Een nieuwe bodem onder ons bestaan
Chris Elzinga en Christiaan Hogenhuis stellen in hun bundel ‘Grond onder onze voeten’ dat een christelijke benadering van de natuur niet primair in de sfeer van rentmeesterschap hoeft te liggen. Er is op grond van de christelijke traditie volop ruimte voor een spirituele benadering. Zo komen zij tot de centrale vraag van hun boek: 'Wat kunnen we van verschillende vormen van christelijke spiritualiteit leren over een (ver)houding ten opzichte van de natuur, die liefdevol, respectvol en bevrijdend is en nieuwe wegen opent naar de toekomst?'
In de door hen geredigeerde bundel gaan verschillende auteurs op deze vraagstelling in. Dat levert een rijk scala aan invalshoeken op rond de thematiek van duurzame welvaart, christelijke spiritualiteit en intimiteit met de natuur. Hoe denken Elzinga en Hogenhuis zelf over de problematiek?
Elzinga is zelfstandig onderzoeker op het gebied van strategisch milieubeleid. Hogenhuis is natuurkundige en filosoof. Hij is werkzaam als studiesecretaris en staflid bij het Instituut Kerk en Wereld te Driebergen. Hoe zijn zij op het spoor van christelijke spiritualiteit gekomen?
Elzinga: 'Ik ben geen theoloog. Mijn achtergrond is milieukundige. Ik ben geïnteresseerd in de manier waarop mensen met de natuur omgaan. En dat heeft met houding en spiritualiteit te maken. Het is mij opgevallen dat er voor mijn werk en interesse een aantal aangrijpingspunten in de middeleeuwen blijken te liggen. In die periode hebben veel mystici hun eigen ervaringen onder woorden gebracht. Maar zij hebben van de kerk weinig ruimte gekregen. Want na die tijd heeft de dogmatiek een veel sterkere invloed op het geloofsleven en op het handelen gekregen.'
Waarom is de dogmatiek zo invloedrijk geworden?
Hogenhuis: 'Dat past in het beeld van de opkomst van de Verlichting en de rationaliteit: er werd veel energie gestoken in het opstellen van doortimmerde theoretische stelsels. Daar kwam bij, dat de breuk tussen protestanten en katholieken ertoe leidde dat de mensen meer hun eigen positie gingen definiëren, ten opzichte van elkaar en de rationaliserende cultuur om hen heen.'
Elzinga: 'De houding van de wetenschap heeft ook een enorme rol gespeeld. De wetenschap ging naar de naakte feiten kijken. Daardoor is God steeds meer uit zijn eigen schepping weggehaald. Er bleef alleen een levenloze natuur over. Ik heb ook het gevoel dat de theologie zich steeds meer heeft aangepast aan de geest van de wetenschap en haar eigen spiritualiteit uit het oog heeft verloren.'
En nu staat de theologie met lege handen?
Hogenhuis: 'Theologen zijn nu van mening dat hun collega's uit het verleden de verkeerde keuze hebben gemaakt door het gevecht met de natuurwetenschappen aan te gaan. Dat gevecht hebben ze stapje voor stapje verloren. Pas nu ontdekt de theologie dat daarmee het verhaal niet is afgelopen, dat er nog een heel andere ervaring van de werkelijkheid mogelijk is.'
Elzinga: 'Door die oriëntatie op de dogmatiek is in de christelijke traditie ook de relatie met de dingen om ons heen ondergesneeuwd geraakt. Als je spiritualiteit omschrijft als het ontwikkelen van sensitiviteit voor jezelf, de ander en de natuur, dan zeg je in feite hetzelfde, maar de natuur wordt dan wel uitdrukkelijker genoemd. In het verleden is spiritualiteit vaak gedacht naar God en de mensen toe en werd de natuur buiten beschouwing gelaten.'
Een van u citeert Godfried Bomans met de mening dat er een nieuwe bodem onder ons bestaan geschoven moet worden, alvorens pleidooien voor versobering bij ons enige kans van slagen maken.
Elzinga: 'Bomans heeft scherp gezien dat je de mensen niet met rampscenario's kunt oproepen minder belang aan materiële bezittingen te hechten, als dat het enige is dat hun leven zinvol maakt. Daarom is spiritualiteit zo van belang in relatie tot de vraag naar een duurzame samenleving. Wij zijn zo geneigd om ons te definiëren in relatie tot de dingen buiten ons, aan de hand van bezit, status en macht. Het evangelie gaat daar juist tegen in. Maar hoe breng je dat evangelie in de praktijk? De spirituele tradities geven aanwijzingen hoe je dat doet.'
