In de schaduw van Fanny Blankers-Koen
In de zomer van 1948 lopen twee vrouwen de race van hun leven. Fanny Blankers-Koen verwerft in Londen vier gouden medailles en wereldfaam; Tollien Schuurman op het strand van Vlieland een ‘bedankje’. Wat heeft de een met de ander te maken?
Het is juli 1930 als de 17-jarige Tollien Schuurman tijdens de Friese kampioenschappen atletiek in Joure een nieuw Nederlands record op de honderd meter dames vestigt:12,6 seconden. Een maand later zijn er nationale wedstrijden in Den Haag. Zal ‘het geheim van Friesland’ het redden tegen de nationale hardloopsters?, vraagt de sportpers zich af. Jazeker, Schuurman vestigt een nieuw Nederlands record op de 80 meter. ‘Een natuurtalent’, jubelen de kranten. Tollien wordt alsnog toegevoegd aan de nationale atletiekploeg voor de wereldkampioenschappen in Praag. Ze eindigt er zowel op de 100 als de 200 meter sprint op de tweede plaats.
Thuis, in Drachten, krijgt ze een groots onthaal. Later dat jaar loopt ze een wereldrecord op de 100 meter: 12 seconden rond. Eén ding staat vast: Tollien Schuurman wordt Nederlands grote troef op de Olympische Spelen van 1932 in Los Angeles. In juni 1932 vertrekt ze met 23 Nederlandse sportlieden naar Amerika. Ongetwijfeld zal Tollien Schuurman een gouden medaille op de 100 meter gaan behalen, was de verwachting in Nederland.
Maar mentaal was ze niet in topconditie. Enkele dagen voor het vertrek was haar trainer Jan Bitstra (‘Mijn steun en toeverlaat’) door de Atletiek Unie aan de kant gezet. De gebrekkige begeleiding breekt de onervaren 19-jarige sprintster lelijk op. De eerste serie wint ze nog, maar in de halve finale gaat het mis. Ze maakt een valse start en alle zelfvertrouwen is weg. Ze wordt derde; geen finaleplaats. En dus geen Olympisch goud. ‘Ik voelde me moederziel alleen.’
Terug in Nederland gaat ze keihard trainen voor de volgende Spelen, die in 1936 in Berlijn worden gehouden. De gouden medaille zou haar niet nog eens mogen ontgaan.
Als in 1933 in Duitsland Hitler aan de macht komt, komen in huize-Schuurman de internationale ontwikkelingen ter sprake. Thuis wordt veel gepraat over politiek. Vader en moeder zijn lid van de socialistische SDAP. Tollien herinnert zich de bijeenkomsten die haar moeder thuis voor de vrouwenafdeling organiseerde. ‘Dan zaten ze bij een breiwerkje uren te praten over de partij en wat er allemaal in de wereld gebeurde. Onze bewustwording van politiek werd vooral door mijn vader gestimuleerd; mijn opa was een van de eerste socialisten in Friesland. Vader en moeder discussieerden veel met ons over hoe het er in Duitsland aan toeging; over de terreur van de bruinhemden tegen de joden.’
‘Zur Weltklasse gehörte 1934 die Sprinterin Schuurman’, schrijft M. van den Berge in een artikel in het Duitse propagandablad Olympische Spiele in 1935 over de kansen van de Nederlandse ploeg voor Berlijn. Zekere kansen op goud werden Tollien Schuurman toegedicht op wellicht 4 onderdelen: de 100 en 200 meter sprint, de estafette en het vèrspringen.
Maar als Hitler laat weten dat aan de Olympische Spelen in Berlijn geen joden mogen meedoen, is dat voor Tollien de druppel die de emmer doet overlopen. ‘Eerst had hij alle joodse literatuur laten verbranden en nu deze afgrijselijke maatregel. De Olympische Spelen waren toch juist ingesteld om verbroedering tot stand te brengen?’
