Mozart en de alchemie
Eindelijk is het zover: dezer dagen verscheen Tjeu van den Berks meesterwerk in een schitterende Engelse uitgave. Nu kan ook de Engelstalige wereld kennis nemen van een interpretatie van Mozarts opera Die Zauberflöte die dichtbij de alchemie en de vrijmetselarij staat.
Theoloog Tjeu van den Berk behoort tot die zeldzame onderzoekers die zich meer door hun gevoel en hun intuïtie laten leiden dan door hun gezonde verstand. Operaliefhebbers en geïnteresseerden in Jungiaanse psychologie kennen hem van zijn diepgravende studie van Mozarts opera Die Zauberflöte. In telkens nieuwe edities van deze studie beschrijft hij hoe Papageno, prins Tamino en Pamina de drie principes kwikzilver, zwavel en zout uit de Paracelsische alchemie uitbeelden. Dit werk trok ook de aandacht van vrijmetselaars die de alchemistische symboliek als een weg van inwijding beschouwen.
Zes jaar terug ontmoette Van den Berk bij een vrijmetselaarsloge Jeroen Berkhout. Die ontpopte zich al snel als de vreemde vogel die ervoor zou zorgen dat het meesterwerk van de theoloog in het Engels werd vertaald. Eind maart van dit jaar was het zover. Bij Brill verscheen The Magic Flute. An Alchemical Allegory in een schitterende uitgave met 650 pagina’s tekst, 92 illustraties en drie cd’s met de eerste integrale uitvoering van Die Zauberflöte. Daarmee kan de Engelstalige wereld eindelijk kennis maken met een interpretatie van Mozarts opera die dicht bij de wereld van alchemie en vrijmetselarij staat en waaruit Die Zauberflöte is voortgekomen.
Zelf zegt Van den Berk over zijn duiding: ‘Dat kwik, zwavel en zout in hun alchemistische betekenis zo’n belangrijke rol in de opera spelen, laat zien dat de hele inhoud is ontleend aan de esoterische wereld van de Rozenkruisers. Want die werkten volop met de drie-principes-leer van Paracelsus. Nu weten we dat Mozart een vrijmetselaar was. Maar niet iedere vrijmetselaar was ook Rozenkruiser. Eigenlijk had je in Wenen aan het eind van de achttiende eeuw twee groepen vrijmetselaars.
De ene groep streefde naar Aufklärung, naar verlichting in maatschappelijk-politieke zin, de andere naar Erleuchtung, naar mystieke verlichting. De laatste groep stond in relatie tot een genootschap dat nauw aan de Rozenkruisers verwant was en de Aziatische Broeders werd genoemd.
In 1786 trad Mozart toe tot de loge ‘Zur neugekrönnten Hoffnung’, die op het spoor van de Aziatische Broeders zat. Vier jaar later stierf keizer Joseph II. Hij werd opgevolgd door zijn broer Leopold II, die de vrijmetselarij goed gezind was. De twee jaren van zijn bewind duurden net lang genoeg voor de planning van Die Zauberflöte. In september 1791 werd de opera voor het eerst opgevoerd en wel onder leiding van Mozart zelf. Twee maanden later dirigeerde de componist zijn Kleine Freimaurer-Kantate voor de inwijding van de nieuwe tempel van ‘Zur neugekrönnten Hoffnung.’ En drie weken later stierf hij.
Kort daarop overleed ook Leopold II. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Franz II, die iedereen vervolgde die er vrijzinnige ideeën op nahield of zich in geheime genootschappen organiseerde. Daarom hief de loge waartoe Mozart behoord had zich in december 1793 op. En zo verdwenen de vrijmetselarij en daarmee de alchemie van het toneel op het moment dat Die Zauberflöte de harten van de mensen in Wenen had veroverd. In dit klimaat van repressie durfde niemand meer naar de alchemistische inhoud van de opera te verwijzen.’
