Op zoek naar wat weg is

Recessie of niet, er wordt volop vakantie gevierd. Maar hoe logisch is ‘op vakantie gaan’ eigenlijk?

De reisjournalist Paul Vreuls schreef enkele jaren geleden dat hij er zelf 'pas heel laat en na veel verre reizen' achterkwam dat het belang van het toeristische reizen schromelijk wordt overschat. De aandrang tot al dat gereis wordt ingegeven doordat 'wij onze verborgen wensen en verlangens, ja zelfs onze gebreken, bij voorkeur projecteren op verre vreemde volken.’ Griezelig, aldus Vreuls, zijn ‘de krokodillentranen die menig globetrotter laat vloeien bij het zien van de teloorgang van wat ooit was. En dat komt allemaal door het toerisme, is dan de paradoxale conclusie. Blijf weg, denk ik dan, of zeur niet want je doet er zelf aan mee. De domheid van de toerist wordt alleen maar schrijnender als je bedenkt dat een toerist die in een vliegtuig reist, in zijn eentje verantwoordelijk is voor veel meer en ernstiger (lucht)verontreiniging dan een dorp Indiërs bij elkaar. Maar misschien is er een relatie tussen domheid en vliegkilometers.'

Bij Evert Jan Groeskamp ging het licht aan toen hij enkele jaren geleden 'rokend, drinkend en kankerend' met de trein door India reisde en zich er toen pas goed bewust werd dat vakantiebrochures en reisboeken 'een ongenuanceerd positief beeld van het reizen' schetsen. Zijn vraag was: waarom worden deze illusies zo zorgvuldig gecultiveerd? En wat is het doel van dit mystificatieproces?
Het resulteerde in een 'anti-reisboek' waarvoor in Nederland geen uitgever te vinden was. Niet omdat het boek slecht geschreven zou zijn - integendeel - maar omdat het boek volgens Groeskamp de door iedereen geaccepteerde 'ideologie van het reizen' aanvalt.
Reizen, zegt Groeskamp, hoort thuis in het rijtje van politieke en geloofsovertuigingen, compleet met fanatisme, sektegedrag en 'verhulling van de maatschappelijke realiteit'. Hij verwijst naar de Duitse filosoof Hans Magnus Enzensberger, die het toerisme ziet als een romantische protestbeweging tegen de zich ontwikkelende moderne samenleving, een 'blinde ongearticuleerde opstandigheid'. De vloed van het toerisme is een grote vlucht uit de realiteit waarmee onze maatschappelijke situatie ons omringt. Elke vlucht echter, hoe dwaas, hoe machteloos ook, spreekt een oordeel uit over datgene waarvan men zich afwendt.
De oorzaak van het reizen ligt volgens Enzensberger in de ontoereikendheid van de maatschappij. Het gaat niet langer om het vluchtgedrag van individuen die de samenleving om uiteenlopende redenen niet aan kunnen; halve volken zijn aan het reizen geslagen. De problemen van individuen zijn kennelijk de problemen van de overgrote meerderheid geworden. Voor deze collectieve vluchtneiging is een theorie opgesteld die 'reizen' wordt genoemd. Maar de vraag is, aldus Enzensberger, waarom nu juist deze samenleving die massale vlucht bewerkstelligt.
Groeskamp: 'Enzensberger noemt het opvallend dat met de komst van de industri‘le revolutie ook het massatoerisme op gang komt. Niet doordat de welvaart toenam en mensen het geld hadden om te reizen, maar doordat toen de geleidelijke afbraak van de oude sociale verbanden begon en 'het individu' ontstond. Daarmee werden de voorwaarden geschapen om de omgeving tijdelijk te verlaten. Alle landen die na Engeland gingen industrialiseren en moderniseren kenden korte tijd later ook het verschijnsel massatoerisme. Hetzelfde zien we in andere culturen die gaan moderniseren: ook Japan, Zuid-Korea, Taiwan en Singapore leveren nu een bijdrage aan het internationale toerisme. Kennelijk ontstaat de behoefte om te reizen alleen in een geïndustrialiseerde, moderne samenleving. Markteconomie en technologie impliceren het einde van oude sociale verbanden. Het grootste deel van de bevolking leeft in een stedelijke, volkomen kunstmatige omgeving van glas, beton en asfalt. De natuur is er gedegradeerd tot wat parkjes en bloembakken. Levenslange relaties zijn er een zeldzaamheid, vervreemding en isolement liggen op de loer. Het gezin, contacten met collega's en 'vriendschapsnetwerken' vormen maar een slap aftreksel van de hechte sociale verbanden uit een vroegere periode. Tel daarbij op de voortdurende verhoging van de druk tot presteren, de invoering van steeds weer nieuwe technologieën, de stress waar dat alles toe leidt relatie- en opvoedingsperikelen en je hebt de voorwaarden voor vluchtgedrag: op vakantie gaan mensen op zoek naar wat ze kwijt zijn. Naar culturen die nog 'authentiek' zijn. Waar de oude sociale verbanden nog bestaan die ook hier vroeger normaal waren.'

Dat riekt een beetje naar: vroeger was alles beter.
'In sommige opzichten is dat ook zo. Nederland is een volkomen verstedelijkte, moderne samenleving, maar daar wordt een zware tol voor betaald. Zo'n vijftien procent van de beroepsbevolking zit in de wao, waarvan een derde om psychische redenen. Van de rest is chronisch tien procent overspannen. Het ziekteverzuim is het hoogste binnen de EU. Driekwart van de bevolking brengt ten minste een keer per jaar een bezoek aan de huisarts en het gemiddeld aantal bezoeken per inwoner stijgt. Zeker een miljoen mensen heeft last van hyperventilatie, typisch een kwaal van de moderne samenleving. Tegelijkertijd gaat 65 procent van de Nederlanders op vakantie: het hoogste percentage van Europa.'

