De kredietcrisis, een geschenk uit de hemel

Miljarden verdampen en banken gaan failliet, maar de ‘kredietcrisis’ is geen ramp, ook al willen de geldmanagers en de media ons doen geloven dat dat wel zo is. Het is helemaal niet erg dat financiële instellingen omvallen. In de wereld is namelijk veel te veel geld in omloop, minstens tien keer meer dan er aan waarde van alle goederen en diensten tegenover staat. Het teveel aan geld heeft met name de Amerikanen blind gemaakt voor de realiteit. Ze bleven hun hoge levensstandaard maar financieren met geld dat werd geleend in het buitenland, dat maar al te graag bereid was de Amerikanen de leningen te verstrekken omdat geld lenen geld oplevert. Op de pof leven kan niet eindeloos doorgaan, daar komen veel Amerikanen nu achter.

Dat financiële instellingen omvallen, is te meer niet erg, omdat als iets in elkaar valt er meestal iets beters voor terugkomt. Hopelijk zal de ‘kredietcrisis’ ertoe leiden dat bij velen het inzicht zal ontstaan dat het wereldgeldsysteem dringend hervorming nodig heeft. In plaats van ons de angst te laten aanpraten waarna de geldmagnaten in hun financiële tempels in Londen, New York, Tokio en Amsterdam op dit moment worstelen, kunnen we bij de huidige zogenaamde crisis beter zonder angst naar de toekomst kijken en ons de vraag stellen hoe het voortaan anders moet. De ‘kredietcrisis’ kan worden beschouwd als een geschenk uit de hemel, omdat ze ons dwingt te kiezen voor een bestaan dat minder afhankelijk is van de beslissingen die bange mannen met veel te veel geld over ons nemen.

Sluit de beurzen
De problemen op de geldmarkt vinden hun oorsprong op plaatsen waar op grond van pure hebzucht geld met geld wordt gemaakt: de internationale beurzen. De waarde van ondernemingen wordt er voortdurend opgestuwd waardoor een overwaarde ontstaat die vervolgens in geld wordt uitgedrukt. De door de beurzen zelf zonder enige democratische controle ontworpen wetten hebben er min of meer vrij spel. Commissarissen van ondernemingen varen er wel bij omdat hun salarissen en een reeks van bonussen is gerelateerd aan de beurswaarde van het bedrijf. De exorbitant hoge beloningen die de heren zich toeëigenen zijn al jaren een doorn in het oog van het fatsoenlijke deel van de bevolking. Ook regeringen roepen er schande van, maar weigeren zichzelf de middelen in handen te geven om aan het gegraai een halt toe te roepen.

De roversnesten die fatsoenshalve nog steeds ‘beurzen’ worden genoemd hadden tot voor kort nauwelijks enige binding met het economisch leven. We herinneren ons nog de beurskracht van maandag 19 oktober 1987 (‘zwarte maandag’), die als een donderslag bij heldere hemel plaatsvond. Wereldwijd, te beginnen in de VS, daalden de aandelenkoersen plotseling sterk, na een periode waarin de ene stijging de andere was opgevolgd. Binnen twee jaar hadden de beurzen zich echter volledig hersteld en kon het spelletje opnieuw beginnen. Een heel verschil met de beurskrach van 1929, waaraan uiteindelijk de Tweede Wereldoorlog als een geschenk uit de hemel een einde maakte doordat zeer fors in de wapenindustrie werd geïnvesteerd en veel geld werd gepompt in de wederopbouw van Europa. Niemand had in 1987 ‘zwarte maandag’ zien aankomen. De economie liep vrijwel geen schade op.

De huidige ‘kredietcrisis’ is ontstaan na een te groot optimisme over de stijging van lonen en huizenprijzen in Amerika, dus als gevolg van overbesteding. Banken verstrekten steeds makkelijker hypotheken aan mensen die het eigenlijk niet konden betalen. De hypothecaire leningportefeuilles werden als obligaties verkocht, die de laatste maanden enorm in waarde zijn gedaald. Banken komen in problemen, doordat zij veel geld hebben gestoken in deze riskante leningen.

Hopelijk zullen regeringsleiders nu eindelijk lessen trekken uit de financiële spelletjes van graaizuchtige heren en tot hervorming van het financiële systeem overgaan.

Op naar het Europese Hof
Het kabinet wil ons doen geloven dat in de Randstad tot 2040 500.000 woningen extra gebouwd moeten worden. Elke burger kan echter zien dat overal woningen in allerlei soorten te koop staan. Projectontwikkelaars en makelaars houden graag de mythe in stand dat er ‘een schrikbarend tekort is aan woningen, met name voor starters’. Aan dit sprookje wordt immers veel geld verdiend. De woningmarkt is big business, waarvoor men zelfs bereid is de laatste restjes natuur, open ruimte en milieu op te offeren.

Het kabinet wil met name de mogelijkheden voor woningbouw in het Groene Hart verruimen, dit in combinatie met de aanleg van grote parken. Opmerkelijk was de reactie op het kabinetsbesluit van D66-leider Pechtold, die uitriep dat woningbouw ‘leven in de brouwerij’ brengt. Dat klopt, woningbouw brengt voor projectontwikkelaars leven in de brouwerij, maar voor burgers is woningbouw juist de dood in de pot. Het opofferen van open en groen land tussen de steden voor woningbouw betekent een aanslag op hun leefbaarheid vanwege de verslechtering van de luchtkwaliteit en de leefbaarheid die woningbouw met zich meebrengt.

Gelukkig krijgen de pleitbezorgers van open en groen land tussen de vier grote steden steun uit Europa. Het Europese Hof van Justitie heeft deze zomer burgers in gemeenten waar de luchtkwaliteit wordt bedreigd door woningbouw, infrastructurele projecten en de aanleg van bedrijfsterreinen de mogelijkheid geboden van lokale overheden actieplannen te eisen die de uitstoot van vervuilende stoffen reduceren. Dat kan alleen door af te zien van de beoogde projecten. Minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat wil de mogelijkheid voor burgers tegen plannen voor het aanleggen of verbreden van wegen in beroep te gaan bij de Raad van State beperken. Maar door dit Europese besluit kunnen zij voortaan naar het Europese Hof.

Simone Goudzwaard