Irene, kom dat bos uit!

Irene van Lippe Biesterfelds eerste boek, Dialoog met de natuur (1995), werd alom bekritiseerd als ‘duidelijk geen boek voor nuchtere mensen’. In haar nieuwe boek, Aarde ik hou van jou, staat ze dichter bij ons. Maar waarom bevredigt het boek dan toch zo weinig?

Uit Dialoog met de natuur steeg het beeld op van een vrouw uit een gemankeerd vorstengezin die de kluts kwijt was en tegen bomen begon te praten. Maar er sprak ook een hooghartigheid of zelfs agressie uit ten opzichte van mensen: Irene had duidelijk haar geloof in de mens verloren. Ze had zich kennelijk van het mensdom afgekeerd en zich bekeerd tot de natuur, die als een soort zalf voor haar gekwetstheid fungeerde. Ze erkende dat ook min of meer zelf. Tegen Vrij Nederland zei ze indertijd: ‘Ik heb me in de steek gelaten gevoeld bij huwelijk en scheiding. Ik ben steeds weer opnieuw begonnen; alleen, heel veel alleen. Hoe kan ik vertrouwen als mensen me in de steek laten? (…) Ik heb mezelf heel lang als slachtoffer gezien.’ Het leverde haar lof op voor de moed waarmee ze deze worsteling aan de openbaarheid heeft prijsgegeven. Maar overeind bleef de kritiek op haar ‘weinig realistische opvatting van de natuur.’ Die was, aldus veel critici, haar waarschijnlijk ingegeven door het hiërarische denken waarin ze als lid van de koninklijke familie is opgegroeid en waarvan ze nog onvoldoende afstand had genomen. Anderen beweerden dat ze de natuur onbewust omhelsde juist vanwege het wrede karakter van de natuur. Hoe anders kon worden verklaard dat ze zich zo afstandelijk opstelde ten opzichte van mensen?

De filosoof en theoloog Chris Doude van Troostwijk meende zelfs dat achter Irene’s verheerlijking van de natuur een grote mate van vervreemding zat van de natuur èn van de cultuur. ‘Wat zoek je bij een boom wat je bij jezelf of bij anderen niet kunt vinden? Het gaat hier om een natuuropvatting die is getekend door bovennatuur. Het is een zoektocht naar bovennatuurlijke bronnen, omdat klassieke religieuze instanties zijn weggevallen. Dan zoek je je heil bij de eik. (…) De huidige aandacht voor de natuur wordt gedragen door de begrijpelijke zorg om het milieu, maar geluiden als die van Irene komen veel meer voort uit de zorg om het ‘zelf’, om de opheffing van een innerlijke vervreemding en van een vervreemding van de natuur.’ (HN-Magazine 11 nov.1995). Wat bleef hangen was het beeld van ‘een prinses die met bomen praat’. Een bezigheid die overigens helemaal niet gek is. Via bomen verbinding krijgen met ‘het hogere’ is een zeer oude en wereldwijd verbreide cultus. Verhalen en afbeeldingen die betrekking hebben op boomverering zijn legio. Dat bomen naast hun omvang en imponerende hoogte geweldig oud kunnen worden, zal ongetwijfeld hebben bijgedragen tot hun uitverkiezing tot symbool van het leven. De boom van leven en de boom van kennis van goed en kwaad in het paradijsverhaal symboliseren de vervlechting van leven en dood. In het Oude Testament wordt Jahweh in relatie gebracht met een krachtige boom. Door de vruchten van de levensboom te eten, leert de mens het leven kennen in al zijn goedheid en mogelijkheden. Daardoor kan het paradijs worden verwezenlijkt; de aarde als een grote hof van Eden. En los daarvan: hoeveel mensen praten niet tegen hun televisie-toestel tijdens het kijken naar een voetbalwedstrijd, zoals Irene eerder deze week snedig opmerkte in een tv-programma waarin ze over haar nieuwe boek werd geïnterviewd.