In hun boekje leggen Elzinga en Hogenhuis er de nadruk op, dat er naast materiële welvaart andere aspecten van welvaart en welzijn zijn die inderdaad met die verbondenheid met elkaar en met de natuur te maken hebben. Hogenhuis: ‘Op dat vlak zijn we als maatschappij het spoor bijster geraakt. Maar we erkennen dat we niet kunnen leven zonder gebruik te maken van materiële hulpbronnen. En die materiële groei is een probleem. Want die tast de duurzaamheid van onze samenleving aan.'
Elzinga: 'In dit verband is het verheugend dat er in het bedrijfsleven steeds meer geluiden naar boven komen die erkennen dat wat ecologisch niet duurzaam is op den duur ook economisch niet loont. Dat is een hele omslag. Want het bedrijfsleven tast wel degelijk in ernstige mate het milieu aan. De Verenigde Naties hebben een groot onderzoek laten verrichten naar de toestand van het milieu op aarde. Dat onderzoek laat voor tal van gebieden op aarde slechte rapportcijfers zien. Het hele onderzoek is gefinancierd door de Wereldbank. En daaraan zie je dat het ook tot die kringen begint door te dringen dat economische groei effecten sorteert die we helemaal niet willen.'
Bewegen die hoge kringen zich ook in de richting van sociale rechtvaardigheid?
Hogenhuis: 'Aan de klimaatconferenties kun je zien dat ecologische rechtvaardigheid in het gedrang komt met sociale rechtvaardigheid. Rijke landen wilden onder het mom van duurzaamheid een deel van hun milieuproblemen afwentelen op de milieuruimte van zuidelijke landen. Die houding van je verschuilen achter je eigen belangen zal zich op een goed moment tegen ons keren. Spiritualiteit is juist op zoek naar datgene wat tegengestelde belangen overstijgt. Daarom is het ook zo van belang dat er naast het politieke spel door individuen initiatieven ondernomen worden die wel getuigen van solidariteit. Als de spiritualiteit van verbondenheid bij voldoende burgers, politici en ondernemers ingang vindt, zal ook de politiek zich daarnaar richten.'
Herbert van Erkelens
Chris Elzinga en Christiaan Hogenhuis (red.): Grond onder onze voeten. Duurzame welvaart, christelijke spiritualiteit en intimiteit met de natuur. Uitgave Kok, Kampen.
In de door hen geredigeerde bundel gaan verschillende auteurs op deze vraagstelling in. Dat levert een rijk scala aan invalshoeken op rond de thematiek van duurzame welvaart, christelijke spiritualiteit en intimiteit met de natuur. Hoe denken Elzinga en Hogenhuis zelf over de problematiek?
Elzinga is zelfstandig onderzoeker op het gebied van strategisch milieubeleid. Hogenhuis is natuurkundige en filosoof. Hij is werkzaam als studiesecretaris en staflid bij het Instituut Kerk en Wereld te Driebergen. Hoe zijn zij op het spoor van christelijke spiritualiteit gekomen?
Elzinga: 'Ik ben geen theoloog. Mijn achtergrond is milieukundige. Ik ben geïnteresseerd in de manier waarop mensen met de natuur omgaan. En dat heeft met houding en spiritualiteit te maken. Het is mij opgevallen dat er voor mijn werk en interesse een aantal aangrijpingspunten in de middeleeuwen blijken te liggen. In die periode hebben veel mystici hun eigen ervaringen onder woorden gebracht. Maar zij hebben van de kerk weinig ruimte gekregen. Want na die tijd heeft de dogmatiek een veel sterkere invloed op het geloofsleven en op het handelen gekregen.'
Waarom is de dogmatiek zo invloedrijk geworden?
Hogenhuis: 'Dat past in het beeld van de opkomst van de Verlichting en de rationaliteit: er werd veel energie gestoken in het opstellen van doortimmerde theoretische stelsels. Daar kwam bij, dat de breuk tussen protestanten en katholieken ertoe leidde dat de mensen meer hun eigen positie gingen definiëren, ten opzichte van elkaar en de rationaliserende cultuur om hen heen.'
