We zijn nog nooit zo getemd geweest
Cultuurfilosoof Gerry Mehrtens over de dictatuur van het oog en de alles-wordt-fantastisch-filosofie. ‘Kent ù nog mensen die in jubelen uitbarsten?’

Sterre van der Vaart
‘Ik hou regelmatig grote feesten. Alleen: ze hebben nooit werkelijk plaats. En dan hèb ik een lol! Ik woon al 40 jaar in dit huis, toch ben ik al tientallen keren verhuisd. We gaan nooit echt weg.’
Gerry Mehrtens heeft een opzienbarende theorie. Een mens bezit 5 organen waarmee hij prikkels opneemt. Door te horen, zien, ruiken, tasten en proeven vormt hij zich een beeld van de werkelijkheid. Elk van deze organen is even belangrijk, maar in onze tijd wordt het oog overgeprikkeld. Het oog is begerig, raakt snel verveeld, is nooit verzadigd, hunkert voortdurend naar méér. Beelden moeten elkaar dus steeds sneller opvolgen.
In die behoefte wordt onder meer voorzien via 265 televisie-kanalen. Andere zintuigen waarmee we de werkelijkheid om ons heen ervaren, komen nauwelijks meer aan bod en zijn dan ook op hun retour. En hoe minder auditieve ervaringen, hoe vaker dit verlies moet worden gecompenseerd door visuele belevenissen.
Mehrtens: ‘Het is net als indertijd in de stomme film: je hebt geen geluid, dus je krijgt visuele overdrijving.’ Een ander voorbeeld is de porno-film: mensen die elkaar amper kennen, rukken elkaar al in de eerste scène de kleren van het lijf. In onze ‘gehypervisualiseerde massacultuur’ telt slechts wat gezien, berekend of gemeten kan worden, stelt hij in zijn boek Oog om oor – wat is er met de hartstocht gebeurd.’ Met de komst van de kijker is volgens hem ‘de ziener verdwenen.’
Een cruciaal verschil met de mens in vroeger tijden. Neem de middeleeuwer. Die beschikte over een geestkracht en concentratievermogen die alles verbleken wat wij in het elektronisch tijdperk onder ‘eruditie’ verstaan (eruditie is niet hetzelfde als belezenheid, zegt Mehrtens). ‘De belevingswereld van de middeleeuwer is verschraald tot de door ons gedefinieerde feiten over die tijd. In de middeleeuwse wereld, met haar luidruchtig geuite emoties en uitgelatenheid, het diepe zwijgen van het overal aanwezige woud, van de doodstille hellingen waarlangs slechts de leegte zeefde, van bergtoppen die hun voltooid-zijn uitdroegen tegen de avondlucht. (…) dat was de stilte waarin de mystici zich profileerden, aan wie stemmen en verschijningen zich voordeden die het geloof van richting en houvast voorzagen.’
Ook het gesproken woord van de verhalenvertellers bracht de middeleeuwer in vervoering. Daardoor beschikte hij kortom over een vollediger, evenwichtiger perceptie van de werkelijkheid, aldus Mehrtens. De hersenen van de middeleeuwer waren daardoor meer in balans bij het verwerken en vermengen van visuele en auditieve informatie. Wat hij waarnam, was stabiel noch constant. Zijn beeld van de wereld om hem heen moet kleur- en fantasierijk zijn geweest. Mehrtens: ‘Kent ù nog mensen die in jubelen uitbarsten? Ik niet. In die zin zijn we verstomd.’
Mehrtens beschrijft een aan het oog inherente rusteloosheid in ons bestaan. ‘We hebben een voorliefde voor vaste overtuigingen, meningen, gezichtspunten die de bestaande verhoudingen consolideren. In de politiek gaat het nog slechts om pakkende oneliners, om meningen zonder lading, om argumenten die op het puntje van de tong liggen.’
Aan het eind van zijn boek komt Mehrtens, geheel in de geest van de huidige tijd, met een bezwering. Is dit dramatisch? Nou nee, onze ‘perceptie van de werkelijkheid’ is tijdens de evolutie vermoedelijk wel vaker verschoven. Cultuurkritiek? Nee, zo moeten we het niet zien. Maar is het dan niet om te huilen, die ‘isolerende laag’ die om ons bestaan heen ligt en onze ervaring van het leven verschraalt? We worden met beelden voortdurend opgezweept tot vluchtige impuls-consumptie, met een steeds gehaastere jacht op het nieuwste product. We maken heel wat mee, maar we ervaren het niet of heel oppervlakkig.
