Leve de kerktoonsoorten!

Verschillende kerktoonsoorten zijn nog volop in gebruik. Waarom horen we daar zo weinig van?

Als je de zwarte toetsen van een piano ongebruikt laat, kun je al aardig wat melodieën en akkoorden spelen. Neem je de C als begintoon, dan heb je de majeur toonladder (of ionische kerktoonsoort) en die wordt veel gebruikt in de westerse muziek. Spannender is het om een andere toon als begintoon te nemen, de D bijvoorbeeld. De bijbehorende kerktoonsoort of modus heet dorisch. Het interval D-F is een kleine terts, een mineur interval. Het beroemdste lied in de dorische modus is het laat-middeleeuwse Scarborough Fair. De kleine terts D-F klinkt treurig. Maar dorische melodieën hebben altijd nog een majeur interval, namelijk het interval D-B, de grote sext die in dit verband wel de dorische sext wordt genoemd.

Kies je als begintoon de E, dan kom je in de frygische kerktoonsoort terecht die aan de basis ligt van de tango en de flamenco. Om deze modus echt exotisch te laten klinken, moet je de G verhogen tot een Gis en dus toch een zwarte toets gebruiken. Tussen de E en de Gis heb je een interval dat overmatige secunde heet. In de joodse liturgie wordt de toonladder met de overmatige secunde vaak gebruikt, zoals in Avinu Malkeynu en Shalom Aleichem.

Keren we terug naar louter witte toetsen, dan kunnen we ook de F als begintoon kiezen. De corresponderende kerktoonsoort heet lydisch en wordt weinig gebruikt, omdat het interval F-B drie hele toonafstanden omvat en moeilijk is om te zingen. Om die reden wordt het interval ‘de duivel in de muziek’ genoemd. Wie dit interval desondanks wil zingen, kan het proberen met behulp van You Won’t See Me van de Beatles. De sprong in het refrein tussen ‘listen’ and ‘I wouldn’t mind’ is een duivel in de muziek.

De kerktoonsoort die begint met de G heet mixolydisch. De toonladder in G verschilt niet zoveel van de majeur toonladder, maar er komt een kleine septiem G-F in voor. Die kun je gebruiken voor het G7 akkoord. De kleine septiem is een blue note die veel in de blues- en de popmuziek wordt gebruikt. Bekende mixolydische ballads van de Beatles zijn Get Back en You’ve Got To Hide Your Love Away. Ook de spiritual All My Trials is mixolydisch.

We krijgen de aeolische kerktoonsoort als we de A als begintoon kiezen. Wat we horen is de natuurlijke mineur toonladder. In Israëlische volksmuziek komt deze modus veel voor. Voor popmuziek klinkt hij te droevig. Je kunt er niet gemakkelijk een hit mee scoren. De kleine sext A-F is zeer geschikt om smartelijke gevoelens uit te drukken. Bach maakt gebruik van een kleine sext in de bekende aria Erbarme Dich uit de Matthäus Passion.

Beginnen we bij de B, dan hebben we te maken met de lokrische kerktoonsoort. Erg populair is deze zevende modus niet. Het interval B-F is een duivel in de muziek en B-G is een kleine sext. Daartussenin ligt de kwint, het meest welluidende interval in de muziek. Maar die ontbreekt nu juist in relatie tot de B. Tussen de F en de G ligt de Fis en dat is een zwarte toets. Ooit heeft Leonhard Euler in de 18e eeuw ervoor gepleit de Fis als achtste noot aan de majeur toonladder toe te voegen en de toets daarmee wit te wassen. Maar dat is niet gebeurd. Het was veel handiger om af en toe de F te verhogen.

Herbert van Erkelens