Elzinga: 'De houding van de wetenschap heeft ook een enorme rol gespeeld. De wetenschap ging naar de naakte feiten kijken. Daardoor is God steeds meer uit zijn eigen schepping weggehaald. Er bleef alleen een levenloze natuur over. Ik heb ook het gevoel dat de theologie zich steeds meer heeft aangepast aan de geest van de wetenschap en haar eigen spiritualiteit uit het oog heeft verloren.'
En nu staat de theologie met lege handen?
Hogenhuis: 'Theologen zijn nu van mening dat hun collega's uit het verleden de verkeerde keuze hebben gemaakt door het gevecht met de natuurwetenschappen aan te gaan. Dat gevecht hebben ze stapje voor stapje verloren. Pas nu ontdekt de theologie dat daarmee het verhaal niet is afgelopen, dat er nog een heel andere ervaring van de werkelijkheid mogelijk is.'
Elzinga: 'Door die oriëntatie op de dogmatiek is in de christelijke traditie ook de relatie met de dingen om ons heen ondergesneeuwd geraakt. Als je spiritualiteit omschrijft als het ontwikkelen van sensitiviteit voor jezelf, de ander en de natuur, dan zeg je in feite hetzelfde, maar de natuur wordt dan wel uitdrukkelijker genoemd. In het verleden is spiritualiteit vaak gedacht naar God en de mensen toe en werd de natuur buiten beschouwing gelaten.'
Een van u citeert Godfried Bomans met de mening dat er een nieuwe bodem onder ons bestaan geschoven moet worden, alvorens pleidooien voor versobering bij ons enige kans van slagen maken.
Elzinga: 'Bomans heeft scherp gezien dat je de mensen niet met rampscenario's kunt oproepen minder belang aan materiële bezittingen te hechten, als dat het enige is dat hun leven zinvol maakt. Daarom is spiritualiteit zo van belang in relatie tot de vraag naar een duurzame samenleving. Wij zijn zo geneigd om ons te definiëren in relatie tot de dingen buiten ons, aan de hand van bezit, status en macht. Het evangelie gaat daar juist tegen in. Maar hoe breng je dat evangelie in de praktijk? De spirituele tradities geven aanwijzingen hoe je dat doet.'
In hun boekje leggen Elzinga en Hogenhuis er de nadruk op, dat er naast materiële welvaart andere aspecten van welvaart en welzijn zijn die inderdaad met die verbondenheid met elkaar en met de natuur te maken hebben. Hogenhuis: ‘Op dat vlak zijn we als maatschappij het spoor bijster geraakt. Maar we erkennen dat we niet kunnen leven zonder gebruik te maken van materiële hulpbronnen. En die materiële groei is een probleem. Want die tast de duurzaamheid van onze samenleving aan.'
Elzinga: 'In dit verband is het verheugend dat er in het bedrijfsleven steeds meer geluiden naar boven komen die erkennen dat wat ecologisch niet duurzaam is op den duur ook economisch niet loont. Dat is een hele omslag. Want het bedrijfsleven tast wel degelijk in ernstige mate het milieu aan. De Verenigde Naties hebben een groot onderzoek laten verrichten naar de toestand van het milieu op aarde. Dat onderzoek laat voor tal van gebieden op aarde slechte rapportcijfers zien. Het hele onderzoek is gefinancierd door de Wereldbank. En daaraan zie je dat het ook tot die kringen begint door te dringen dat economische groei effecten sorteert die we helemaal niet willen.'
Bewegen die hoge kringen zich ook in de richting van sociale rechtvaardigheid?
Hogenhuis: 'Aan de klimaatconferenties kun je zien dat ecologische rechtvaardigheid in het gedrang komt met sociale rechtvaardigheid. Rijke landen wilden onder het mom van duurzaamheid een deel van hun milieuproblemen afwentelen op de milieuruimte van zuidelijke landen. Die houding van je verschuilen achter je eigen belangen zal zich op een goed moment tegen ons keren. Spiritualiteit is juist op zoek naar datgene wat tegengestelde belangen overstijgt. Daarom is het ook zo van belang dat er naast het politieke spel door individuen initiatieven ondernomen worden die wel getuigen van solidariteit. Als de spiritualiteit van verbondenheid bij voldoende burgers, politici en ondernemers ingang vindt, zal ook de politiek zich daarnaar richten.'
Herbert van Erkelens
Chris Elzinga en Christiaan Hogenhuis (red.): Grond onder onze voeten. Duurzame welvaart, christelijke spiritualiteit en intimiteit met de natuur. Uitgave Kok, Kampen.