De grappige kanten van de hebzucht

De zogeheten kredietcrisis ontwikkelt zich voorspoedig. Het omvallen van de Fortisbank is een verheugende ontwikkeling en als het meezit gaan binnenkort ook banken in Frankrijk en Duitsland voor de bijl. Verheugend, omdat op die manier eindelijk een gezonde verhouding kan ontstaan tussen het veel te vele geld in de wereld en de reële economie. Het is jammer dat het kabinet de pret drukte door 17 miljard op tafel te leggen om Fortis grotendeels over te nemen, maar vermakelijk was weer dat minister Bos van Financiën zo dom was op te merken dat Nederland de krenten uit de Fortis-pap had gehaald en de Belgen de bedorven rest had gelaten, daarmee de zuiderburen flink tegen de haren in strijkend. Een mooi voorbeeld van hoe de hebzuchtige mentaliteit zelfs tot op ministerieel niveau is doorgedrongen.
Grappig is ook dat financiële instellingen worden gered door een instantie waarop ze altijd afgeven: de overheid. Die moet op grote afstand blijven zolang het goed gaat, maar als redder in de nood optreden als het fout gaat.
 
De votering van 17 miljard is op zichzelf al een bewijs van de alom zeer ruime beschikbaarheid van geld. Blijkbaar staan overal in het min of meer verborgene potten met miljarden gereed. Het geld voor het verbeteren van publieke voorzieningen als onderwijs, gezondheidszorg en milieu moet zogenaamd worden gezocht, terwijl het á la minute beschikbaar is als de afgod van de economie moet worden geofferd. Het beeld dat de overheid ‘krap bij kas zit’ klopt dus niet of is ten minste zwaar overdreven.
 
Dat geldt ook voor het beeld dat de ‘kredietcrisis’ erg zou zijn voor iedereen en in het bijzonder voor ‘de gewone man’, die immers de afgelopen jaren zijn spaarcenten heeft belegd in allerlei financiële producten. Wie geld spaart heeft immers al meer dan hij nodig heeft en in elk geval veel meer dan het bedrag waarmee de helft van de wereldbevolking zich moet redden. Laten we niet vergeten dat de hebzucht van banken begint bij de hebzucht waartoe de ‘de gewone man’ dagelijks wordt gestimuleerd. Is het vervelend als hypotheekhouders van hun bank te horen krijgen dat ze het hypotheekbedrag terug moeten storten omdat de bank geld nodig heeft? Ja, maar is ook erg? Nee, er zijn banken genoeg die een nieuwe hypotheek willen afsluiten. In elk geval heeft nog niemand een boterham minder gegeten door de zogeheten kredietcrisis.  
 
Een etterend gezwel
Terecht merkt financieel specialist Adriaan Hiele in NRCHandelsblad op dat de crisis ‘ons hopelijk bevrijdt van een gezwel dat al jaren ettert en teert op onvoorstelbare, haast criminele hebzucht van bedrijfsleiders, politieke onnozelheid en de onwil om tijdig maatregelen te nemen. Plus de mentaliteit van ‘na ons de zondvloed’ en bonussen die nooit worden teruggevorderd als het mis gaat.’ Hieles hoop zal vermoedelijk ijdel blijken te zijn, omdat de ‘crisis’ weer heel snel voorbij zou kunnen zijn, zoals vorige crisis hebben aangetoond. Periodiek, grofweg om de tien jaar, moet in de financiële wereld de druk van de ketel, om te voorkomen dat de zaak ontploft, zoals bij een snelkookpan. In 1987 was er Zwarte Maandag en eind jaren negentig spatte met een knal de ICT-luchtbel uiteen. Het is onwaarschijnlijk dat de financiële wereld uit de huidige crisis een les zal trekken en daardoor in de toekomst rampen zal voorkomen. Over pakweg tien jaar zal de geschiedenis zich herhalen en zich de volgende ramp voordoen, opnieuw veroorzaakt door de hebzucht van financiële leiders en ’jan met de kleine aandelenportefeuille’.      
 
 
Nederland is overvol…
Crisis of niet, het kabinet wil in de Randstad de komende 30 jaar een half miljoen huizen extra bouwen. Een ongelooflijke boodschap, omdat iedereen overal huizen te koop en dus leeg ziet staan. Ook Schiphol en regionale vliegvelden moeten verder groeien en minister Eurlings wil per direct beginnen met het verbreden van een groot aantal snelwegen en het verhogen van de maximumsnelheid. Het Kennisinstituut Mobiliteitsbeleid maakte bekend dat het autoverkeer de komende jaren met 11 tot 14%  zal toenemen. Tegelijkertijd signaleert de milieu-epidemioloog en winnaar van de Heineken-wetenschapsprijs 2008 professor Bert Brunekreef dat de problematische luchtkwaliteit boven Nederland zeker tot 2040 onoplosbaar zal zijn. Het zijn hoogst alarmerende ontwikkelingen die vraag actueel maken of Nederland intussen een overvol land is geworden.
 