En nu is er dan Aarde ik hou van jou, dat ze samen met de in Mexico wonende Jessica van Tijn schreef. Het bevat persoonlijk getinte verslagen van hun ontmoetingen met 12 mensen die ‘beroepsmatig of uit persoonlijke ervaring, door eenzelfde bron geïnspireerd worden: een diepe liefde voor de aarde en de samenleving.’ Onder meer komen aan het woord Nobelprijswinnares voor de vrede (en Maya-vrouw) Rigoberta Menchú, Wereldbankpresident James Wolfensohn, de Britse bioloog Rupert Sheldrake, de Nederlandse ecoloog Matthijs Schouten, de Noorse ecoloog/theoloog Arne Naess en chimpansee-onderzoekster Jane Goodall. De gesprekken draaien om Irene’s boodschap aan de mensheid: laten we verstandiger met de natuur omspringen door ons zelf niet als opzichter, eigenaar of rentmeester te zien, maar als wezens die er deel van uitmaken. Door de natuur te vernietigen, vernietigen we uiteindelijk onszelf. Als we ons daarentegen de schoonheid van de natuur bewust worden, kunnen we aansluiting vinden op de ‘kosmische energie’ die nodig is om vreedzamer met elkaar en de aarde om te gaan. We lezen hoe waardevol de vervoering, de vreugde en de energie zijn waar Irene in terecht komt als ze in haar eentje tussen de rotsen wandelt en slaapt of als ze in een afgelegen bos plotseling op roze bloemetjes stuit. Ze roept de lezer op een ‘innerlijk gevecht’ aan te gaan. Dat zal niet alleen een gunstig effect hebben op onze vaak destructieve omgang met de natuur, maar ook een soort innerlijk panorama te voorschijn toveren met prachtige vergezichten op onszelf. Er is zoveel in een mens dat voor hemzelf ongezien blijft en dat komt volgens Irene door zijn fixatie op het verwerven van materiële rijkdom. Die verborgen schoonheid in de mens correspondeert met de schoonheid van de aarde; maar we moeten dat alleen nog leren zien, is ongeveer de strekking van haar boek.
Dat is mooi gezegd en het zijn zeer actuele woorden nu de gemeenschappelijke zorgen in de eerste plaats lijken te gaan over het stagneren van de economische groei en onderwerpen als ‘milieu’ en ‘natuur’ naar het tweede plan zijn verhuisd. Maar waarom bevredigt Aarde ik hou van jou dan toch zo weinig? Ze wijst ons een manier van leven die meer harmonie brengt met de natuur, onszelf en onze medemens. Maar Irene heeft makkelijk praten. Ze krijgt jaarlijks louter door haar afkomst miljoenen euro’s op haar bankrekening bijgeschreven, bezit her en der op de wereld kostbare huizen en landgoederen en reist zo ongeveer de hele wereld rond. Je bent af en toe geneigd te denken: mevrouw, kan dat materialisme van u misschien een beetje minder? We mogen aannemen dat ze niet op de fiets naar haar gesprekspartners is gereisd en dat het heen en weer vliegen tussen haar ranch in de bergen van Zuid-Afrika en haar landhuis in Wijk bij duurstede aan het milieu heel wat schade heeft toegebracht.

Het boek ademt al met al een zekere hooghartigheid: je interviewt een tiental ‘goeroe's’ bij wie je alleen binnenkomt vanwege je koninklijke afkomst en dan heb je de wereld weer een grote weldaad bewezen. Twee van die boeken in acht jaar; dat is voor een invloedrijke vrouw als Irene eigenlijk maar een povere bijdrage. Op de achtergrond is ze weliswaar actief in de door haar opgerichte Stichting Natuurcollege, een dankzij het liberale kapitalisme vermogende club mensen die een kreunende Moeder Natuur en haar in tal en last oprukkende mensenkroost met elkaar probeert te verzoenen (zie de website www.wearenature.nl ). Vanuit een luxueus optrekje in Bilthoven wordt een boodschap gebracht die de afgelopen 30 jaar al door een stoet van geleerden, gepensioneerde regeringsleiders en beroemdheden is verkondigd: de aarde raakt door toedoen van de mens uitgeput; gedragsverandering is urgent. Maar de ongetwijfeld goede intenties van Irene en haar stichting blijven toch vooral steken in vrijblijvendheid en elitaire hoogdraverij. Dat is jammer van al die dure namen die er (met hun geld en netwerken) aan verbonden zijn. Je zou ze daar in Bilthoven willen toeschreeuwen: jongens, kom dat bos eens uit!

Sterre van der Vaart

Irene van Lippe Biesterfeld, Jessica van Tijn: Aarde ik hou van jou. Uitgave De Fontein. Prijs 19,98 euro.