Terwijl in 1935 de vaderlandse hoop op een gouden medaille op haar is gevestigd, neemt Tollien een besluit: ‘Ik ga niet mee naar Berlijn.’ Menselijke aspecten moeten niet worden gescheiden van de sport’, verdedigt ze zich tegenover kranten als De Telegraaf, die negatief bericht over haar weigering. De atlete had de politiek buiten de sport moeten houden, wordt geschreven.
Ook het bestuur van de atletiekbond (KNAU) reageert verstoord. KNAU-voorzitter Strengholt, lid van de NSB, komt naar huize-Schuurman om haar op andere gedachten te brengen. Een plattelandsmeisje dat nog bij haar ouders woont, zo’n meisje zal het toch niet wagen tegen de hoge heren van de KNAU in te gaan? ‘Hij zei: ‘Ik heb in mijn bedrijf een joodse procuratiehouder en die vindt ook dat je moet gaan.’ Ook de nationale atletiektrainer Korver probeert het.
Maar ze blijft bij haar besluit. ‘Het was voor mij duidelijk dat Hitler sport en politiek niet van elkaar wilde scheiden. Hij wilde de Spelen in Berlijn gebruiken om de wereld te laten zien hoe goed Duitsland kon organiseren en presteren. Maar ook wilde hij de deelnemende landen zand in de ogen strooien omtrent de wandaden die zijn nazi-partij in Duitsland beging.’
Ze is niet de enige die thuisblijft. Ook de bokser Ben Brill, de voetballers Leo en Jan Halle en haar ploeggenoot Wim Peters bedanken voor de eer. Positieve reacties krijgt ze alleen van buiten de sport. ‘Van mensen die het moedig vonden dat ik voor mijn mening uitkwam.’ Sommige anonieme briefschrijvers schelden haar en haar ouders uit voor ‘proleten’.
Mede dankzij haar weigering krijgt ene Fanny Koen een kans. Het dan 18-jarige talent grijpt die met twee handen aan en behaalt met de damesestafetteploeg in Berlijn een vijfde plaats op de viermaal 100 meter.
Het worden inderdaad de Spelen van de schijn. Tijdens het evenement gedragen de knokploegen van Hitler zich nog opvallend ‘lief’. De Hitlerjugend helpt voor de duur van de Spelen oude joodse vrouwen bij het oversteken van de straat. Maar nauwelijks zijn de Spelen beëindigd of het nazi-beest begaat de vreselijkste misdaden.
Haar weigering voor Hitlers eer en glorie te lopen, betekende voor Tollien Schuurman min of meer het einde van haar sportcarrière. Het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie stond tamelijk sympathiek tegenover de ideeën van de NSB en dat gold ook voor de nationale atletiek-trainer Blankers, met wie Fanny Koen in 1939 een huwelijk aanging. En in de aanloop naar de Olympische Spelen van 1948 in Londen was Tollien een tikje te oud om de draad van haar carrière weer op te pakken. Ze vond het jammer dat haar carrière al op haar 23-ste eindigde. Maar spijt van haar beslissing heeft ze nooit gehad. Ze ging werken als tandarts-assistente en begon later een pedicurepraktijk.
In de laatste dagen van de bezetting had ze gezien hoe de verzetsman Rein Mulder op straat door de SD werd gearresteerd. Hij was de echtgenoot van haar vroegere vriendin Marijke. Mulder werd een dag later gefusilleerd en Marijke bleef achter met haar drie zoontjes, onder wie een baby van twee weken, de latere historicus Hans Mulder.
In de zomer van 1948 gaat ze met Marijke en haar zoontjes op vakantie naar Vlieland. Het zijn sobere dagen op het eiland: wandelen in de duinen en de kinderen in de gaten houden tijdens het spelen. Heel Nederland viert feest in die dagen, want in Londen snelt Fanny Blankers-Koen op de Olympische Spelen naar 4 gouden medailles en legendarische roem.
