Steven Harrison: 'Zoeken is zinloos. Doe niets!'
Tijdens zijn spirituele zwerftocht kwam de Amerikaan Steven Harrison tot de ontdekking dat geen enkele filosofie of religie de vraag kan beantwoorden die het leven ons stelt. Het leven is namelijk onbeheersbaar. ‘Niets doen’ is de beste remedie.
Steven Harrison was als jongetje verbijsterd over de pijn en de ontwrichting die hij in en om zich heen ervoer. Hij werd klaargestoomd om deel uit te maken van een samenleving die leek te worden beheerst door collectieve gekte. Politieke leiders werden in koelen bloede vermoord. En de VS had zich gestort in een oorlog (Vietnam) die geen enkel doel leek te dienen. Harrison besloot met een leven in een dergelijk verscheurde wereld te kappen. Hij verliet de universiteit en ging op zoek naar verlichting:
'Ik reisde de hele wereld over en ging in de leer bij iedere mysticus, ziener en magiër die ik kende. Leefregels, strenge discipline, soberheidsregimes, afzondering, meditatie - ik probeerde het allemaal. Ik bestudeerde de grote oosterse en westerse filosofen en religies, bracht lange tijd door in India en het Himalaya-gebrergte, voortdurend op zoek, contemplerend, gericht op zijn. In de afgelopen vijfentwintig jaar heb ik alles wat ik heb ontdekt bestudeerd en onderwezen. En het was allemaal zinloos.'
Het probleem waar Harrison telkens op vastliep, was dat hij zelf al die tijd het middelpunt van zijn ervaringen bleef. Hij werd innerlijk niet verlicht. Totdat hij op een goede dag besloot op audiëntie te gaan bij een beroemde yogi in het Himalaya-gebergte. Hij vroeg de man hoe je kunt beschikken over de macht van de innerlijke wereld. Diens antwoord was kort en krachtig: 'Waarom wil je macht? Waar ben je bang voor?' Daarop liep de yogi weg. En Harrison begreep dat hij al die jaren vanuit een hang naar beheersing had geleefd.
Harrison signaleert in zijn boek 'Doe niets' dat religie en godsdiensten gefaald hebben de mensheid wijzer te maken. Religie heeft verdeeldheid in de wereld gebracht. Want godsdiensten vormen al eeuwen lang een belangrijke bron van oorlog en geweld. Dat is niet de schuld van de grondleggers. Onze wereldgodsdiensten zijn voortgekomen uit de moed van pioniers die door vastgeroeste gewoonten heen braken en direct contact maakten met de transcendente dimensie uit ons bestaan. Maar in het kielzog van de pioniers vormden zich godsdienstige stelsels. Er werden woorden, rituelen, symbolen en gedragsregels uitgevonden en daarmee werd religie een terrein waarop minder verlichte mensen hun denken en daarmee hun verlangen naar beheersing en rationele ordening konden botvieren.
Maar kan ons denken wel iets bevatten dat oneindig en onbeheersbaar is? Volgens Harrison kan de waarheid alleen met een stille geest worden waargenomen. Daarom moet de denker in ons op de een of andere manier tot zwijgen worden gebracht. Maar hoe? Het westerse wereldbeeld gaat sinds de dagen van Descartes ervan uit dat het mogelijk is een objectieve werkelijkheid van een subjectieve waarnemer en denker te onderscheiden. De westerse wetenschap had zonder deze overtuiging niet kunnen ontstaan.
Het boek Doe niets vormt een uitnodiging tot een dialoog met het leven. Centraal staat de ervaring van Harrison dat al het zoeken naar verlichting via meditatietechnieken, exotische religies en beroemde leermeesters niet meer dan een spirituele vorm van ego-tripperij is. Maar het woord 'ego' komt in zijn verhandeling niet voor. Hij noemt het obstakel dat hem van het leven scheidt het 'mij' dat alsmaar denkt en waarneemt en daarmee de heelheid verbreekt. Dit 'mij' heeft een wereld geconstrueerd waarin verleden, heden en toekomst een belangrijke rol spelen. Het zoeken naar de verlichting begint, wanneer de toestand van verlichting ergens in de toekomst geprojecteerd wordt. Eerst moeten we naar India, voordat we de verlichting kunnen bereiken. Maar uiteindelijk is al dat zoeken zinloos:
'Verlichting is een product van het denken, een concept, een overtuiging. Het zelf, het 'mij', heeft voor zichzelf een doel gecreërd, daar buiten of hier binnen, maar het blijft een projectie, in de tijd geconstrueerd. In de tijd zijn we altijd op weg, nooit in rust. Verlichting is een mythe omdat het zelf een mythe is. Nu hebben we weer contact met onze leegte.'