Aan de Katholieke Theologische Universiteit Utrecht was Van den Berk lange tijd als docent praktische theologie verbonden. Zijn interesse ging uit naar de relatie van kunst en religie en naar levensbeschouwelijke opvoeding van jonge mensen. Goede herinneringen koestert hij aan zijn jeugd. Zijn vader kon prachtig vertellen en las zijn zoon ‘s avonds voor het slapen gaan het sprookje De geest in de fles voor. Dit was voor de jonge Tjeu de eerste kennismaking met de grootmachtige Mercurius, de geest der materie uit de alchemie.
Later kwam Van den Berk Mercurius weer tegen in het werk van dieptepsycholoog Carl Gustav Jung. De geest Mercurius heeft volgens Jung een nauwe relatie met Hermes, de boodschapper der goden uit de Griekse mythologie. In een interview merkte Van den Berk rond zijn afscheid van de KTUU op: ‘Hermes is een van mijn lievelingsfiguren. Hij is de meest miskende archetypische figuur in onze cultuur. In de westerse alchemie wordt hij Mercurius genoemd, hij is de geest in de fles. En als je die fles opendoet, heb je de poppen aan het dansen. Maar zonder het openen van de fles geeft hij jou niet dat lapje waarmee je wonden kunt genezen en staal en ijzer kunt veranderen in zilver. Mercurius is fundamenteel duplex, dubbelzinnig. Volgens de alchemisten was hij goed met de goeden en kwaad met de kwaden.’
In The Magic Flute vertelt Van den Berk hoe hij stapje voor stapje ontdekte dat achter de grappenmaker Papageno de openbaringsgodheid Hermes en daarmee het kwik der wijzen uit de alchemie schuilgaat. Vandaar was het nog een hele onderneming om tot een alchemistische duiding van de hele opera te komen. Gelukkig had Jung zich in zijn Mysterium Coniunctionis uitvoerig met de Paracelsische alchemie beziggehouden. Daardoor kon Van den Berk overtuigend aantonen dat ieder detail in Die Zauberflöte vermoedelijk een alchemistische achtergrond heeft.
In de alchemie staat een inwijdingsweg centraal die van diepe duisternis naar stralend licht leidt. De verschillende fasen van dit proces worden aangeduid met de drie kleuren zwart, wit en rood en de daarbij horende planeten Saturnus, de Maan en de Zon. Van den Berk kan in de opera van Mozart precies aanwijzen waar de ene kleurfase overgaat in de volgende. En ook de drie cd’s die bij de Engelse uitgave zijn gevoegd, dragen de kleuren die de wedergeboorte van het licht uit het duister van de nacht aanduiden. Op deze cd’s is in het Duits het volledige libretto te horen dat ook als appendix aan The Magic Flute is toegevoegd. Juist in het op het eerste gezicht niets zeggende geklets tussen de muzikale wendingen in, zitten sleutels verborgen om de opera te kunnen begrijpen.
Het is voor Jeroen Berkhout een enorme tour de force geweest om het proza van meesterverteller Van den Berk in begrijpelijk Engels om te zetten. Hij laat hier en daar ook wel wat steken vallen. De meeste moeite heeft hij gehad met het Italiaans van een anonieme ‘zoon van Hermes’ die in 1816 in het weekblad Corriere del Dame de eerste alchemistische duiding van Die Zauberflöte ten beste gaf. Hier lezen we tot onze verrassing dat de Koningin van de Nacht een dochter van Hermes was.
Gelukkig heeft Van den Berk op eerdere bladzijden al uitvoerig uitgelegd dat de steeds furieuzer wordende Koningin een verbeelding is van de prima materia uit de alchemie. Zij is de zwarte Isis die in het katholicisme als de zwarte Madonna wordt vereerd. Eigenlijk had ook zij tijdens de opera de kleurfasen zwart, wit en rood moeten doorlopen. Maar Mozart koos ervoor om haar dochter Pamina door het alchemistische transformatieproces heen te voeren. Zo blijft de Koningin van de Nacht degene die zij altijd is geweest: de zwarte Isis van wie nog niemand de sluier heeft durven oplichten.