Vanaf de top van een duin kijkt Tollien uit over de zee. Beneden haar, een eind verderop aan het strand, speelt een groep schoolkinderen in zee. Tollien ziet, hoe een drama zich dreigt te voltrekken: tussen twee strekdammen in zijn twee meisjes in een mui terecht gekomen. Ze springt op, trekt de sprint van haar leven en redt de meisjes uit zee. ‘Ik moet beslist heel hard hebben gelopen. Toen ik ze op het strand had, heb ik kunstmatige ademhaling toegepast.’
Algauw hebben zich veel mensen op de plek des onheils verzameld. De mannen van de reddingsbrigade nemen haar werk over. Ze bekijkt haar kapotte voeten, die ze aan de ruwe steen van de strekdam heeft opengehaald en incasseert een bedankje. ‘Dat die kinderen konden blijven leven, maakte me intens blij.’ Ze hield er een heerlijker gevoel aan over dan ze bij het winnen van gouden medailles zou hebben gehad, wist ze.
Rond 1950 richt ze samen met anderen in Apeldoorn de atletiekvereniging Olympic op. Ze wordt er trainster en in haar vrije tijd is ze secretaris/penningmeester van de Vriendenband, het blad van de vereniging ‘Vrienden van de KNAU’.
Het bovenstaande tekenden we op tijdens een bezoek aan Tollien Schuurman, jaren geleden in haar huisje in Elspeet. ’Een vrouw zo bescheiden als de Drentse hei: open, rustig, puur en geen bombarie’, had iemand haar getypeerd. Dat klopte. Aanvankelijk had ze ‘geen zin’ in een gesprek; ze was immers ‘al over de 75’ en vond dat ze ‘niets interessants’ had te vertellen. Ondanks alle narigheid rond de Spelen van Berlijn zag ze terug op een ‘leuke tijd’ in de atletiek. Slechts één ding kon haar nog wel eens dwarszitten: toen ze op haar loopnummers eenmaal onder de twaalf seconden was gekomen ‘en eigenlijk geen serieuze tegenstand meer ondervond’, had ze zich dolgraag willen storten op het vèrspringen en het kogelstoten.
Tollien Schuurman overleed midden jaren negentig op 82-jarige leeftijd. De atletiekvereniging Impala in Drachten heeft een sportveld naar haar vernoemd.
Jos Teunissen
Het is juli 1930 als de 17-jarige Tollien Schuurman tijdens de Friese kampioenschappen atletiek in Joure een nieuw Nederlands record op de honderd meter dames vestigt:12,6 seconden. Een maand later zijn er nationale wedstrijden in Den Haag. Zal ‘het geheim van Friesland’ het redden tegen de nationale hardloopsters?, vraagt de sportpers zich af. Jazeker, Schuurman vestigt een nieuw Nederlands record op de 80 meter. ‘Een natuurtalent’, jubelen de kranten. Tollien wordt alsnog toegevoegd aan de nationale atletiekploeg voor de wereldkampioenschappen in Praag. Ze eindigt er zowel op de 100 als de 200 meter sprint op de tweede plaats.
Thuis, in Drachten, krijgt ze een groots onthaal. Later dat jaar loopt ze een wereldrecord op de 100 meter: 12 seconden rond. Eén ding staat vast: Tollien Schuurman wordt Nederlands grote troef op de Olympische Spelen van 1932 in Los Angeles. In juni 1932 vertrekt ze met 23 Nederlandse sportlieden naar Amerika. Ongetwijfeld zal Tollien Schuurman een gouden medaille op de 100 meter gaan behalen, was de verwachting in Nederland.
Maar mentaal was ze niet in topconditie. Enkele dagen voor het vertrek was haar trainer Jan Bitstra (‘Mijn steun en toeverlaat’) door de Atletiek Unie aan de kant gezet. De gebrekkige begeleiding breekt de onervaren 19-jarige sprintster lelijk op. De eerste serie wint ze nog, maar in de halve finale gaat het mis. Ze maakt een valse start en alle zelfvertrouwen is weg. Ze wordt derde; geen finaleplaats. En dus geen Olympisch goud. ‘Ik voelde me moederziel alleen.’