In feite is de remedie die Harrison ons aanreikt eenvoudig. Naar zijn idee is het meest verraderlijke in de wereld van spirituele technieken en therapieën het besef van tijd. Zonder het besef van tijd zou de notie van psychologische vooruitgang niet bestaan. 'Beter worden', 'aan jezelf werken' of 'jezelf ontwikkelen' zouden niet aan de orde zijn. Er zou niets anders zijn dan het toegankelijke moment van het nu. En wat doen we dan in het nu met onze innerlijke conflicten? Helemaal niets! Want alle energie die we in het oplossen van een conflict stoppen voedt dat conflict alleen maar. Het wordt heviger. Daarom is de beste remedie het 'niets doen':
'Als we niets doen, wat gebeurt er dan? Er gebeurt niets. Het conflict wordt door niemand opgeëist. Het wordt niet geladen met energie. Het vindt geen tegengestelde. Het kan niet langer bestaan. Het maakt geen deel meer uit van onze werkelijkheid. Er is geen hulp van buiten meer nodig. Er wordt maar één ding van ons gevraagd en dat is dat we in stilte aanwezig zijn.'
Hoe is het mogelijk dat we dat vergeten waren? In de Hebreeuwse bijbel staat het toch zwart op wit: 'Wees stil en weet dat Ik God ben.' Maar de enige christelijke stroming die zich hieraan gehouden heeft zijn de Quakers. Deze Quakers kwamen in Engeland voort uit de Seekers, de 'zoekers'. Die trokken niet naar India, maar zochten hun antwoorden in de stilte. En hierin volgden de Quakers hen na. Als we Steven Harrison mogen geloven, hieven de antwoorden die God gaf de vervreemding niet altijd op. Zo meenden de Quakers: 'De ganse wereld is zonderling, behalve ik en gij. En soms komt zelfs gij mij enigszins zonderling voor.'
Dit ontheemd zijn is onze normale toestand. Als die toestand normaal is, is er ook geen zinnige reden te bedenken om die toestand te willen ontvluchten. Alleen de samenleving waarin wij leven, spiegelt ons voor dat onze natuurlijke toestand een bedreiging voor ons welzijn vormt. Maar het alternatief dat zij ons te bieden heeft, is vele malen schrikwekkender. Het streven naar materiële zekerheid heeft volgens Harrison een samenleving gecreëerd 'van functionele, productieve, op stabiliteit gerichte burgers zonder hart of ziel, vervreemd van het lichamelijke, innerlijk verdeeld, met een bestaan maar zonder een leven, verkerend in een toestand van toenemende wanhoop.'
Zodra we het materiële perspectief laten varen, komt er rust in ons leven, omdat geld een andere waarde voor ons krijgt. Nu zijn we gehecht aan geld, omdat we behoefte hebben aan zekerheid. Schaarste maakt ons angstig. Daarom maakt iedere nieuwe regering zich zorgen om de economie. Stel je voor dat de koopkracht achteruit zou gaan! Dan stort de wereld in. Maar we houden ons voor de gek. Zoals er goeroe's zijn die ons verlichting beloven, zijn er goeroe's die ons gouden bergen beloven. Boeken die ons vertellen hoe wij volleerde beleggingsspecialisten kunnen worden, vliegen met miljoenen tegelijk over de toonbank.