Herbert van Erkelens
M.F.M. van den Berk, The Magic Flute. Die Zauberflöte. An Alchemical Allegory. Gebonden uitgave van Brill met een integrale uitvoering van de opera door de New Opera Academy. Prijs: 199 euro.
Theoloog Tjeu van den Berk behoort tot die zeldzame onderzoekers die zich meer door hun gevoel en hun intuïtie laten leiden dan door hun gezonde verstand. Operaliefhebbers en geïnteresseerden in Jungiaanse psychologie kennen hem van zijn diepgravende studie van Mozarts opera Die Zauberflöte. In telkens nieuwe edities van deze studie beschrijft hij hoe Papageno, prins Tamino en Pamina de drie principes kwikzilver, zwavel en zout uit de Paracelsische alchemie uitbeelden. Dit werk trok ook de aandacht van vrijmetselaars die de alchemistische symboliek als een weg van inwijding beschouwen.
Zes jaar terug ontmoette Van den Berk bij een vrijmetselaarsloge Jeroen Berkhout. Die ontpopte zich al snel als de vreemde vogel die ervoor zou zorgen dat het meesterwerk van de theoloog in het Engels werd vertaald. Eind maart van dit jaar was het zover. Bij Brill verscheen The Magic Flute. An Alchemical Allegory in een schitterende uitgave met 650 pagina’s tekst, 92 illustraties en drie cd’s met de eerste integrale uitvoering van Die Zauberflöte. Daarmee kan de Engelstalige wereld eindelijk kennis maken met een interpretatie van Mozarts opera die dicht bij de wereld van alchemie en vrijmetselarij staat en waaruit Die Zauberflöte is voortgekomen.
Zelf zegt Van den Berk over zijn duiding: ‘Dat kwik, zwavel en zout in hun alchemistische betekenis zo’n belangrijke rol in de opera spelen, laat zien dat de hele inhoud is ontleend aan de esoterische wereld van de Rozenkruisers. Want die werkten volop met de drie-principes-leer van Paracelsus. Nu weten we dat Mozart een vrijmetselaar was. Maar niet iedere vrijmetselaar was ook Rozenkruiser. Eigenlijk had je in Wenen aan het eind van de achttiende eeuw twee groepen vrijmetselaars.
De ene groep streefde naar Aufklärung, naar verlichting in maatschappelijk-politieke zin, de andere naar Erleuchtung, naar mystieke verlichting. De laatste groep stond in relatie tot een genootschap dat nauw aan de Rozenkruisers verwant was en de Aziatische Broeders werd genoemd.
In 1786 trad Mozart toe tot de loge ‘Zur neugekrönnten Hoffnung’, die op het spoor van de Aziatische Broeders zat. Vier jaar later stierf keizer Joseph II. Hij werd opgevolgd door zijn broer Leopold II, die de vrijmetselarij goed gezind was. De twee jaren van zijn bewind duurden net lang genoeg voor de planning van Die Zauberflöte. In september 1791 werd de opera voor het eerst opgevoerd en wel onder leiding van Mozart zelf. Twee maanden later dirigeerde de componist zijn Kleine Freimaurer-Kantate voor de inwijding van de nieuwe tempel van ‘Zur neugekrönnten Hoffnung.’ En drie weken later stierf hij.
Kort daarop overleed ook Leopold II. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Franz II, die iedereen vervolgde die er vrijzinnige ideeën op nahield of zich in geheime genootschappen organiseerde. Daarom hief de loge waartoe Mozart behoord had zich in december 1793 op. En zo verdwenen de vrijmetselarij en daarmee de alchemie van het toneel op het moment dat Die Zauberflöte de harten van de mensen in Wenen had veroverd. In dit klimaat van repressie durfde niemand meer naar de alchemistische inhoud van de opera te verwijzen.’
Aan de Katholieke Theologische Universiteit Utrecht was Van den Berk lange tijd als docent praktische theologie verbonden. Zijn interesse ging uit naar de relatie van kunst en religie en naar levensbeschouwelijke opvoeding van jonge mensen. Goede herinneringen koestert hij aan zijn jeugd. Zijn vader kon prachtig vertellen en las zijn zoon ‘s avonds voor het slapen gaan het sprookje De geest in de fles voor. Dit was voor de jonge Tjeu de eerste kennismaking met de grootmachtige Mercurius, de geest der materie uit de alchemie.