Terug in Nederland gaat ze keihard trainen voor de volgende Spelen, die in 1936 in Berlijn worden gehouden. De gouden medaille zou haar niet nog eens mogen ontgaan.
Als in 1933 in Duitsland Hitler aan de macht komt, komen in huize-Schuurman de internationale ontwikkelingen ter sprake. Thuis wordt veel gepraat over politiek. Vader en moeder zijn lid van de socialistische SDAP. Tollien herinnert zich de bijeenkomsten die haar moeder thuis voor de vrouwenafdeling organiseerde. ‘Dan zaten ze bij een breiwerkje uren te praten over de partij en wat er allemaal in de wereld gebeurde. Onze bewustwording van politiek werd vooral door mijn vader gestimuleerd; mijn opa was een van de eerste socialisten in Friesland. Vader en moeder discussieerden veel met ons over hoe het er in Duitsland aan toeging; over de terreur van de bruinhemden tegen de joden.’
‘Zur Weltklasse gehörte 1934 die Sprinterin Schuurman’, schrijft M. van den Berge in een artikel in het Duitse propagandablad Olympische Spiele in 1935 over de kansen van de Nederlandse ploeg voor Berlijn. Zekere kansen op goud werden Tollien Schuurman toegedicht op wellicht 4 onderdelen: de 100 en 200 meter sprint, de estafette en het vèrspringen.
Maar als Hitler laat weten dat aan de Olympische Spelen in Berlijn geen joden mogen meedoen, is dat voor Tollien de druppel die de emmer doet overlopen. ‘Eerst had hij alle joodse literatuur laten verbranden en nu deze afgrijselijke maatregel. De Olympische Spelen waren toch juist ingesteld om verbroedering tot stand te brengen?’
Terwijl in 1935 de vaderlandse hoop op een gouden medaille op haar is gevestigd, neemt Tollien een besluit: ‘Ik ga niet mee naar Berlijn.’ Menselijke aspecten moeten niet worden gescheiden van de sport’, verdedigt ze zich tegenover kranten als De Telegraaf, die negatief bericht over haar weigering. De atlete had de politiek buiten de sport moeten houden, wordt geschreven.
Ook het bestuur van de atletiekbond (KNAU) reageert verstoord. KNAU-voorzitter Strengholt, lid van de NSB, komt naar huize-Schuurman om haar op andere gedachten te brengen. Een plattelandsmeisje dat nog bij haar ouders woont, zo’n meisje zal het toch niet wagen tegen de hoge heren van de KNAU in te gaan? ‘Hij zei: ‘Ik heb in mijn bedrijf een joodse procuratiehouder en die vindt ook dat je moet gaan.’ Ook de nationale atletiektrainer Korver probeert het.
Maar ze blijft bij haar besluit. ‘Het was voor mij duidelijk dat Hitler sport en politiek niet van elkaar wilde scheiden. Hij wilde de Spelen in Berlijn gebruiken om de wereld te laten zien hoe goed Duitsland kon organiseren en presteren. Maar ook wilde hij de deelnemende landen zand in de ogen strooien omtrent de wandaden die zijn nazi-partij in Duitsland beging.’
Ze is niet de enige die thuisblijft. Ook de bokser Ben Brill, de voetballers Leo en Jan Halle en haar ploeggenoot Wim Peters bedanken voor de eer. Positieve reacties krijgt ze alleen van buiten de sport. ‘Van mensen die het moedig vonden dat ik voor mijn mening uitkwam.’ Sommige anonieme briefschrijvers schelden haar en haar ouders uit voor ‘proleten’.
Mede dankzij haar weigering krijgt ene Fanny Koen een kans. Het dan 18-jarige talent grijpt die met twee handen aan en behaalt met de damesestafetteploeg in Berlijn een vijfde plaats op de viermaal 100 meter.
Het worden inderdaad de Spelen van de schijn. Tijdens het evenement gedragen de knokploegen van Hitler zich nog opvallend ‘lief’. De Hitlerjugend helpt voor de duur van de Spelen oude joodse vrouwen bij het oversteken van de straat. Maar nauwelijks zijn de Spelen beëindigd of het nazi-beest begaat de vreselijkste misdaden.