Maar wat zit er anders achter de jacht op geld dan angst of hebzucht? We kunnen ook van diepe kalmte ons werk maken, doordat we angst en hebzucht laten varen. Dan kent onze werkdag geen begin en einde meer. Dan is er geen sprake meer van toekomst en verleden, van jezelf kapot werken of naar een goed pensioen toewerken. Maar zijn aan werk van diepe kalmte wel goede secundaire arbeidsvoorwaarden verbonden? Harrison is eerlijk genoeg om te schrijven:
'We kunnen er dit van zeggen: het brengt net genoeg op, niet meer. 'Genoeg' strookt misschien niet met onze verwachtingen, wensen en dromen, maar het is wel genoeg... We zijn daadwerkelijk voorzien, we hebben niet meer nodig dan 'net genoeg'. Wat we werkelijk nodig hebben is rust, het gevoel van liefde voor anderen en verbondenheid met onze naasten.'
Het prettige van diepe kalmte is dat we niet meer de hele dag bezig zijn in een dolgedraaide wereld te overleven. We kunnen ons gaan richten op de verbondenheid met elkaar die ons eigen is. Verbondenheid ontleent haar vorm en structuur aan heelheid. Maar heelheid kan alleen maar gerealiseerd worden als het psychologische 'mij' dat zichzelf tot centrum van alle ervaring heeft gemaakt effectief opzij geschoven is. Pas dan kunnen we volgens Harrison met het onderzoek naar het leven beginnen. Dat onderzoek is dringend nodig, ook al weten we niet waar dat toe leidt: 'We weten wel dat onze wereld zonder dat onderzoek een oord blijft waar conflicten aan de orde van de dag zijn.'
Het lijkt erop dat Harrison heeft herontdekt wat in onze spirituele tradities al lang bekend is, maar in de structuren van onze samenleving stelselmatig ontkend wordt. Juist dit gebrek aan spiritueel besef maakt dat we spiritualiteit in de verkoop hebben gedaan. We hebben een markt voor spiritualiteit gecreëerd met verschillende wegen naar de verlichting. Harrison heeft de wegen bewandeld, totdat hij ontdekte dat er niets te zoeken en niets te bereiken viel. Pas toen kon het leven zich in al zijn onmetelijkheid, grootsheid en ondoorgrondelijkheid aan hem presenteren.
Herbert van Erkelens
Steven Harrison: Doe niets. Uitgave Servire. Prijs: 13,99 euro.
Steven Harrison was als jongetje verbijsterd over de pijn en de ontwrichting die hij in en om zich heen ervoer. Hij werd klaargestoomd om deel uit te maken van een samenleving die leek te worden beheerst door collectieve gekte. Politieke leiders werden in koelen bloede vermoord. En de VS had zich gestort in een oorlog (Vietnam) die geen enkel doel leek te dienen. Harrison besloot met een leven in een dergelijk verscheurde wereld te kappen. Hij verliet de universiteit en ging op zoek naar verlichting:
'Ik reisde de hele wereld over en ging in de leer bij iedere mysticus, ziener en magiër die ik kende. Leefregels, strenge discipline, soberheidsregimes, afzondering, meditatie - ik probeerde het allemaal. Ik bestudeerde de grote oosterse en westerse filosofen en religies, bracht lange tijd door in India en het Himalaya-gebrergte, voortdurend op zoek, contemplerend, gericht op zijn. In de afgelopen vijfentwintig jaar heb ik alles wat ik heb ontdekt bestudeerd en onderwezen. En het was allemaal zinloos.'
Het probleem waar Harrison telkens op vastliep, was dat hij zelf al die tijd het middelpunt van zijn ervaringen bleef. Hij werd innerlijk niet verlicht. Totdat hij op een goede dag besloot op audiëntie te gaan bij een beroemde yogi in het Himalaya-gebergte. Hij vroeg de man hoe je kunt beschikken over de macht van de innerlijke wereld. Diens antwoord was kort en krachtig: 'Waarom wil je macht? Waar ben je bang voor?' Daarop liep de yogi weg. En Harrison begreep dat hij al die jaren vanuit een hang naar beheersing had geleefd.