Later kwam Van den Berk Mercurius weer tegen in het werk van dieptepsycholoog Carl Gustav Jung. De geest Mercurius heeft volgens Jung een nauwe relatie met Hermes, de boodschapper der goden uit de Griekse mythologie. In een interview merkte Van den Berk rond zijn afscheid van de KTUU op: ‘Hermes is een van mijn lievelingsfiguren. Hij is de meest miskende archetypische figuur in onze cultuur. In de westerse alchemie wordt hij Mercurius genoemd, hij is de geest in de fles. En als je die fles opendoet, heb je de poppen aan het dansen. Maar zonder het openen van de fles geeft hij jou niet dat lapje waarmee je wonden kunt genezen en staal en ijzer kunt veranderen in zilver. Mercurius is fundamenteel duplex, dubbelzinnig. Volgens de alchemisten was hij goed met de goeden en kwaad met de kwaden.’
In The Magic Flute vertelt Van den Berk hoe hij stapje voor stapje ontdekte dat achter de grappenmaker Papageno de openbaringsgodheid Hermes en daarmee het kwik der wijzen uit de alchemie schuilgaat. Vandaar was het nog een hele onderneming om tot een alchemistische duiding van de hele opera te komen. Gelukkig had Jung zich in zijn Mysterium Coniunctionis uitvoerig met de Paracelsische alchemie beziggehouden. Daardoor kon Van den Berk overtuigend aantonen dat ieder detail in Die Zauberflöte vermoedelijk een alchemistische achtergrond heeft.
In de alchemie staat een inwijdingsweg centraal die van diepe duisternis naar stralend licht leidt. De verschillende fasen van dit proces worden aangeduid met de drie kleuren zwart, wit en rood en de daarbij horende planeten Saturnus, de Maan en de Zon. Van den Berk kan in de opera van Mozart precies aanwijzen waar de ene kleurfase overgaat in de volgende. En ook de drie cd’s die bij de Engelse uitgave zijn gevoegd, dragen de kleuren die de wedergeboorte van het licht uit het duister van de nacht aanduiden. Op deze cd’s is in het Duits het volledige libretto te horen dat ook als appendix aan The Magic Flute is toegevoegd. Juist in het op het eerste gezicht niets zeggende geklets tussen de muzikale wendingen in, zitten sleutels verborgen om de opera te kunnen begrijpen.
Het is voor Jeroen Berkhout een enorme tour de force geweest om het proza van meesterverteller Van den Berk in begrijpelijk Engels om te zetten. Hij laat hier en daar ook wel wat steken vallen. De meeste moeite heeft hij gehad met het Italiaans van een anonieme ‘zoon van Hermes’ die in 1816 in het weekblad Corriere del Dame de eerste alchemistische duiding van Die Zauberflöte ten beste gaf. Hier lezen we tot onze verrassing dat de Koningin van de Nacht een dochter van Hermes was.
Gelukkig heeft Van den Berk op eerdere bladzijden al uitvoerig uitgelegd dat de steeds furieuzer wordende Koningin een verbeelding is van de prima materia uit de alchemie. Zij is de zwarte Isis die in het katholicisme als de zwarte Madonna wordt vereerd. Eigenlijk had ook zij tijdens de opera de kleurfasen zwart, wit en rood moeten doorlopen. Maar Mozart koos ervoor om haar dochter Pamina door het alchemistische transformatieproces heen te voeren. Zo blijft de Koningin van de Nacht degene die zij altijd is geweest: de zwarte Isis van wie nog niemand de sluier heeft durven oplichten.
Herbert van Erkelens
M.F.M. van den Berk, The Magic Flute. Die Zauberflöte. An Alchemical Allegory. Gebonden uitgave van Brill met een integrale uitvoering van de opera door de New Opera Academy. Prijs: 199 euro.