Haar weigering voor Hitlers eer en glorie te lopen, betekende voor Tollien Schuurman min of meer het einde van haar sportcarrière. Het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie stond tamelijk sympathiek tegenover de ideeën van de NSB en dat gold ook voor de nationale atletiek-trainer Blankers, met wie Fanny Koen in 1939 een huwelijk aanging. En in de aanloop naar de Olympische Spelen van 1948 in Londen was Tollien een tikje te oud om de draad van haar carrière weer op te pakken. Ze vond het jammer dat haar carrière al op haar 23-ste eindigde. Maar spijt van haar beslissing heeft ze nooit gehad. Ze ging werken als tandarts-assistente en begon later een pedicurepraktijk.
In de laatste dagen van de bezetting had ze gezien hoe de verzetsman Rein Mulder op straat door de SD werd gearresteerd. Hij was de echtgenoot van haar vroegere vriendin Marijke. Mulder werd een dag later gefusilleerd en Marijke bleef achter met haar drie zoontjes, onder wie een baby van twee weken, de latere historicus Hans Mulder.
In de zomer van 1948 gaat ze met Marijke en haar zoontjes op vakantie naar Vlieland. Het zijn sobere dagen op het eiland: wandelen in de duinen en de kinderen in de gaten houden tijdens het spelen. Heel Nederland viert feest in die dagen, want in Londen snelt Fanny Blankers-Koen op de Olympische Spelen naar 4 gouden medailles en legendarische roem.
Vanaf de top van een duin kijkt Tollien uit over de zee. Beneden haar, een eind verderop aan het strand, speelt een groep schoolkinderen in zee. Tollien ziet, hoe een drama zich dreigt te voltrekken: tussen twee strekdammen in zijn twee meisjes in een mui terecht gekomen. Ze springt op, trekt de sprint van haar leven en redt de meisjes uit zee. ‘Ik moet beslist heel hard hebben gelopen. Toen ik ze op het strand had, heb ik kunstmatige ademhaling toegepast.’
Algauw hebben zich veel mensen op de plek des onheils verzameld. De mannen van de reddingsbrigade nemen haar werk over. Ze bekijkt haar kapotte voeten, die ze aan de ruwe steen van de strekdam heeft opengehaald en incasseert een bedankje. ‘Dat die kinderen konden blijven leven, maakte me intens blij.’ Ze hield er een heerlijker gevoel aan over dan ze bij het winnen van gouden medailles zou hebben gehad, wist ze.
Rond 1950 richt ze samen met anderen in Apeldoorn de atletiekvereniging Olympic op. Ze wordt er trainster en in haar vrije tijd is ze secretaris/penningmeester van de Vriendenband, het blad van de vereniging ‘Vrienden van de KNAU’.
Het bovenstaande tekenden we op tijdens een bezoek aan Tollien Schuurman, jaren geleden in haar huisje in Elspeet. ’Een vrouw zo bescheiden als de Drentse hei: open, rustig, puur en geen bombarie’, had iemand haar getypeerd. Dat klopte. Aanvankelijk had ze ‘geen zin’ in een gesprek; ze was immers ‘al over de 75’ en vond dat ze ‘niets interessants’ had te vertellen. Ondanks alle narigheid rond de Spelen van Berlijn zag ze terug op een ‘leuke tijd’ in de atletiek. Slechts één ding kon haar nog wel eens dwarszitten: toen ze op haar loopnummers eenmaal onder de twaalf seconden was gekomen ‘en eigenlijk geen serieuze tegenstand meer ondervond’, had ze zich dolgraag willen storten op het vèrspringen en het kogelstoten.
Tollien Schuurman overleed midden jaren negentig op 82-jarige leeftijd. De atletiekvereniging Impala in Drachten heeft een sportveld naar haar vernoemd.
Jos Teunissen