En maar kakelen over normen en waarden
Nederland kent zo onderhand zijn eigen ‘killing fields’. Na de vernietiging van 11 miljoen varkens (1997, pest) en 300.000 runderen (2000, mkz) worden de komende weken 45 miljoen kippen vergast. Hoe kan het, dat mensen die zeggen in God en zijn schepping te geloven de dieren die hij heeft geschapen zo massaal vertrappen?
De afgelopen jaren is het aantal vleeskuikens in Nederland tot recordhoogte gestegen. Uit cijfers van het Centraal bureau voor de statistiek blijkt, dat meer dan de helft van de groei heeft plaatsgevonden in Noord-Brabant. Zuidelijk Nederland is een El Dorado voor het vogelpestvirus. Een groot aantal varkenshouders schakelde hier na de varkenspest over op het houden van vleeskuikens. Iedere dag worden er tienduizenden kippen, kalkoenen en eenden in de slachterij met de poten aan een haak gehangen. Met de kop gaan ze door een bak met water dat onder stroom staat. De dieren raken er bewusteloos door en in een volgende ruimte worden ze een voor een door een automatisch mes ‘aangesneden’, zodat het bloed eruit stroomt, en verwerkt tot onder meer ‘tv-boutjes’. Een trieste bestemming aan het eind van een al even treurig leven vol stress, groeipijnen, hartzwakte, benauwdheid en gevoeligheid voor infecties.
Provincies en rijk hebben de grootschalige dierhouderij geen strobreed in de weg gelegd. Eind jaren negentig vertienvoudigde het aantal verleende vergunningen. Meer humane methoden om de dieren snel te doden zijn wel voorhanden, maar worden door veel bedrijven als ‘te duur’ op de lange baan geschoven. En zo blijft het in de dierindustrie draaien om de vraag: hoe steeds grotere aantallen dieren nog sneller en nog goedkoper bij de consument te krijgen?
Hoe is het mogelijk, dat een land waar de roep om fatsoen en respect iedere week luider klinkt, de dierkwellerij blijft tolereren? Een vraag die pregnanter wordt als je bedenkt dat de belangen van de bio-industrie vooral door christelijke politici worden verdedigd.
Bep de Boer, secretaris van de belangengroep Rechten voor al wat leeft, is er van overtuigd dat dieren bij christenen niet veilig zijn. ‘Onbegrijpelijk’ vindt ze het, dat mensen die zeggen in God te geloven, zo weinig vragen stellen bij de bio-industrie. ‘Ze loven God en zijn schepping, maar vertrappen de dieren die hij heeft geschapen. Ik noem het: likken naar boven, trappen naar beneden.’ Het wordt tijd, zegt ze, ‘dat wij christenen over onze omgang met dieren eens gaan nadenken.’
Een eeuw geleden kwam dr. Albert Schweitzer met zijn oproep tot ‘eerbied voor het leven. ‘De grote fout van alle ethiek tot op heden is, dat men meent slechts te maken te hebben met de verhouding van mensen tot mensen. In werkelijkheid gaat het erom, hoe wij ons gedragen tegenover de hele wereld en àlle leven dat wij ontmoeten. Ethisch zijn slechts zij die alle leven eerbiedigen’, aldus Schweitzer.
Eerder stelde de Duitse theoloog Franz Volkmar Reinhard dat een mens moet proberen zijn gedrag te laten overeenkomen met dat van God: God behandelt al zijn schepselen goed, inclusief de dieren; daarom moet de mens ook alle schepselen goed behandelen. De mens heeft tegenover de dieren de plicht alle vermijdbare ellende te voorkomen.
Ook in onze tijd zijn er theologen die onze zondeval ten opzichte van het dier aan de orde willen stellen. De Britse theoloog Andrew Linzey schreef in zijn in 1987 verschenen studie in opdracht van de Britse kerken (‘Christianity and the rights of animals’) dat dieren evenals mensen een grote mate van eigenwaarde hebben. De relatie tussen God en het door hem geschapene is zo nauw, dat een vergrijp tegen het schepsel tegelijk een vergrijp tegen God is. Aan hun relatie met God ontlenen dieren rechten. Tasten we die aan, dan zijn ook Gods rechten in het geding. Terecht wijst de rechten-voor-dierenbeweging erop, dat dieren morele rechten hebben. Zoals het recht om een leven te leiden dat past bij hun aard.. Maar ook het recht verschoond te blijven van onnodig lijden en het recht om een natuurlijke dood te sterven.
Maar iedere oproep respectvol met dieren om te gaan, is bij de kerken aan dovemansoren gericht. De hervormde predikant Jacques Schenderling en de Werkgroep kerk en dier deden de afgelopen jaren enkele pogingen, maar krijgen steeds nul op het rekest. De kerken weigeren het dierenleed op hun agenda te zetten. Bij een deel van hun achterbannen (het CDA, de kleine christelijke partijen en de boerenorganisaties) zou het onderwerp te gevoelig liggen om er een standpunt over in te nemen.