Mehrtens: ‘Als u het zo achter elkaar opsomt, klinkt het inderdaad als iets heel negatiefs. Maar je kunt het ook positief bekijken: die isolerende laag die ons heeft afgekoeld, is nodig om met de huidige bevolkingsdichtheid tot een geordende samenleving te komen. De vechtpartijen in de Middeleeuwen waren een uitvloeisel van enorme hartstochten die nauwelijks in toom werden gehouden. De toenmalige heersers van Milaan waren beesten van mensen. Als hun jachthonden ziek waren, lieten ze 150 man personeel ophangen, omdat ze de honden niet goed hadden verzorgd. Daar kwam geen rechter tussen. Ongehoord. Veertiende eeuw, een tijd van grote uitvindingen en grote denkers als Thomas van Aquino. Maar ook een tijd van vetes. Heeft allemaal met die ongebreidelde hartstocht te maken. In die zin zijn wij afgekoeld. De mens is nog nooit zo getemd geweest als nu. Volkomen getemd! Dat geklaag over de huidige bandeloosheid slaat nergens op. Goed, er wordt wel eens een partijtje geknokt langs het voetbalveld of in het café. Maar het stelt vergeleken met de middeleeuwer niets voor.’
Niet erg, dus? ‘Nee, jámmer. Iemand zei: kijk eens hoe 25.000 mensen compleet uit hol bol gaan tijdens een popconcert; hoezo geen vervoering? Ja, maar dat is nou net het hele verhaal: die mensen hebben drank en pillen nodig om tot vervoering te komen. Dan pas gaan ze bij die donderend luide muziek uit hun dak. Dan denk ik aan de middeleeuwers die uit hun dak gingen bij het horen van die éne zangstem; onversterkt. Waar is de tijd gebleven dat mensen zonder enige moeite spreuken, volksliederen of bijbelteksten citeerden? Dat mensen wonderen en verschijningen hoorden en ervaringen hadden die hen emotioneel omver konden werpen in een mate die ook hun omgeving niet ontging? Ja, die ervaringen zijn er nog wel, maar je kunt er beter niet te veel over praten, want je riskeert opname in een inrichting.’
De Britse bioloog Rupertt Sheldrake zegt: we zijn door onze mechanische manier van leven vermogens kwijtgeraakt en daarmee ook onze ontvankelijkheid voor verschijnselen die we met het oog niet kunnen waarnemen. ‘Dat klopt. De ervaringen die hij beschrijft over bi-locatie en telepathie heb ik zelf ook.’
We zijn misschien iets kwijt, maar we hebben er veel voor teruggekregen: we worden steeds ouders, rijker; we hebben het nu veel beter. ‘Je kunt ook zeggen: het is nog nooit zo slecht gegaan als nu. Natuur, planten en dieren verdwijnen in een tempo nog nooit vertoond; het klimaat verandert mede door ons toedoen. En worden mensen echt ouder dan vroeger? Welnee, Michelangelo werd 91 en zo kan ik nog wel meer Middeleeuwers noemen die tussen de 80 en 90 werden. Alleen de kindersterfte is beduidend lager, dus gemiddeld leven we langer. Maar we worden geen spat ouder. De Etrusken zeiden al: als je 84 bent, dan versta je de tekenen der goden niet meer, dan pas was je leven voltooid. En ze wèrden ook 84.
Gaat het ons steeds beter? Ik betwijfel dat. Mijn opa was boer. Als kind logeerde ik vaak bij hem. Dat tempo en ritme van het plattelandsleven, waar eigenlijk nooit iets gebeurde; zijn paarden, zijn koets. Ze leefden daar in onze ogen volkomen ongezond met die vette melk, deden nooit iets aan beweging, hadden nog nooit van vitaminepreparaten gehoord. Die lijven zaten vol met cholestreol, maar ze werden wel allemaal 85, 90. Ik zie nu in hetzelfde dorp koeien doodgaan omdat ze vervuild gras eten en slootwater drinken dat niet pluis is. Ik zag er een reportage over op de tv en af en toe moest het gesprek met de boer worden stopgezet omdat ze werden overstemd door de herrie van een overkomend vliegtuig. Als mijn opa en zijn knecht achterin het land waren en geen tijd hadden om helemaal naar de boerderij terug te lopen, dronken ze water uit de sloot. Stel, ik kon mijn opa de huidige manier van leven laten zien. Hij zou zeggen: ik dank je feestelijk, mij niet gezien, geen behoefte aan.’
‘Vroeger was het leven in sommige opzichten beter’, dat willen we niet horen. ‘Maar sommige dingen wàren beter! In 1581 reisde Montaigne door Italië. Iedere boer bespeelt een luit, beschrijft hij; iedereen musiceert, je hoort in alle huizen gezang schallen. Dat is weg. Musiceren kan, als onderdeel van het leefpatroon van alledag, niet meer in de schaduw staan van wat gebruikelijk was in vroeger tijd. We hebben nu elektronische muziekinstrumenten die je zonder enige oefening of aanleg kunt bespelen. In feite zijn die dingen op weg zichzelf te bespelen. Dat spontane musiceren, het is weg. Hoort u nog wel eens een huisvrouw neuriën van tevredenheid terwijl ze stofzuigt? Of de slagersjongen die vrolijk fluitend op zijn fiets voorbij komt?’
