We willen het gewoon niet horen

‘Het leed dat wij dieren aandoen, is volledig vergelijkbaar met het leed dat de joden in de Tweede Wereldoorlog is aangedaan.’ Marion Bienes (77) overleefde het concentratiekamp Bergen-Belsen. ‘Wat wij de dieren aandoen, is ook een holocaust.’

Marion Bienes omschrijft zichzelf als een ‘niet-religieuze’ jodin. ‘Maar ik ben goed op de hoogte van de joodse wetten. Die verbieden bijvoorbeeld het jagen en zeggen ook dat als een dier in nood is, je het moet helpen. Een andere wet zegt, dat als je onrecht ziet en je doet daar niets aan, dan ben je schuldig met de schuldigen.’
Op haar 18-de, in 1943, zat ze drie maanden ondergedoken. Maar uiteindelijk werd ze toch opgepakt. Via het doorgangskamp Westerbork kwam ze met haar vader en broer in het concentratiekamp Bergen-Belsen terecht. Ze verbleef er 14 maanden. Als door een wonder overleefde ze de verschrikkingen. Haar broer bleef er achter in een massagraf. Haar vader heeft ze nooit meer gezien.
‘Sinds die tijd ben ik ervan overtuigd dat het verschrikkelijke leed dat wij dieren aandoen, volledig vergelijkbaar is met het krankzinnige leed dat miljoenen joden in de Tweede Wereldoorlog is aangedaan. Ook wij werden in veewagens opeengepakt en afgevoerd, in uiterst beroerde en letterlijk uitzichtloze omstandigheden gehuisvest. Ook wij moesten toezien hoe lotgenoten naar de gaskamers gingen, terwijl hun stoffelijke resten met bulldozers bijeen werden geschoven om te worden vernietigd.
Tijdens de varkenspest in 1997 was ik met mijn zoon en schoondochter op weg naar Bergen-Belsen. Vanuit de auto zag ik een vrachtwagen met 3 verdiepingen op elkaar gepakte varkens, doodstil alsof ze zich bewust waren van het lot dat ze tegemoet gingen. Toen drong het beeld van de jodentransporten zich onvermijdelijk aan me op.’
De vernietiging van miljoenen weerloze dieren mag je vergelijken met de holocaust, vindt Bienes. Sterker nog: dat mòeten we doen, vindt ze. Toen Robert Long die vergelijking enkele jaren geleden maakte, naar aanleiding van het ruimen van miljoenen gezonde varkens, leidde dat tot een storm van verontwaardiging. Long werd hevig bekritiseerd. Het kwam hem zelfs op een aanklacht te staan. Maar de rechter oordeelde dat hij wel degelijk het recht had de vergelijking te maken. Volgens Bienes werden toen vooral mensen boos ‘die zich kennelijk aangesproken voelden op hun eetgewoonten.’
De manier waarop dieren in de bio-industrie zijn gehuisvest, is even ‘beestachtig’ als de gruwelijkheden waaraan de joden in de vernietigingskampen werden onderworpen, zegt ze met excuses aan de dierenwereld voor deze uitdrukking. ‘Beestachtig waren de proeven die de arts Joseph Mengele in Auschwitz deed op weerloze mensen, zonder enig redelijk doel. Datzelfde geldt voor de proeven die op apen, honden, konijnen en ratten worden gedaan om een nieuw genees- of schoonheidsmiddel te verkrijgen.’
Bienes vindt dat de vergelijking tussen de bio-industrie en ‘Dachau’ zelfs nog verder mag worden doorgetrokken: de ‘Wir haben es nie gewusst’-houding van het Duitse volk na de oorlog vindt ze ‘volledig vergelijkbaar’ met de onnozele houding die consumenten van vlees en andere dierlijke producten uit de bio-industrie aannemen. ‘De meeste mensen komen niet veel verder dan kwezelige tegenwerpingen als: ‘Ja, dan kun je niks meer eten’, of ‘Ja, het is natuurlijk best wel erg allemaal, maar ik denk er liever niet aan.’ Of de allerergste: ‘Ja, maar ik vind het zo lekker.’
De veelgehoorde bewering dat het massaal fokken en doden van dieren nu eenmaal noodzakelijk is om miljoenen mensen te kunnen voeden, vindt ze ‘belachelijke onzin’. ‘Voor de productie van één kilo vlees moet zeven kilo graan worden geïnvesteerd. Als die hoeveelheid graan ter beschikking kwam van mensen, zou er helemaal geen honger in de wereld hoeven zijn. En vlees eten omdat het zo gezond is? Wat erg dat zoveel mensen die flauwekul nog geloven. Het verband tussen dierlijke vetten en hart- en vaatziekten en kanker is toch onderhand wel bewezen. Toen ik 23 jaar geleden zelf met vlees eten stopte, was ik in één klap van mijn migraine en andere kwalen af. En ik voel me momenteel gezonder dan ooit tevoren.’
Bij calamiteiten als de varkenspest, de ‘gekke-koeienziekte’ of nu de vogelpest blijkt volgens haar dat onze samenleving kennelijk een blinde vlek heeft voor dierenleed. Ze zegt het de filosoof Paul Cliteur na, die stelt dat we over 50 jaar in schaamte zullen omzien naar wat we levende wezens hebben aangedaan, alleen om onze lekkere trek te stillen. Die schaamte zal van een soortgelijke omvang zijn als de schaamte waarmee we nu terugzien op wat joden, zigeuners, homo’s en verstandelijk gehandicapten is aangedaan.’
Het gaat er, zegt ze, niet om mensen met dieren te vergelijken. ‘Concentratiekampen zijn in alle omstandigheden concentratiekampen, of ze nu mensen of dieren huisvesten. Ze zijn in strijd met de menselijke waardigheid en een aanklacht tegen wat we beschaving en welvaart durven te noemen.’
Ze hoopt dat mensen ‘hun oogkleppen zullen inruilen’ voor respect voor alles wat leeft. Maar optimistisch is ze daar niet over. Ze heeft de ervaring dat er nauwelijks naar haar kritiek wordt geluisterd. ‘Vaak wordt me verteld dat ik mijn ‘prioriteiten verkeerd stel’ of dat ik ‘buitengewoon tactloos ben’. Men wil het gewoon niet horen.’

Jos Teunissen