Roep schurken bijtijds een halt toe

Dat het toch nog tot een proces tegen de Bosnisch-Servische aartsschurk Radovan Karadzic is gekomen, is in meer opzichten verheugend. De nog levende slachtoffers die hij mede op zijn geweten heeft, zullen eindelijk gerechtigheid ervaren. Daarnaast zal tijdens de verhoren het bedroevend zwakke optreden van de West-Europese landen in de Bosnische oorlog weer voluit over het internationale voetlicht komen. Wellicht zal dat bijdragen tot het besef dat toekomstige schurken bijtijds een halt moet worden toegeroepen.

Karadzic kon zijn gang gaan door een twee-en-een-half jaar lang door de West-Europese landen volgehouden politiek van pappen en nathouden, met het drama van Srebrenica en de beschieting van de markt in Sarajevo als meest bedroevende dieptepunten. Europa bleef in het conflict lange tijd slechts hopen op een vredesakkoord met de Bosnische Serviërs. Zelfs van humanitaire hulpverlening kwam weinig terecht. Ongewapende en onbeschermde burgers werden vermoord, verkracht, beschoten en uitgehongerd. Voedselkonvooien werden door gewapende bendes tegengehouden. Europa stond erbij te kijken en liet het allemaal gebeuren. Herhaaldelijk werden dreigende woorden gesproken, maar die hadden al spoedig elke betekenis verloren toen ze volstrekt loos bleken te zijn.

We zien nog de beelden van de onderhandelaar van de Europese Unie, de Brit David Owen, die de schurken met wie hij eindeloos overlegde stelselmatig geruststelde met de mededeling dat van geweld tegen hen gebruiken geen sprake zou zijn. Ongetwijfeld heeft het aanvankelijke afzien van elke militaire optie de strijdende partijen aangemoedigd. In een vroeg stadium was erger te voorkomen geweest, maar die kans is door een verdeeld en weifelend West-Europa gemist.

Een blijvende schandvlek

Zo kon het Joegoslavische conflict ontaarden in een oorlog die zich behalve door extreme wreedheid kenmerkte door lafhartigheid. Europa liet zien dat het op geen enkele manier in staat was zijn eigen broek op te halen. Dankzij een interventie van Rusland en zijn 800 blauwhelmen kon enige kracht worden bijgezet aan het ultimatum dat door de Verenigde Naties en de Navo was gesteld met betrekking tot het verwijderen van zware wapens rondom het door Serviërs belegerde Sarajevo. De Serven deden het vervolgens in hun broek en trokken hun geschut terug.

Hier en daar werd gepleit voor uitbreiding van het ‘model Sarajevo’ tot andere door de VN zogenaamd beveiligde gebieden, maar meteen overviel de West-Europese landen dezelfde behoedzaamheid, lees: lamlendigheid, als voorheen; kennelijk was men nog niet bekomen van de schrik van de eigen ‘moed’. Opnieuw werd machteloos toegezien, met de oude argumenten dat anders een enorm contingent aan grondtroepen zou moeten worden ingezet en de kans te groot was dat men in een eindeloze grondoorlog verzeild zou raken. Het leidde op 11 juli 1995 tot de slachting in Srebrenica, waar rond de 8000 moslim-mannen door troepen van Karadzic en Mladic in koelen bloede werden vermoord. Srebrenica is een blijvende schandvlek op het blazoen van het nieuwe Europa.

Uiteindelijk moesten op aandringen de Franse minister van Defensie de Verenigde Staten tussenbeide komen om een einde te maken aan etnische vernietiging, moordpartijen en de stroom van meer dan twee miljoen vluchtelingen. Het ontbreken van een scenario is van begin af aan een grondfout geweest in de Westerse benadering van het conflict in Joegoslavië. Het Westen was niet bereid risico’s te nemen om af te rekenen met wat de toenmalige Russische onderminister Tsjoerkin omschreef als ‘een door de krankzinnigheid van de oorlog besmette groep Bosnisch-Servische extremisten’. Met evenveel recht kan men spreken van een moordenaarsbende. Met Radovan Karadzic aan het hoofd ervan.

De vraag is interessant of de Europese Unie anno 2007 in dezelfde lamlendigheid zou vervallen als ze in het Bosnische conflict heeft laten zien. De vraag is bovendien urgent nu de Britse minister van Buitenlandse Zaken David Miliband na een bezoek aan Bosnië vorige week heeft gezegd dat hij is geschrokken van de nog altijd grote haat tussen de verschillende bevolkingsgroepen in het land en de vrede er niet zo stabiel is als het lijkt. De Serviërs in Bosnië zouden zich willen afscheiden en daarbij desnoods geweld willen gebruiken.

Het is te hopen dat de EU tijdens het proces tegen Karadzic van haar falen doordrongen zal raken. Van de rol van de EU bij pogingen een veilige internationale rechtsorde te vestigen kunnen we in elk geval (nog) niet onder de indruk raken.

De moed van Nelson Mandela
Tegenover de labbekakkige houding van de EU in de wereldpolitiek staat de benijdenswaardige moed van individuele mensen als Nelson Mandela. De vorige week 90 jaar geworden ex-president van Zuid-Afrika, kon na zijn 27 jaar gevangenschap de moed opbrengen zonder een spoor van verbittering tot verzoening oproepen. ‘Laat de oude wonden genezen, laten we het verleden begraven.’ Maar aan de andere kant kon hij met dezelfde moed ook wraakzuchtige zwarte en blanke groeperingen waarschuwen: ‘Zoals ik heb gevochten tegen blanke overheersing, zo zal ik ook vechten tegen zwarte overheersing.’ Van een ‘bijltjesdag’ wil hij niet weten. ‘Als zij die onder het apartheidsregime misdaden hebben bedreven, bekennen wat ze misdaan hebben, kunnen zij vrijuit gaan.’ Woorden met een groot gehalte aan werkelijkheidszin: Zuid-Afrika is een verscheurde maatschappij, waarin verzoening de enige begaanbare weg was en is om een rigoureus uiteenvallen ervan te voorkomen.

Verzoening en vergeving zullen ook de komende jaren het fundament moeten zijn waarop wordt voortgebouwd aan het nieuwe Zuid-Afrika.

Jos Teunissen