Heeft die pavloviaanse afwijzing van ‘vroeger’ ermee te maken dat vooruitgang als een lineaire lijn van A naar B wordt gezien? ‘Ja, dat idee van een lineaire vooruitgang hoort bij de schriftcultuur. De uitvinding van de boekdrukkunst valt vrijwel samen met de uitvinding van het perspectief: vanuit een vast standpunt kijk je in de verte. De tv-cultuur heeft daar een einde aan gemaakt. TV-beelden zijn tweedimensionaal. En zo leven we ook: we willen direct deelnemen aan alles tegelijk. Vroeger was het: studeren, verloven en dan kinderen krijgen. Dat perspectief werd toen nog geconstrueerd volgens lijnen van het schrift. Dat is weg. Het draait nu om: hevig, direct en totaal. Dus je rukt elkaar bij de eerste ontmoeting de kleren van het lijf. Dat verschil in beleving frappeert me.’
Als we doorpraten over ‘erg of niet erg’ verwijst hij naar een eerder boek van hem, waarin hij een ‘nieuwe ideologie’ aan de kaak stelt: alles moet ‘het einde’ zijn. ‘Zeg alsjeblieft niet dat het vroeger in sommige opzichten beter was, dan krijg je ruzie. Dan word je verweten dat je terug wilt naar de prehistorie. Men is meteen getergd. De belofte die de massacultuur ons voorhoudt - alles wordt fantastisch, het einde, als je maar volledig op de techniek vertrouwt - die ideologie, dat geloof wordt iedere dag ondersteund door de reclameboodschappen. De pax informatica waarin we leven, kent een hoge mate van zelfcensuur: mensen willen bepaalde dingen niet weten. Het is dezelfde ideologie die zegt: straks worden we allemaal 140. Heb je je maag kapot gegeten, dan zetten we er gewoon een andere in. Het is de alles-wordt-fantastisch-filosofie. Men verschaft zichzelf hoop door dit gedweep met technologie. En dan wordt het een religie.’
Maar wel een religie zonder dieptebeleving? ‘Ja. En zonder diepe beleving kunnen de traditionele godsdiensten niet overleven. Waarom is het kerkbezoek in het Westen zo sterk teruggelopen en niet in de derde wereld? De kerken hier komen wel met boeiende klaagzangen over ontzuiling, vervlakking, teruggang van het aantal gelovigen, sluiting van theologische faculteiten en priesteropleidingen en verval van normen en waarden. Maar die verschijnselen hebben niets te maken met ‘de welvaart’ of met een vermindering in ‘metafysisch verlangen’. Nee, het is allemaal terug te voeren op een verschuiving in onze perceptie. Het orgaan dat van oudsher ons metafysisch verlangen bevredigde - het gehoor - is in onbruik geraakt. Priester worden? Om je geroepen te voelen, moet je kunnen horen. Maar het doorgeefluik voor deze beleving functioneert niet meer in de traditionele zin waarin we het gebruikten.’
Bij het consumeren van al die beelden sec voelen mensen zich niet senang, zegt u. Ligt hier de oorzaak van zoveel onvrede in ons bestaan? ‘Volgens mij is dat de grondoorzaak van volksziekte nummer één: stress. Nogal logisch. Vroeger ging je steeds naar dezelfde plek op vakantie. En dan las je er eerst iets over. Daar word je nu om uitgelachen. Nu ga je drie keer per jaar en steeds ergens anders: doe-vakanties, bungy-jumpen, weekje duiken op Curacao, je kunt het zo gek niet bedenken. Het zijn louter vakanties in gevisualiseerde vorm. We maken het mee, maar we ervaren het niet meer. Vandaar: we willen vaker weg.’
Hoe komen we onder de dictatuur van het oog vandaan? ‘Zou ik niet weten. Ik verwacht ook niet dat dat zal gebeuren. In zijn boek ‘Brieven uit de hel’ vertelt C. S. Lewis hoe een oude duivel zijn jonge neefje opleidt. Hij leert hem hoe hij de mensen het best kan verleiden: ‘Hou ze bezig, geef ze alles wat ze willen. Maar geef ze nooit de tijd en de gelegenheid om in een stil hoekje te gaan zitten nadenken. Want ik verzeker je: dan ben je ze kwijt.’
Sterre van der Vaart
Gerry Mehrtens: Oog om oor – Wat is er met de hartstocht gebeurd? Uitgave Damon.
Sterre van der Vaart is medewerker van Sympatheia