waar hun pensioengeld wordt geïnvesteerd? Bovendien: mondige burgers kunnen toch ook zelf wel voor hun oude dag zorgen?
Maar daar willen de fondsen niets van horen. Het zou het einde betekenen van de kurk waarop het Nederlandse pensioensysteem drijft: de solidariteitsgedachte. Maar heeft 'solidariteit' nog betekenis als er voor iedere Nederlander, groot of klein, nu al meer dan 22.000 euro aanvullend pensioen klaarligt, bovenop de AOW? Past een begrip als 'solidariteit' nog wel bij zulke overvloedige financiële weelde? In plaats daarvan blijven de fondsen (en de vakbonden) een rituele dans opvoeren: de pensioenen staan 'onder druk' vanwege de stijging van de gemiddelde levensduur van de Nederlanders, waardoor ze langer een pensioenuitkering krijgen. Hooguit willen de fondsen 'meer maatwerk' gaan leveren, zegt Altenburg in de geest van de tijd: individuele deelnemers kunnen zich door een hogere premie gaan verzekeren van een hoger pensioen.
Als we bij Altenburg doorvragen over het primaat dat de fondsen bij het 'hoogste rendement' blijven leggen, komt het hoge woord er uit: 'Als je het niet doet, ben je een dief van je eigen portemonnee.' Met veel geld moet nog méér geld wordt verdiend. Intussen zorgt FNV-baas Lodewijk de Waal er met verhalen over de noodzaak van duurzame ontwikkeling wel voor, dat de schijn van vooruitstrevendheid wordt opgehouden.
In Frankrijk heeft een aantal intellectuelen, werklozen, juristen, boeren en vakbondsleden enkele jaren geleden de beweging Attac opgericht, tegen het ' eenheidsdenken van de liberale dictatuur'. Men wil niet alleen een belasting op het kapitaalverkeer, maar onder andere ook een beperking van de macht van de pensioenfondsen. Nee, zegt Altenburg, zo'n initiatief hoeven we in Nederland niet te verwachten.
Simone Goudzwaard
Simone Goudzwaard is econome en medewerker van Sympatheia