Begin jaren negentig werd in dag- en weekbladen volop over die vraag gediscussieerd, waarbij politici over elkaar heen struikelden om het antwoord vooral niet te geven. De vraag of Nederland vol is werd destijds toegespitst op de toevloed van asielzoekers, het hoge geboortecijfer onder allochtonen en hun gezinshereniging, factoren die tezamen anno 2008 nog steeds goed zijn voor een bevolkingsaanwas van één middelgrote stad per jaar. De aanleiding voor zo’n debat is dus onverminderd acuut. In 1991 kondigde het toenmalige kabinet aan dat er in de Randstad 700.000 huizen moesten bijkomen. Over Schiphol woedde in die jaren een nationale discussie over de vraag of de luchthaven mocht groeien tot 450.000 vluchten per jaar (dat mogen er nu 510.000 worden). Ook werd toen alom aangedrongen op het verbreden van snelwegen en de aanleg van nieuwe. Daarnaast wilde men 1001 andere infrastructurele functies van de toen al schaarse ruimte uitbreiden en intensiveren, met luchthavens, autowegen en industrieterreinen.
 
… door ongebreidelde expansiedrift
Met 452 mensen per vierkante kilometer, één van de hoogste consumptieniveaus ter wereld en de ongebreidelde expansiedrift zal de druk per vierkante kilometer zeker in de Randstad de komende jaren fors toenemen. Willen we dat? En is er nog wel ruimte voor een duurzame toekomst?
 
De Index van Duurzame Economische Welvaart (ISEW), een alternatief voor het Bruto Nationaal Product, laat zien dat de meeste welvaartsindicatoren in het Westen de laatste jaren drastisch achteruitgaan, ondanks de gegroeide rijkdom: onderwijs, gezondheidszorg, sociale zekerheid, veiligheid, werk, participatie, gezonde lucht, schoon water en nog zo’n twintig andere: alles neemt af in kwaliteit, garantie, beschikbaarheid en betaalbaarheid. Als ‘we’ moeten groeien om dit alles te kunnen blijven betalen, klopt deze combinatie niet meer. Maar toch blijft de ene expansiegolf de andere opvolgen. Een hoge bevolkingsdruk maakt blijkbaar extreem economisch handelen noodzakelijk. Doen ‘de consumenten’, geconfronteerd met de negatieve gevolgen van de groeidwang, onvoldoende om de productie en de consumptie te laten stijgen, dan stimuleert de staat de productiegroei met allerlei investeringen, bij voorkeur in de infrastructuur (wegens, vliegvelden). Zolang de ruimte en het milieu als niet schaars en zelfs gratis worden beschouwd, kan deze cyclus z’n gang blijven gaan, ondanks het heldhaftige verzet van Milieudefensie en Greenpeace.
 
Gelukkig geeft de Europese Unie de laatste jaren duidelijk aan dat het gebruik van ruimte en milieu in Nederland is begrensd. Veel bouwprojecten ondervinden stagnatie of moesten worden aangepast omdat de EU-norm voor fijnstof werd overschreden. Op die manier blijft de vernielzucht het resterende ruimte- en milieukapitaal opslokken en het kostenniveau stijgen, waardoor de ‘groei’ de welvaart opvreet.       
 
Bij het doldraaien van de expansiedrift en het steeds meer in de vergetelheid raken van onze welvaartsdoelen past maar één woord: vergekting. Nederland is overvol omdat we er maar niet in slagen aan deze vergekting een einde te maken. Het begrip ‘overbevolking’ dient opnieuw te worden gedefinieerd. Met een teveel aan mensen heeft dat niet te maken, wel met een teveel aan activiteiten. Alleen laffe kiezers en beleidsmakers blijven een dergelijke discussie uit de weg gaan.
 
Waarom een race?
Schrijver Willem van Toorn slaat in NRCHandelsblad de spijker op de kop: ‘Misschien moeten we eens ophouden met het nastreven van die nooit aflatende groei en gaan nadenken over een versoberingsprogramma, ‘of tenminste een pas op de plaats om eens goed te overwegen wat voor samenleving we nu eigenlijk willen.’ Krimp, aldus Van Toorn, zal leiden tot minder opgewonden, stress genererende bedrijvigheid, minder verkeer, minder belasting van het milieu. ‘Vermindering van de consumptie van het milieu zwaar belastende luxegoederen zou niet alleen een gunstig effect kunnen hebben op de moraal van opgroeiende kinderen die nu zonder het nieuwste mobieltje niet gelukkig door het leven kunnen, ze zou ook weer een bijdrage kunnen leveren aan een andere besteding van ons budget.’ Waarom zou het leven een race moeten zijn, waarbij de nationale economieën met elkaar in een wedloop verwikkeld zijn? Waarom zouden ze om gezondheidsredenen niet kameraadschappelijk met elkaar gaan joggen? 
 

Jos Teunissen