Harrison signaleert in zijn boek 'Doe niets' dat religie en godsdiensten gefaald hebben de mensheid wijzer te maken. Religie heeft verdeeldheid in de wereld gebracht. Want godsdiensten vormen al eeuwen lang een belangrijke bron van oorlog en geweld. Dat is niet de schuld van de grondleggers. Onze wereldgodsdiensten zijn voortgekomen uit de moed van pioniers die door vastgeroeste gewoonten heen braken en direct contact maakten met de transcendente dimensie uit ons bestaan. Maar in het kielzog van de pioniers vormden zich godsdienstige stelsels. Er werden woorden, rituelen, symbolen en gedragsregels uitgevonden en daarmee werd religie een terrein waarop minder verlichte mensen hun denken en daarmee hun verlangen naar beheersing en rationele ordening konden botvieren.
Maar kan ons denken wel iets bevatten dat oneindig en onbeheersbaar is? Volgens Harrison kan de waarheid alleen met een stille geest worden waargenomen. Daarom moet de denker in ons op de een of andere manier tot zwijgen worden gebracht. Maar hoe? Het westerse wereldbeeld gaat sinds de dagen van Descartes ervan uit dat het mogelijk is een objectieve werkelijkheid van een subjectieve waarnemer en denker te onderscheiden. De westerse wetenschap had zonder deze overtuiging niet kunnen ontstaan.
Het boek Doe niets vormt een uitnodiging tot een dialoog met het leven. Centraal staat de ervaring van Harrison dat al het zoeken naar verlichting via meditatietechnieken, exotische religies en beroemde leermeesters niet meer dan een spirituele vorm van ego-tripperij is. Maar het woord 'ego' komt in zijn verhandeling niet voor. Hij noemt het obstakel dat hem van het leven scheidt het 'mij' dat alsmaar denkt en waarneemt en daarmee de heelheid verbreekt. Dit 'mij' heeft een wereld geconstrueerd waarin verleden, heden en toekomst een belangrijke rol spelen. Het zoeken naar de verlichting begint, wanneer de toestand van verlichting ergens in de toekomst geprojecteerd wordt. Eerst moeten we naar India, voordat we de verlichting kunnen bereiken. Maar uiteindelijk is al dat zoeken zinloos:
'Verlichting is een product van het denken, een concept, een overtuiging. Het zelf, het 'mij', heeft voor zichzelf een doel gecreërd, daar buiten of hier binnen, maar het blijft een projectie, in de tijd geconstrueerd. In de tijd zijn we altijd op weg, nooit in rust. Verlichting is een mythe omdat het zelf een mythe is. Nu hebben we weer contact met onze leegte.'
In feite is de remedie die Harrison ons aanreikt eenvoudig. Naar zijn idee is het meest verraderlijke in de wereld van spirituele technieken en therapieën het besef van tijd. Zonder het besef van tijd zou de notie van psychologische vooruitgang niet bestaan. 'Beter worden', 'aan jezelf werken' of 'jezelf ontwikkelen' zouden niet aan de orde zijn. Er zou niets anders zijn dan het toegankelijke moment van het nu. En wat doen we dan in het nu met onze innerlijke conflicten? Helemaal niets! Want alle energie die we in het oplossen van een conflict stoppen voedt dat conflict alleen maar. Het wordt heviger. Daarom is de beste remedie het 'niets doen':
'Als we niets doen, wat gebeurt er dan? Er gebeurt niets. Het conflict wordt door niemand opgeëist. Het wordt niet geladen met energie. Het vindt geen tegengestelde. Het kan niet langer bestaan. Het maakt geen deel meer uit van onze werkelijkheid. Er is geen hulp van buiten meer nodig. Er wordt maar één ding van ons gevraagd en dat is dat we in stilte aanwezig zijn.'
Hoe is het mogelijk dat we dat vergeten waren? In de Hebreeuwse bijbel staat het toch zwart op wit: 'Wees stil en weet dat Ik God ben.' Maar de enige christelijke stroming die zich hieraan gehouden heeft zijn de Quakers. Deze Quakers kwamen in Engeland voort uit de Seekers, de 'zoekers'. Die trokken niet naar India, maar zochten hun antwoorden in de stilte. En hierin volgden de Quakers hen na. Als we Steven Harrison mogen geloven, hieven de antwoorden die God gaf de vervreemding niet altijd op. Zo meenden de Quakers: 'De ganse wereld is zonderling, behalve ik en gij. En soms komt zelfs gij mij enigszins zonderling voor.'