Het morele manco van christenen ten opzichte van het dier blijkt eens te meer tijdens de huidige vogelpest-epidemie. Naar aanleiding van de ‘ruiming’ (een eufemisme voor wat in werkelijkheid een gruwelijke massamoord op weerloze medeschepselen is) van zo’n 10 miljoen kippen in het Brabantse Ospel liet bisschop Hurkmans van Den Bosch afgelopen zondag een verklaring uitgaan. ‘We voelen ons verbonden met hen die vandaag niet naar de kerk kunnen omdat zij wonen in een gebied dat van de buitenwereld is afgesloten vanwege maatregelen om de epidemie in te dammen. We bidden voor hen. Want zij zijn zwaar getroffen’, aldus de kern van Hurkmans’ boodschap. Over het leed van de dieren wordt met geen woord gerept.
Dat de mens het laat afweten ten opzichte van zijn zwakkere medeschepselen, treft niet alleen de dieren maar ook de mens zelf. De dierhouderij in Nederland is zo’n beetje de eerste sector die aan zijn expansieve groei ten onder dreigt te gaan. Tegenover de indrukwekkend lijkende opbrengsten (o.a. de export van zuivelproducten) staan maatschappelijke kosten die al jaren buiten de boeken worden gehouden (kosten van ruimingsoperaties, sanering van de sector, milieuschade door amoniak-emissie). Daar komt bij, dat aan kinderen moeilijk kan worden uitlegd dat het in het leven om normen en waarden gaat (en fatsoen en respect in het bijzonder), terwijl ze op de tv zien hoe met ‘leven’ wordt omgesprongen.
Dieren op grote afstand van onszelf zetten en ze vervolgens ont-dierlijken, zou wel eens veel kwalijker gevolgen voor ons mensen kunnen hebben dan we denken. Mensen, planten en dieren ademen allemaal dezelfde zuurstof in. Ze leven op dezelfde aarde en zijn in feite doordrenkt van elkaars aanwezigheid. In Nederland leven 500 miljoen dieren met diep ingekerfde belevingsangsten. Door de grote vleesconsumptie zou dit wel eens kunnen doorwerken in het collectieve bewustzijn van mensen. Ligt hier wellicht een verklaring voor de explosief toenemende verschijnselen als stress, angst en depressie in onze samenleving?
Jos Teunissen
Wie meer wil lezen over de moeizame relatie tussen christelijke kerken en het dier, kan terecht in het proefschrift van Jacques Schenderling: Mens en dier in theologisch perspectief, een bijdrage aan het debat over de morele status van het dier. Uitgave Boekencentrum, Zoetermeer.
De belangengroep Rechten voor al wat leeft is gevestigd in de Leonard Bramerstraat 18, 1816 TR Alkmaar, tel.:072-5110617.
De Werkgroep Kerk en dier zetelt in de Barend van Hoeffstraat 20, 2871 HN Schoonhoven, tel. 0182-383283.
De afgelopen jaren is het aantal vleeskuikens in Nederland tot recordhoogte gestegen. Uit cijfers van het Centraal bureau voor de statistiek blijkt, dat meer dan de helft van de groei heeft plaatsgevonden in Noord-Brabant. Zuidelijk Nederland is een El Dorado voor het vogelpestvirus. Een groot aantal varkenshouders schakelde hier na de varkenspest over op het houden van vleeskuikens. Iedere dag worden er tienduizenden kippen, kalkoenen en eenden in de slachterij met de poten aan een haak gehangen. Met de kop gaan ze door een bak met water dat onder stroom staat. De dieren raken er bewusteloos door en in een volgende ruimte worden ze een voor een door een automatisch mes ‘aangesneden’, zodat het bloed eruit stroomt, en verwerkt tot onder meer ‘tv-boutjes’. Een trieste bestemming aan het eind van een al even treurig leven vol stress, groeipijnen, hartzwakte, benauwdheid en gevoeligheid voor infecties.Provincies en rijk hebben de grootschalige dierhouderij geen strobreed in de weg gelegd. Eind jaren negentig vertienvoudigde het aantal verleende vergunningen. Meer humane methoden om de dieren snel te doden zijn wel voorhanden, maar worden door veel bedrijven als ‘te duur’ op de lange baan geschoven. En zo blijft het in de dierindustrie draaien om de vraag: hoe steeds grotere aantallen dieren nog sneller en nog goedkoper bij de consument te krijgen?
Hoe is het mogelijk, dat een land waar de roep om fatsoen en respect iedere week luider klinkt, de dierkwellerij blijft tolereren? Een vraag die pregnanter wordt als je bedenkt dat de belangen van de bio-industrie vooral door christelijke politici worden verdedigd.
Bep de Boer, secretaris van de belangengroep Rechten voor al wat leeft, is er van overtuigd dat dieren bij christenen niet veilig zijn. ‘Onbegrijpelijk’ vindt ze het, dat mensen die zeggen in God te geloven, zo weinig vragen stellen bij de bio-industrie. ‘Ze loven God en zijn schepping, maar vertrappen de dieren die hij heeft geschapen. Ik noem het: likken naar boven, trappen naar beneden.’ Het wordt tijd, zegt ze, ‘dat wij christenen over onze omgang met dieren eens gaan nadenken.’