Toerisme is een indicatie voor een zieke maatschappij?
'Ja. Er is een verband tussen de hoge psychische druk waaraan mensen blootstaan en de toenemende behoefte aan reizen en vrije tijd, tussen wao-uitstoot en ziekteverzuim enerzijds en steeds meer vakantie anderzijds. Vakantie is een situatie van tijdelijke arbeidsongeschiktheid geworden die noodzakelijk is om nog te kunnen functioneren. Nog niet zo lang geleden was een korte zomervakantie voldoende om weer een jaar te kunnen meedraaien. Tegenwoordig zijn twee, drie vakanties per jaar al normaal, naast een aantal lange weekends waarin kleine uitstapjes worden gemaakt. Over enige tijd zal ook de vierde vakantie ingeburgerd raken. En voor veel mensen is het aantal vakantiedagen nu al niet genoeg: ze nemen onbetaald verlof of zelfs ontslag om de samenleving enige tijd te ontvluchten.' Vakantie en reizen zijn essentieel voor het voortbestaan van deze maatschappij, zegt Groeskamp. ''e stellen mensen in de gelegenheid behoeften te bevredigen waarin deze samenleving niet kan voorzien. Maar bovenal om te voorkomen dat het economische systeem en daarmee de maatschappelijke ordening, in elkaar klapt doordat te veel mensen afhaken.'

Waarom ziet niemand deze dreiging?
'Omdat de moderne samenleving van deze bedreiging een kans maakt door de mogelijkheden om te reizen steeds te verruimen en het reizen te promoten. Reizen is contra-revolutionair: het houdt de maatschappij in stand zonder dat structurele wijzigingen noodzakelijk zijn. George Orwell heeft eens geschreven dat de maatschappelijke situatie in Engeland van de jaren twintig zo ernstig was dat er revolutie dreigde. Maar door patates frites met vis, kunstzijden kousen, zalm in blik, goedkope chocolade, film en veel voetbal werd de revolutie afgewend. Tegenwoordig is (voor voetbal) reizen de meest essentiële compensatie. Eerst wordt de behoefte aan reizen gecreëerd, de mogelijkheden en het geld zijn voorhanden en bovendien ontstaat een complete industrie die weer een extra economische impuls geeft. Daarom wordt ononderbroken een positief beeld van vakantie en reizen gecreëerd: iedereen heeft er belang bij.'

Maar mensen hebben, los van deze manipulatie, toch ook een explorerende natuur: ze zoeken altijd nieuwe horizonten en uitdagingen?
'De ideologie van het toerisme reproduceert argumenten die het rechtvaardigen. De reiziger moet uiteraard niet met schuldgevoelens worden opgezadeld. Het beeld van de toerist als amateurantropoloog die met camera en notitieboekje in de hand kennismaakt met andere volken en vreemde culturen is lachwekkend. Je hoeft tegenwoordig toch niet meer te reizen om andere landen en volken te leren kennen? Over elke uithoek van de wereld zijn bergen informatie beschikbaar. Wie zich deze kennis eigen maakt, weet honderd keer meer van zo'n land dan de toerist die er enkele weken verblijft.
Bovendien is de ervaring van de toerist uiterst beperkt en subjectief. Hij kan maar een klein deel van het land bekijken en slechts enkele tientallen mensen ontmoeten. Reiservaring levert geen kennis op, alleen anekdotes en subjectieve indrukken. De vormende werking van reizen gaat alleen op voor jongeren. Die ontwikkelen er hun zelfstandigheid door.'

Leidt ontmoeting tussen mensen dan niet tot verbroedering?
'Uit geen enkel onderzoek blijkt dat toerisme het begrip tussen volken heeft verbeterd. Veel toeristen hebben ook helemaal geen contact met de lokale bevolking. Georganiseerde massatoeristen zitten min of meer opgesloten in hun toeristische enclaves. Ook extreme vormen als sekstoerisme laten geen enkele verbroedering zien, hoe intiem die contacten ook zijn. Groeiend toerisme blijkt bij de plaatselijke bevolking vaak juist tot afkeer en agressie te leiden. Hun mooie stranden worden worden volgebouwd met betonblokken. Wilde watervallen in de jungle worden omgetoverd tot pretparken. Het wintersporttoerisme heeft van de Alpen een grote skipiste gemaakt. Bergbeklimmers maken van de bergen vuilnishopen. Reizen lijkt eerder tot verloedering dan tot 'verbroedering' te leiden.'

Maar reizen naar exotische oorden is toch ook een vorm van ontwikkelingshulp: het brengt geld in het laatje van arme landen?
'Dat is maar ten dele waar. De toeristische oorden in die landen worden vaak opgezet door buitenlandse firma's en bemand door buitenlands personeel. Een gevolg is dat het meeste geld het land weer uitstroomt en het toerisme per saldo weinig oplevert. Bovendien kunnen ontwikkelingslanden het geld dat ze spenderen aan wegen naar paradijselijke strandjes en de bouw van luxe-hotels beter investeren in economische ontwikkeling en onderwijs; daar heeft de eigen bevolking wat aan. Het geld dat in toerisme wordt geinvesteerd, levert uiteindelijk wel wat op, maar dit geld komt terecht bij de middenklasse, niet bij de armen.'

Reist u zelf veel?
'Ja, zo'n twee vakanties per jaar. En ik heb niet de illusie dat mijn eigen behoefte om te reizen zal afnemen. Want dat is alleen mogelijk in een andere maatschappij.'

Jos Teunissen