Dit ontheemd zijn is onze normale toestand. Als die toestand normaal is, is er ook geen zinnige reden te bedenken om die toestand te willen ontvluchten. Alleen de samenleving waarin wij leven, spiegelt ons voor dat onze natuurlijke toestand een bedreiging voor ons welzijn vormt. Maar het alternatief dat zij ons te bieden heeft, is vele malen schrikwekkender. Het streven naar materiële zekerheid heeft volgens Harrison een samenleving gecreëerd 'van functionele, productieve, op stabiliteit gerichte burgers zonder hart of ziel, vervreemd van het lichamelijke, innerlijk verdeeld, met een bestaan maar zonder een leven, verkerend in een toestand van toenemende wanhoop.'
Zodra we het materiële perspectief laten varen, komt er rust in ons leven, omdat geld een andere waarde voor ons krijgt. Nu zijn we gehecht aan geld, omdat we behoefte hebben aan zekerheid. Schaarste maakt ons angstig. Daarom maakt iedere nieuwe regering zich zorgen om de economie. Stel je voor dat de koopkracht achteruit zou gaan! Dan stort de wereld in. Maar we houden ons voor de gek. Zoals er goeroe's zijn die ons verlichting beloven, zijn er goeroe's die ons gouden bergen beloven. Boeken die ons vertellen hoe wij volleerde beleggingsspecialisten kunnen worden, vliegen met miljoenen tegelijk over de toonbank.
Maar wat zit er anders achter de jacht op geld dan angst of hebzucht? We kunnen ook van diepe kalmte ons werk maken, doordat we angst en hebzucht laten varen. Dan kent onze werkdag geen begin en einde meer. Dan is er geen sprake meer van toekomst en verleden, van jezelf kapot werken of naar een goed pensioen toewerken. Maar zijn aan werk van diepe kalmte wel goede secundaire arbeidsvoorwaarden verbonden? Harrison is eerlijk genoeg om te schrijven:
'We kunnen er dit van zeggen: het brengt net genoeg op, niet meer. 'Genoeg' strookt misschien niet met onze verwachtingen, wensen en dromen, maar het is wel genoeg... We zijn daadwerkelijk voorzien, we hebben niet meer nodig dan 'net genoeg'. Wat we werkelijk nodig hebben is rust, het gevoel van liefde voor anderen en verbondenheid met onze naasten.'
Het prettige van diepe kalmte is dat we niet meer de hele dag bezig zijn in een dolgedraaide wereld te overleven. We kunnen ons gaan richten op de verbondenheid met elkaar die ons eigen is. Verbondenheid ontleent haar vorm en structuur aan heelheid. Maar heelheid kan alleen maar gerealiseerd worden als het psychologische 'mij' dat zichzelf tot centrum van alle ervaring heeft gemaakt effectief opzij geschoven is. Pas dan kunnen we volgens Harrison met het onderzoek naar het leven beginnen. Dat onderzoek is dringend nodig, ook al weten we niet waar dat toe leidt: 'We weten wel dat onze wereld zonder dat onderzoek een oord blijft waar conflicten aan de orde van de dag zijn.'
Het lijkt erop dat Harrison heeft herontdekt wat in onze spirituele tradities al lang bekend is, maar in de structuren van onze samenleving stelselmatig ontkend wordt. Juist dit gebrek aan spiritueel besef maakt dat we spiritualiteit in de verkoop hebben gedaan. We hebben een markt voor spiritualiteit gecreëerd met verschillende wegen naar de verlichting. Harrison heeft de wegen bewandeld, totdat hij ontdekte dat er niets te zoeken en niets te bereiken viel. Pas toen kon het leven zich in al zijn onmetelijkheid, grootsheid en ondoorgrondelijkheid aan hem presenteren.
Herbert van Erkelens
Steven Harrison: Doe niets. Uitgave Servire. Prijs: 13,99 euro.