Een eeuw geleden kwam dr. Albert Schweitzer met zijn oproep tot ‘eerbied voor het leven. ‘De grote fout van alle ethiek tot op heden is, dat men meent slechts te maken te hebben met de verhouding van mensen tot mensen. In werkelijkheid gaat het erom, hoe wij ons gedragen tegenover de hele wereld en àlle leven dat wij ontmoeten. Ethisch zijn slechts zij die alle leven eerbiedigen’, aldus Schweitzer.
Eerder stelde de Duitse theoloog Franz Volkmar Reinhard dat een mens moet proberen zijn gedrag te laten overeenkomen met dat van God: God behandelt al zijn schepselen goed, inclusief de dieren; daarom moet de mens ook alle schepselen goed behandelen. De mens heeft tegenover de dieren de plicht alle vermijdbare ellende te voorkomen.
Ook in onze tijd zijn er theologen die onze zondeval ten opzichte van het dier aan de orde willen stellen. De Britse theoloog Andrew Linzey schreef in zijn in 1987 verschenen studie in opdracht van de Britse kerken (‘Christianity and the rights of animals’) dat dieren evenals mensen een grote mate van eigenwaarde hebben. De relatie tussen God en het door hem geschapene is zo nauw, dat een vergrijp tegen het schepsel tegelijk een vergrijp tegen God is. Aan hun relatie met God ontlenen dieren rechten. Tasten we die aan, dan zijn ook Gods rechten in het geding. Terecht wijst de rechten-voor-dierenbeweging erop, dat dieren morele rechten hebben. Zoals het recht om een leven te leiden dat past bij hun aard.. Maar ook het recht verschoond te blijven van onnodig lijden en het recht om een natuurlijke dood te sterven.
Maar iedere oproep respectvol met dieren om te gaan, is bij de kerken aan dovemansoren gericht. De hervormde predikant Jacques Schenderling en de Werkgroep kerk en dier deden de afgelopen jaren enkele pogingen, maar krijgen steeds nul op het rekest. De kerken weigeren het dierenleed op hun agenda te zetten. Bij een deel van hun achterbannen (het CDA, de kleine christelijke partijen en de boerenorganisaties) zou het onderwerp te gevoelig liggen om er een standpunt over in te nemen.
Het morele manco van christenen ten opzichte van het dier blijkt eens te meer tijdens de huidige vogelpest-epidemie. Naar aanleiding van de ‘ruiming’ (een eufemisme voor wat in werkelijkheid een gruwelijke massamoord op weerloze medeschepselen is) van zo’n 10 miljoen kippen in het Brabantse Ospel liet bisschop Hurkmans van Den Bosch afgelopen zondag een verklaring uitgaan. ‘We voelen ons verbonden met hen die vandaag niet naar de kerk kunnen omdat zij wonen in een gebied dat van de buitenwereld is afgesloten vanwege maatregelen om de epidemie in te dammen. We bidden voor hen. Want zij zijn zwaar getroffen’, aldus de kern van Hurkmans’ boodschap. Over het leed van de dieren wordt met geen woord gerept.
Dat de mens het laat afweten ten opzichte van zijn zwakkere medeschepselen, treft niet alleen de dieren maar ook de mens zelf. De dierhouderij in Nederland is zo’n beetje de eerste sector die aan zijn expansieve groei ten onder dreigt te gaan. Tegenover de indrukwekkend lijkende opbrengsten (o.a. de export van zuivelproducten) staan maatschappelijke kosten die al jaren buiten de boeken worden gehouden (kosten van ruimingsoperaties, sanering van de sector, milieuschade door amoniak-emissie). Daar komt bij, dat aan kinderen moeilijk kan worden uitlegd dat het in het leven om normen en waarden gaat (en fatsoen en respect in het bijzonder), terwijl ze op de tv zien hoe met ‘leven’ wordt omgesprongen.
Dieren op grote afstand van onszelf zetten en ze vervolgens ont-dierlijken, zou wel eens veel kwalijker gevolgen voor ons mensen kunnen hebben dan we denken. Mensen, planten en dieren ademen allemaal dezelfde zuurstof in. Ze leven op dezelfde aarde en zijn in feite doordrenkt van elkaars aanwezigheid. In Nederland leven 500 miljoen dieren met diep ingekerfde belevingsangsten. Door de grote vleesconsumptie zou dit wel eens kunnen doorwerken in het collectieve bewustzijn van mensen. Ligt hier wellicht een verklaring voor de explosief toenemende verschijnselen als stress, angst en depressie in onze samenleving?
Jos Teunissen
Wie meer wil lezen over de moeizame relatie tussen christelijke kerken en het dier, kan terecht in het proefschrift van Jacques Schenderling: Mens en dier in theologisch perspectief, een bijdrage aan het debat over de morele status van het dier. Uitgave Boekencentrum, Zoetermeer.
De belangengroep Rechten voor al wat leeft is gevestigd in de Leonard Bramerstraat 18, 1816 TR Alkmaar, tel.:072-5110617.
De Werkgroep Kerk en dier zetelt in de Barend van Hoeffstraat 20, 2871 HN Schoonhoven, tel. 0182-383283.